Het federale operahuis in de hoofdstad van Europa

LA MONNAIE DE MUNT

Een oud-muziekdirecteur die terug zijn opwachting maakt in de Munt: het gebeurt niet elke dag! Kazushi Ono staat voor het eerst in twaalf jaar weer in de orkestbak van de Munt voor een operaproductie. We geven de maestro voor de gelegenheid een warm ‘welkom terug’, maar ook een lijstje prangende vragen. Voor één keer niet opgesteld door de MMM-onlineredactie, maar door zijn ex-collega’s en Munt-routiniers die onze schouwburg al in het Ono-tijdperk op de voet volgden

Ingrid De Backer

Werkt al jarenlang als rechterhand van onze muziekdirecteurs

Hoe slaag je erin om al die partituren steeds weer van buiten te dirigeren? En waarom vind je dat belangrijk?

Het is voor mij vooral een kwestie van concentratie. De partituur van kaft tot kaft doorbladeren en in me opnemen. Wanneer ik merk dat ik me een van de vorige pagina’s niet meer herinner, terugbladeren en gewoon opnieuw doornemen. Het is een gevecht tegen mezelf, iets waar ik energie uit put. En eerlijk, het is soms best omslachtig om tijdens het dirigeren met die bladzijden in de weer te zijn. Ken ik het stuk van buiten, dan kan ik me ten minste uitsluitend op het musiceren focussen.
 
 

Peter de Caluwe

Opera-intendanten onder elkaar

Hoe kijk je terug op je functie als Muziekdirecteur in de Munt, nu je zelf aangesteld bent als artistiek directeur in Tokio?

Tijdens mijn tijd als Muziekdirecteur van eerst de Munt en later de Opéra de Lyon, kreeg ik de kans om van dichtbij kennis te maken met het métier van operadirecteur en alles wat daarbij komt kijken. Ik maakte kennis met Gerard Mortier, Peter de Caluwe zelf, Serge Dorny en andere intendanten. Ik zag hoe ze hun grote Europese huizen aanstuurden en waar de voornaamste uitdagingen van hun functie liggen. Die kennis en die ervaring heeft me bijzonder geholpen toen men mij in 2018 vroeg om Artistiek directeur van het New National Theatre van Tokio te worden.
 
 

Marie Mergeay

Werkte als dramaturge mee aan verschillende voorstellingen met Kazushi Ono

Wat was je geworden, als je niet voor een muzikale carrière gekozen had?

Altijd moeilijk om te zeggen. Ik was als kind gefascineerd door sport. Misschien was ik nu wel op de Olympische Spelen geëindigd? Maar, for the record, geen sumoworstelaar (lacht).
 
 

Carl Böting

Verzorgde de geschreven woorden van de muziekdirecteur, van Muntmagazine tot programmaboek.

Je bent aangesteld in de cultuurcommissie voor de Olympische Spelen in Tokio. Hoe stop je de Olympische gedachte in een cultuurprogrammering?

Als lid van het comité denk ik mee na hoe we mensen die voor de Spelen naar Tokio afzakken, ook een rijk aanbod kunst en cultuur kunnen voorschotelen. Dat kunnen sportliefhebbers zijn die misschien niet in de eerste plaats naar Japan komen voor een kunstervaring, maar evenzeer toeristen die er wel affiniteit mee hebben en graag sport afwisselen met iets anders. In de spirit van de Spelen stelde ik een operaprogramma voor dat refereert naar de vijf grote werelddelen: John Adams’ Doctor Atomic (Noord-Amerika), Astor Piazzolla’s María de Buenos Aires (Zuid-Amerika), een project met de Zuid-Afrikaanse kunstenaar William Kentridge, Puccini’s Turandot voor Azië en Richard Wagners Die Meistersinger von Nürnberg voor Europa. Uiteindelijk hebben slechts de laatste drie voorstellingen het gehaald.
 
 

Dick Nieuwenhuis

Heeft al sinds het tijdperk Ono een vaste stoel in onze schouwburg

Ik herinner me dat je toentertijd een grote fan was van Richard Strauss. Is dat nog steeds het geval, en wat linkt hem precies met Honegger?

Ik draag Strauss zeker nog steeds een warm hart toe en ben erg blij dat ik hier zowel Elektra als Die Frau ohne Schatten heb mogen dirigeren. En ja, ondanks de stilistische verschillen en het feit dat beide componisten elk op hun eigen manier de ‘moderniteit’ hebben binnengebracht in hun muziek, zijn er best wat parallellen te trekken tussen Strauss en Jeanne d’Arc au bûcher. Er is op sommige plaatsen eenzelfde zin voor lyrische lijnen. En in beide gevallen resoneren heel wat thema’s die aan Wagner schatplichtig zijn. Alleen al het idee van de transfiguratie op het einde, of de thematiek van de vrouwelijk extase die bij beide componisten terugkeert.
 
 

Inge Spinette

Is tijdens de pianorepetities een impressionant eenvrouwsorkest onder leiding van Kazushi Ono.

Wat is je motivatie om ’s ochtends op te staan?

Ik ben erg nieuwsgierig. Er is zo veel dat de grote meesters bereikt hebben en dat ze met ons via de muziek wilden communiceren. Het is mijn taak en mijn plezier om dat eerst zelf volledig te doorgronden. Eenmaal dat op een bevredigende manier gelukt is, wil ik die kennis op een zo krachtig en gepast mogelijke manier overbrengen bij zo veel mogelijk mensen.
 
 

Merlijn De Coorde

Ging net naar het middelbaar toen Ono afscheid nam van de Munt, en debuteert nu onder de maestro in het Muntorkest.

Wat is de beste raad die je aan een jonge muzikant kan geven?

Het is voor een jonge muzikant sowieso een goede zaak om ervaring op te doen in een operaorkest. Je komt in contact met Verdi, Mozart, Janáček, Wagner… maar daarnaast spelen die formaties ook nog heel wat symfonisch repertoire: de essentials van Brahms, Bartók, Beethoven. Dat biedt je zo’n rijk pallet aan verschillende genres, stijlen en technieken, en leert je een werk vanuit andere optieken te zien. Zonder al die verschillende muzikale ijkpunten voelt het instuderen van een nieuw stuk aan als een frontale botsing, terwijl je kennis van al die andere werken toelaat om er als het ware rond te cirkelen, zodat de partituur al haar facetten aan je blootgeeft.
 
 

© Isabelle Françaix

Martine Mergeay

Weinig mensen die ons reilen en zeilen zo op de voet volgen. Als journaliste bij La Libre en Le Vif maar ook voor haar boeken over de Munt.

Ik had het geluk mee te mogen reizen op de Japanse tournee van de Munt, en was erg geraakt om je daar, in eigen land als held onthaald te zien worden. Maar wat betekende die tournee voor jou?

Het was voor mij evenzeer een emotioneel moment. Het was mijn eerste tournee met het Muntorkest, en als ik het goed heb de eerste keer dat het orkest naar Azië trok. Don Giovanni in een sombere productie van David McVicar. Niet erg toegankelijk misschien, en toch waren de Japanners razend enthousiast. Ik herinner me nog dat ze erg lovend waren over het Belgische orkest, en alle muzikanten zijn toen zelfs uitgenodigd op de receptie. Natuurlijk zijn zo’n herinneringen heel bijzonder voor me.

Opgetekend door Jasper Croonen

Deel deze pagina