Zondag 22 september is het autoloze zondag in Brussel

Sluiten

Het federale operahuis in de hoofdstad van Europa

LA MONNAIE DE MUNT

Als je het aan Pascal Dusapin vraagt, heeft hij “alles gezien wat er over Macbeth gefilmd is.” Geen wonder dus dat elk aspect van zijn wereldcreatie Macbeth Underworld doorspekt is met filmreferenties. Van Judi Dench, over Orson Welles met een hoofdrol voor Roman Polanski.

De vrijheid van een filmstudent

“Macbeth, dat is bijna een Europese mythe geworden. Niemand zit op mij te wachten om daar een tigste nieuwe versie van te maken” zegt Pascal Dusapin resoluut. Sinds de première in het iconische Globe Theatre is de tragedie dan ook uitgegroeid tot een canonwerk. Uitgevoerd door het kleinste buurttheater en de meest prestigieuze podiumgezelschappen. Maar ook op het witte doek laten handenvol regisseurs zich door Shakespeares bekendste stuk inspireren. Al in 1908 kwam de eerste Macbeth-speelfilm in de zalen en dezer dagen vindt u meer dan honderd Macbeths op filmdatabank IMDb.

Voldoende materiaal dus voor componist Pascal Dusapin om z’n ogen flink de kost te geven. Want het was vooral die filmgeschiedenis die hem inspireerde bij de creatie van z’n nieuwe wereldpremière “De opera van Verdi, daar heb ik me totaal niet in verdiept. Ik ken hem wel natuurlijk, maar ik was veel meer aangetrokken tot de cinema.”

Dusapin heeft het dan zeker niet alleen over stille films, Holywoodblockbusters, of de klassieker van Orson Welles, wel integendeel. “Macbeth wordt door filmstudenten in alle uithoeken van de wereld gebruikt. Net doordat ik ook die versies allemaal bekeken heb, durfde ik zelf het thema met veel vrijheid behandelen. Hoe je de tekst ook manipuleert, het onderwerp blijft altijd zo sterk. Alles in Macbeth Underworld is dan ook herschreven. Ik heb de hele tekst gekopieerd en dan was het knip-en-plakwerk. Ik wou mijn opera beginnen op een punt dat alle personages dood zijn.” Net als in zijn eerdere opera Faustus, The Last Night speelt Dusapin in deze nieuwe creatie dus opnieuw met de tijdsbeleving van het verhaal. “Helemaal anders dan bij Penthesilea, waar ik met een monument uit de Duitse literatuur werkte en ik veel meer bij de essentie van de tekst bleef.”

Inspiratie bij Polanski

Wanneer we Pascal Dusapin vragen, waarom hij zich nu pas aan Macbeth durfde te wagen, antwoordt hij gniffelend: “Penthesilea was zo een afgrijselijk verhaal, dat ik me begon af te vragen hoe ik dat zou overtreffen. Dan kom je uiteindelijk wel bij Macbeth terecht.” Zijn gezicht wordt weer serieuzer, en hij gaat onverstoord verder. “Eigenlijk spookt Macbeth al erg lang door mijn hoofd. Dat is typisch voor mijn operaprojecten. Penthesilea bijvoorbeeld had ik al in m’n hoofd toen ik 24 was. In 2015 was ik toch al iets ouder dan dat.” Hij lacht weer.

“Als je voor het podium werkt is Shakespeare natuurlijk altijd een optie. Maar definitief heb ik de knoop doorgehakt toen ik de Macbeth van Roman Polanski gezien heb. Dat is een fantastische film. Ik heb hem een aantal keer ontmoet en heb dat toen ook gezegd. Daar was hij erg blij mee, want die film is niet echt bekend bij het grote publiek.”

Hoe langer we met Dusapin spreken, des te meer wordt duidelijk dat de film van Polanski een belangrijke inspiratiebron was voor Macbeth Underworld. “Het personage van de portier heb ik uit zijn film geplukt. Recht voor de raap, geen blad voor de mond, wat obsceen zelfs. Het beeld van die man is me altijd bijgebleven. Het was zo’n plezier om hem erin te schrijven, dat hij een steeds grotere rol toebedeeld kreeg. Hij zit vol levenslust, maar hij is ook bijna een filosoof. Je zou zelfs kunnen zeggen dat hij het enige zinnige personage in de hele opera is.”

