Zondag 22 september is het autoloze zondag in Brussel

Sluiten

Het federale operahuis in de hoofdstad van Europa

LA MONNAIE DE MUNT

Het Kinder- en Jeugdkoor van de Munt dat meewerkt aan het concert Háry János, wordt omkaderd en begeleid door koorleider Benoît Giaux.

Benoît Giaux, kunt u ons vertellen hoe het kinderkoor van de Munt functioneert?

Welk parcours volgen de leden? Wat is uw aanpak? Werken met een kinderkoor is iets totaal anders dan werken met een volwassenenkoor. Voor sommige van onze leden is het de allereerste kennismaking met de wereld van de "klassieke" muziek. Ze moeten eerst auditie doen vooraleer ze kunnen deelnemen aan projecten, maar eigenlijk blijft het allerbelangrijkste nog steeds de ontdekkingstocht. Bij het ontdekken en aanleren van muziek biedt koorzang unieke kansen. De groepsdynamiek stimuleert en motiveert de deelnemers onderling. Zij ontdekken in groep en al zingend alle aspecten van de muziek. Ze ontdekken ook - en dat is heel belangrijk - hun eigen stem, hun instrument, samen met een aantal parameters die daarmee te maken hebben, zoals hun lichaamshouding, ademhaling, stemplaatsing... Daarom werken we stap voor stap een hele structuur uit die al deze aspecten wil ontwikkelen: we willen een zo volledig mogelijke opleiding aanreiken die geen enkel facet links laat liggen, zodat deze muzikale zangervaring zo rijk mogelijk kan zijn - en dit alles uiteraard met als doel een kwaliteit te bekomen die past bij een operahuis als de Munt en de werken die er worden gebracht.

Het concertprogramma koppelt koormuziek van Béla Bartók aan een symfonische suite van Zoltán Kodály. Wat is op het vlak van koormuziek het verband tussen deze twee componisten?

Bartók en Kodály zijn allebei componist en etnomusicoloog. Ze werkten van bij het begin van de 20ste eeuw aan het nauwgezet verzamelen van de volksmelodieën van hun land en daarbuiten, met als doel om een complete inventaris op te stellen van de Hongaarse traditie en dit Hongaars repertoire een plaats toe te kennen in de geschiedenis van de muziek. De aldus verzamelde volksliederen werden vervolgens herwerkt tot "geleerde" muziek door componisten, in zowel vocale (solostemmen of koor) als instrumentale muziek. De Hongaarse koormuziek is zeer rijk en omvangrijk, net door hun toedoen. Bartók en Kodály liggen ook aan de basis van een opmerkelijke ontwikkeling in het muziekonderwijs van de kinderen van hun land, zoals ook blijkt uit hun talloze composities voor kinderkoor.

Welke onderwerpen of thema's vinden we in de koorwerken van Bartók?

Bartók componeerde 27 twee- of driestemmige werken voor koor a cappella. Voor zeven daarvan schreef hij een begeleiding voor een kamermuziekensemble dat door jongeren kan gespeeld worden. De volkse melodieën die Bartók als basismateriaal gebruikt, zijn eenvoudig en rustiek en ze snijden diverse onderwerpen aan. Cipósütes bijvoorbeeld voert een indrukwekkend aantal dieren op (van vlooi naar beer via kip en kat) die samenwerken om graan te oogsten en brood te bakken. Andere liederen, zoals Ne menj el of Bolyongas, hebben het over liefdesverdriet en melancholie. Om die te zingen moet je niet op zoek gaan naar een of andere hogere betekenis, maar gewoon trouw blijven aan de idee om volkse melodieën vanop het platteland weer te geven.

De grootste moeilijkheid voor de kinderen is het beheersen van de Hongaarse taal, die geen Indo-Europese taal is.

Hoe zou u de muzikale taal van Bartók in deze koorwerken beschrijven?

De basistaal is eenvoudig, want die herneemt de volkse melodieën uit die verzamelingen en blijft trouw aan de weergegeven thema's. De orkestbegeleiding is eveneens helder en eenvoudig in zijn expressie van de verschillende gevoelens die de teksten oproepen. De kooruitwerking daarentegen is veel gewaagder en toont het genie van Bartók in de manier waarop hij gebruik maakt van de modale polyfonie of het contrapunt. Steeds met respect voor de oorspronkelijke modaliteit, reikt hij ons in een steeds vernieuwde polyfonie sonoriteiten en harmonieën aan die vooruitstrevend en gewaagd klinken maar voor kinderen toch nog makkelijk zingbaar zijn dankzij de steeds eenvoudige en natuurlijke melodische lijn.

Welke uitdagingen of moeilijkheden stellen deze stukken aan het kinderkoor of aan u als dirigent?

De grootste moeilijkheid voor de kinderen is het beheersen van de Hongaarse taal, die geen Indo-Europese taal is. De kinderen moeten zich geleidelijk aan de specifieke klanken van deze taal eigen maken en in staat zijn om die zo natuurlijk mogelijk te zingen. Hetzelfde geldt voor de muziek die, hoewel ze in een volkse stijl is geschreven, toch een vrij moderne en ongebruikelijke taal hanteert. De uitdaging voor de dirigent is dan ook om de kinderen te doen houden van deze muziek door hen die in opeenvolgende stapjes te laten ontdekken (noten, ritme, tekst, uitspraak, vertaling, muzikale zin, vocaliteit, expressie...), tot een vertolking wordt bereikt die trouw is aan het werk.

Opgetekend door Antonio Cuenca Ruiz

Deel deze pagina