De Munt / La Monnaie DE MUNT / LA MONNAIE

Reiken naar de extase

Anne Teresa De Keersmaeker over ‘Drumming’

Jean-Luc Plouvier
Leestijd
5 min.

Twaalf dansers geven zich, badend in een licht als van gloeiend houtskool, over aan een monument van de Amerikaanse minimal music. Een ononderbroken dans die naadloos wordt doorgegeven van lichaam tot lichaam, met een opzwepende puls die in de buurt komt van een trance. Drumming, op de gelijknamige muziek van Steve Reich, is zonder enige twijfel een van de sleutelvoorstellingen in het repertoire van Rosas. Hoe Anne Teresa De Keersmaeker haar choreografie uitwerkte, vertelt ze u zelf in dit interview.

Drumming van Steve Reich is een lang stuk in één tempo, met vier bewegingen die in elkaar overvloeien. Het maakt gebruik van drie soorten slagwerk: bongo’s, marimba’s en klokkenspel – huid, hout en metaal. Het werk ging in 1971 onder leiding van de componist in première in New York, en vloeit voort uit een etnomusicologische studiereis naar Ghana. Net als in de Ghanese muziek moet het ritme in Drumming dubbelzinnigheid creëren: door de voortdurende herhaling kan het oor de eerste tel niet meer onderscheiden, evenmin als de algemene cesuur van de maat. Het hoofdmotief, dat bestaat uit twaalf slagen (3 x 4), kan doorgaan voor binair of ternair, en er kunnen tal van sterke tijden worden waargenomen: dit is een systeem van vlottende accentuering.

Zweven, pulseren, zonder ooit te scanderen: het werk had alles in huis om een choreografe te verleiden die weigert in de pas van de muziek te lopen, maar liever de formele draagkracht ervan toont en, volgens haar eigen mooie uitdrukking, de ‘dansers een duwtje in de rug geeft’. We stelden Anne Teresa De Keersmaeker een paar vragen over deze partituur, die uniek is in de muziekliteratuur.

De meest opvallende kwaliteit van Drumming – ik heb het hier over de muziek – is dat het ons een uur lang de adem laat inhouden, en dit op basis van één enkel ritmisch motief dat minder dan twee seconden duurt. Hebt u geprobeerd om in de choreografie dezelfde uitdaging aan te gaan?

Ja en nee. Ik was natuurlijk gefascineerd door de uitdaging van Steve Reich en de belofte die Drumming voor een choreografe inhield: een volstrekt uniform stramien, dat de volledige duur van een voorstelling beslaat, en waarvan de verschillende gebeurtenissen onopgemerkt in elkaar overgaan. Maar ik had hier niet op kunnen inspelen door me te beperken tot de obsessieve herhaling van een aantal bewegingen. Dat had ik allemaal al gedaan... Ik had choreografieën geschreven op Berg en Schoenberg, was inmiddels al geëvolueerd naar bredere fraseringen en wilde met een grote groep werken (hier: acht vrouwen en vier mannen). Ik ben wel op zoek gegaan naar wat muzikanten een ‘monothematisch’ antwoord noemen, in de vorm van een lange basisfrase, een sequentie van ongeveer twee minuten, die ik heb gebruikt als basisstructuur voor de hele voorstelling.

Vanaf het begin van de voorstelling vallen duidelijke versnellingen en vertragingen op. Trajecten die uitdoven en stilvallen, en dan plots weer heropleven.

Dat is inderdaad een gevolg van mijn grote obsessie uit die periode: de spiraal. De basisfrase wordt opgesplitst in acht motieven met een gelijke duur. Maar ik vraag de dansers om die acht motieven uit te voeren in een ruimte die steeds groter wordt, door het traject van een opengaande spiraal te volgen. Dezelfde duur in een ruimte die blijft uitdijen... Hierdoor lijkt de beweging dus naar buiten toe te versnellen, of omgekeerd, wanneer de frase in de tegengestelde richting verloopt, naar binnen toe te vertragen.

Het tapijt op de grond, vol markeringen, was typisch voor uw werk uit die periode. Op het eerste gezicht lijkt het wel wat complexer dan een gewone spiraal.

Dat klopt! Die geometrische figuren zijn zo getekend dat je er acht verschillende spiralen in kunt zien. Daardoor krijgt Drumming zijn typische extraverte karakter: er zijn acht vluchtpunten, acht deuren naar buiten.

Een uitdijende ruimte...

Ja, maar meer dan dat. Door de kwaliteit van de bewegingen, die bijzonder gearticuleerd zijn, sterk afgelijnd, lijken de dansers de ruimte rondom hen voortdurend af te bakenen en opnieuw samen te stellen. Je moet je de dansers stuk voor stuk voorstellen in een onzichtbaar parallellepipedum, waarbij ze de ruimte en de hoeken afbakenen met hun voeten, gestrekte benen en armen, geplooide ellebogen... Dat is de gebarentaal die typisch is voor Drumming: naar buiten, rondom en naar boven, en nooit naar beneden toe.

Na de eerste beweging (met als enige instrumenten de bongo’s) en de verkenning van de spiralen, vallen de marimba’s in. ‘Couleur africaine’. Het dansen spant zich op: het lijkt wel alsof er wordt toegewerkt naar een trance.

Inderdaad, alles wordt compacter: de frases lopen vast op korte heen- en terugbewegingen, als in een film die hapert of een video-scratch. De motieven krijgen de vorm van lussen, die gaan verschuiven. De dansers komen steeds dichter bij elkaar en raken elkaar aan: om hun twee frases uit te kunnen voeren moeten ze elkaar dragen, plooien, naar elkaar toe vallen – vergelijkbaar met rock-’n-roll eigenlijk! Daar werden tal van technieken uitgevonden, ten dienste van de contrapuntische complexiteit die ik tijdens latere producties nog vaak heb gebruikt.

Na een tussenbeweging, waarin de dans sterk vertraagt, heeft de finale dan weer iets duizelingwekkends.


De finale is inderdaad bijzonder virtuoos en heel erg veeleisend voor de dansers. Van de basisfrase heb ik alleen de snelste, fijnste delen behouden. En we beelden ons vervolgens in dat de as ontwricht wordt, alsof het tapijt plots begint te draaien. Het systeem ontsnapt aan zichzelf. Net als in de muziek van Reich, die plots vol hoge frequenties zit: ze laat de aarde los en reikt naar omhoog naar de extase.