Het federale operahuis in de hoofdstad van Europa

LA MONNAIE DE MUNT

© La Monnaie / De Munt

De sound van de onderwereld verkrijg je niet met zangers, strijkers en blazers alleen. Voor de akoestische verrassingen en het zinnelijke klankbeeld in Macbeth Underworld voorzag componist Pascal Dusapin in zijn orkestratie enkele atypische instrumenten. Een overzicht.

DE STEM VAN HET VERLEDEN

Binnen een orkestratie kan je een instrument moeilijk meer gewicht geven dan door er een dramaturgische, bijna vocale rol voor te componeren. Dat is het geval voor de aartsluit van Christian Rivet, die in Dusapins voorwoord bij de partituur antropomorf beschreven wordt als een “oud en bijzonder zacht personage, dicht bij Lady Macbeth”, die hij met de diffuse en fascinerende melancholie van een schaduw begeleidt.

De aartsluit is een tokkelinstrument dat in de jaren 1600 in Europa ontstond. Het was een compromis tussen de renaissanceluit, vooral geschikt voor solorepertoire, en de bijzonder grote en volumineuze teorbe. Die tweede was met zijn omvang en ‘accord rentrant’ uitermate geschikt als vocale begeleiding, maar raakte vanaf de jaren 1680 geleidelijk vervangen door het klavecimbel.

De muzikale conventies van de 17de eeuw met betrekking tot de basso continuo-lijnen evolueerden immers naar snellere tempi en hogere tessituren, waardoor steeds vaker gebruik werd gemaakt van de aartsluit in combinatie met een strijkinstrument, zoals de gamba of cello. Tal van opera’s van Handel bevatten partijen voor aartsluit, zoals Giulio Cesare (1724), waarin de begeleiding afwisselend wordt aangegeven door arciliuto en tiorba. Terwijl de luit vanaf de 18de eeuw steeds vaker opzij werd geschoven, lijken hedendaagse componisten hem vandaag te herontdekken.

Het instrument dat Christian Rivet bespeelt werd gebouwd door een luthier die gebruikmaakt van verschillende houtsoorten: ebbenhout voor de stevigheid van de romp van de klankkast en een fijn laagje sparrenhout voor het klankblad. Dat alles zorgt voor een veelzijdige, levendige klank met een vol en helder timbre dat “achter een sluier vandaan lijkt te komen”.

Portret van Lady Mary Wroth met Engelse teorbe (ca 1620), toegewezen aan John de Critz.

EXOTISCHE PERCUSSIE

De muziek van Macbeth Underworld wemelt van sfeereffecten die het publiek onderdompelen in het lugubere universum van het stuk. Die effecten, in detail uitgeschreven in Dusapins partituur, worden vaak voortgebracht door een reeks slaginstrumenten, waarvoor vier percussionisten ingeschakeld moeten worden (twee in de orkestbak en twee op of achter het podium). Een aantal van die instrumenten heeft een vrij exotische oorsprong en het is de aparte kwaliteit van hun klank die de aandacht van de Franse componist trok.

Van al die instrumenten worden de tempelblokken het vaakst gebruikt in de westerse muziek. Deze lege houten blokken komen uit Oost-Azië en zijn doorgaans vervaardigd in de vorm van een vis. Ze werden gebruikt bij religieuze plechtigheden. De typische klank komt voort uit de bolle vorm en varieert in toonhoogte, afhankelijk van de omvang ervan. Je hoort het instrument regelmatig in moderne klassieke muziek, jazz en zelfs rock:

Ook de tingsha’s, kleine Tibetaanse cimbalen van een bronslegering, samengehouden door een klein lederen riempje, zijn afkomstig uit de oosterse spirituele sfeer. Ze worden tegen elkaar aan geslagen en brengen een hoge, heldere en harmonieuze klank voort. Men treft ze aan in tal van boeddhistische rituelen, met name tijdens de offergaven aan de ègui, letterlijk ‘uitgehongerde geesten’.

Daarbij komen nog een aantal oeroude instrumenten met een erg apart Afrikaans karakter. De ‘Yoman’-maraca’s worden in het collectieve geheugen vaak in verband gebracht met Zuid-Amerikaanse klanken, maar verschenen pas in de Nieuwe Wereld nadat de slavernij daar was ingevoerd. De meeste instrumenten bestaan uit volledig natuurlijke elementen. Zo is de rakatak, afkomstig uit Ghana, gemaakt van een dunne houten stok met schijven die uit kalebas zijn gesneden. De kola en de djudju’s zijn dan weer vervaardigd van gedroogde bonen. De shekere tot slot, een instrument dat wordt gebruikt in de muziek van de Mandinka in West-Afrika, maar ook in Cuba en Brazilië, wordt vervaardigd van een gedroogde en bewerkte kalebas, waarop een maasje van dadelzaadjes of parels wordt aangebracht. In de orkestbak stelt onze slagwerker Pieter Mellaerts u een aantal instrumenten voor die tijdens deze korte video worden voorgesteld, gefilmd tijdens de repetities:

DE SOUND VAN DE UNDERWORLD

Het extreme perfectionisme van Pascal Dusapin zette hem er tevens toe aan om met chirurgische precisie aan zijn partituur een hoop andere geluidseffecten toe te voegen, een griezelfilm waardig. Een zwaardengevecht, het luiden van kerkklokken, geklop op de deur van de Hel, regen, onweer of het verre geluid van een bos, digitaal of manueel, telkens weer worden de geluidseffecten nauwgezet geïntegreerd in de partituur, vaak zelfs met een eigen notatie.

Wat we leren uit deze korte verkenning van het aparte instrumentarium van Macbeth Underworld, is dat het werk het bronmateriaal benadert met bijzonder veel zin voor theatraal effect. Net zoals de geesten Macbeth op elk moment in hun greep hebben, is het ook voor de luisteraar moeilijk om zich aan de macht van deze even onvoorspelbare als onvermijdelijke muziek te onttrekken.

Opgetekend door Thomas Van Deursen
Vertaling door Charlotte Klima
Video's door Pieter Claes

Deel deze pagina