Typecasting

Maar de invloed van de cinema beperkt zich niet tot de behandeling van het thema of het overnemen van een personage. Zelfs voor zijn hoofdrollen haalde Dusapin inspiratie bij voorbeelden uit de film: “Judi Dench was een groot voorbeeld voor de scene waarin Lady Macbeth haar handen wast. Het ritme van haar woorden zit zo ongelofelijk goed. Dat heb ik uitgeschreven en gebruikt in Macbeth Underworld.”

Al valt ook hier weer snel de naam Roman Polanski. “We zien Lady Macbeth meestal als een perverse narcist die de wereld rond zich domineert en alles krijgt wat ze wil. Bij Polanski is dat niet zo. Daar is ze een frêle blondine, erg seventies van uiterlijk ook. Dat heeft me geholpen om mijn eigen versie van Lady Macbeth op te bouwen. Ik wou geen extraverte mezzo, maar een stem die ook fragiel kan klinken. Wanneer we op het punt van de casting kwamen gaf Peter de Caluwe me een lijst met een tiental mezzo’s en daar stond Magdalena Kožená tussen. Ze is perfect, want je associeert haar niet met het uitbundige Elektra-type. Zo kon ik het personage niet alleen psychologisch maar ook op gebied van haar stem helemaal naar haar toe schrijven. We krijgen geen uitzinnige Lady Macbeth maar eerder eentje die zich soms in zichzelf keert.”

“Voor Macbeth zelf was het allemaal wat eenvoudiger. Ik wou Georg Nigl. Het is m’n vijfde productie met hem en hij kan alles aan. Van ongelofelijke expressiviteit via tederheid naar absolute folie. In de korte beschrijving op zijn partituur staat alleen maar Macbeth est fou. Meer heeft hij niet nodig.

Klank bij het beeld

Via Judi Dench en Roman Polanski kwam Dusapin uit bij Magdalena Kožená. En het is dankzij de mezzo dat ook het instrumentarium van deze wereldcreatie in z’n plooi valt. Zocht Dusapin in Penthesilea nog naar de verklanking van de klassieke oudheid, wou de componist er hier alles aan doen om het tijdperk van Shakespeare op te wekken aan de hand van de aartsluit. “Dat instrument is zo elizabethaans en past fantastisch bij Magdalena. Ik zag haar enkele jaren geleden in Parijs L’incoronazione di Poppea zingen en als een donderslag bij heldere hemel was me toen duidelijk dat het instrument op haar lijf geschreven is.”

Verder dompelde de Fransman zich helemaal onder in de oude muziek van de Britse eilanden om de wereld van Macbeth muzikaal op te kunnen wekken. “Ik heb er zeker wel een aantal typische instrumenten in verwerkt, maar het belangrijkste is mijn gebruik van een specifiek interval, de kwart. Ik ging op zoek naar een klank die de juiste sfeer gaat opwekken, en in de Schotse populaire muziek is dat interval alomtegenwoordig. Als je die kwarten opstapelt tot een akkoord, klinkt het overweldigend, bijna als een harmonium. Zo’n akkoord komt meerdere keren terug in de opera, en ik transformeer het ook: nu eens krijgt het een kwint als basis, dan weer een tritonus. Het klinkt een beetje als een draailier.” Toch is ook in de muziek de invloed van de cinema nooit ver weg. We komen onvermijdelijk opnieuw terecht bij Roman Polanski. “Zijn Macbeth voelt heel aards, zeer groen - een verademing na het dorre, doodse van Penthesilea. Ik heb voor Macbeth Underworld een orgelpartij gecomponeerd, omdat dat instrument eenzelfde aardse sfeer opwekt.” En ook het gebruik van geluidseffecten in zijn partituur lijkt recht uit de filmindustrie te komen. “Dat is echt bruitage. Op het einde is er een duel tussen twee personages, en ik wou het geluid van zwaardgekletter opwekken zonder elektronica te gebruiken. We hebben daarvoor een nieuw soort instrument met zwaarden laten maken die de percussionisten kunnen bespelen, want mijn geluidseffecten zijn wel gecomponeerd natuurlijk.”

Van de instrumenten, via de cast tot het libretto. Het is duidelijk dat Dusapin zich veelvuldig liet inspireren door de filmgeschiedenis. Maar daar is het verhaal van zijn nieuwe opera niet mee verteld. In de najaarseditie van ons huismagazine MMM, uit in september, gaat hij samen met journaliste Martine D. Mergeay dieper in op het scheppingsproces van zijn nieuwe wereldcreatie.

Deel deze pagina