Het federale operahuis in de hoofdstad van Europa

LA MONNAIE DE MUNT

Mysterie, suspense en een ongrijpbare waarheid voorbij de woorden: het werk van Belgiës eerste en voorlopig laatste Nobelprijswinnaar Literatuur Maurice Maeterlinck geeft nooit al zijn geheimen prijs. Ook de Trois petits drames pour marionettes (1894) niet, drie gebalde en unheimliche stukken theaterpoëzie die vandaag herrijzen in de vorm van een nieuwe Muntopera, Le Silence des ombres.

decorontwerp voor ‘Le Silence des ombres’
decorontwerp voor ‘Le Silence des ombres’

DE GEBOORTE VAN EEN STILTE

We schrijven 2016. De zon hangt kwistig boven Rome, waar drie mannen hebben afgesproken in de beroemde Villa de Medici. De Académie de France die erin is ondergebracht bood ooit aan Berlioz, Debussy en eigenlijk elke Franse componist van betekenis de kans om na het behalen van de prestigieuze Prix de Rome twee jaar lang inspiratie op te doen in het Zuiden. Maar ook in de 21ste eeuw kan het kruim van Frankrijks artistieke talent er nog steeds een residentie opnemen. Een van de drie mannen is zo’n pensionnaire: componist Benjamin Attahir. Hij ontvangt Muntdirecteur Peter de Caluwe en de Franse schrijver-regisseur Olivier Lexa. Die hadden elkaar enkele maanden daarvoor al leren kennen in de Munt, toen Lexa er als dramaturg had meegewerkt aan L'opera seria (Gassmann). Tijdens de repetities waren ze aan de praat geraakt en hadden ze hun gedeelde passie ontdekt voor het werk van een Belgische theaterauteur…

Maurice Maeterlinck (1862-1949) is een geboren en getogen Gentenaar, maar werd opgevoed in het Frans. Als telg van een welstellende familie – bourgeois zou hij altijd blijven – liep hij in zijn geboortestad school bij de jezuïeten en studeerde er rechten aan de universiteit. Toch koos hij al snel voor een loopbaan in de letteren. In 1889 maakte hij met de bundel Serres chaudes zijn poëziedebuut en publiceerde hij zijn eerste toneelstuk, La Princesse Maleine. Het zette hem meteen op de kaart. Het jaar daarop bevestigde hij met de eenakters L'intruse en Les Aveugles, waarna de consecratie volgde met Pelléas et Mélisande (1892). Vanaf dan gold Maeterlinck als een spilfiguur van het symbolisme en een boegbeeld van de Europese literaire avant-garde. Zijn werk brak immers radicaal met het realistische theater van zijn tijd. In plaats van de “werkelijkheid” te tonen, probeerde hij via symbolen en metaforen het 'theater van de ziel' te openbaren. Het onzegbare, het onzichtbare, het intieme, het mysterieuze interesseerde hem. “Le drame de l'existence elle-même”.

In november 1911, hij was nog geen 50, zag hij zijn status als een van ’s werelds grootste schrijvers bevestigd met de Nobelprijs. Een ongeziene eer, die in mei 1912 trouwens officieel gevierd werd met hommage in de Muntschouwburg, in aanwezigheid van de koninklijke familie en met Gabriel Fauré als dirigent.

De feestelijkheden, zoals aangekondigd in het magazine L’Eventail
De feestelijkheden, zoals aangekondigd in het magazine L’Eventail

Terug naar Rome. Het bezoek van de twee “gasten” is niet vrijblijvend. In 2019 is het 70 jaar geleden dat Maeterlinck overleed, een moment dat smeekt voor een nieuw eerbetoon aan dit icoon der Belgische letteren. Daarom spelen ze al een tijdje met het idee voor een nieuwe Maeterlinck-creatie. Één van zijn theaterwerken heeft namelijk alles wat je maar van een libretto kan verlangen. Les trois petits drames pour marionnettes uit 1894 zijn drie compacte stukken, die met uiterst spaarzame middelen een maximale zeggingskracht bereiken. De zinnen zijn vaak bewust kort, het vocabularium beperkt en Maeterlinck lijkt zijn woorden vooral vanwege hun declamatorische potentieel te kiezen– wat de tekst bijzonder zingbaar maakt. Door het gebruik van herhaalde motieven slaat hij bovendien als vanzelf de brug naar de leidmotieven die toen in de muziek in zwang waren. De drie drames zijn dus gesneden koek voor een operabewerking en werden ook effectief al meermaals op muziek gezet. Maar nog nooit vormden ze samen een avondvullende operavoorstelling…

De setting van de Villa de Medici lijkt perfect om zo’n operaproject op de rails te zetten, en de componist voor hen heeft alle benodigde kwaliteiten in huis. Maar zal het klikken? Het idee van de triptiek komt eindelijk op tafel... en onmiddellijk slaat de vonk over. Niet lang daarna krijgt Attahir van de Munt officieel de opdracht voor wat zijn eerste grote scenische opera zal worden, zijn eerste oefening in de "grande forme". Olivier Lexa tekent voor de regie.

Componist Benjamin Attahir
Componist Benjamin Attahir

Ook voor de rest van het artistieke team wordt resoluut de kaart van de jeugd getrokken. Als lid van ENOA, het Europees Netwerk van Opera Academies, heeft de Munt de kans om voor deze productie het aanstormende operatalent van Europa te engageren. Bovendien werd voor de decors en kostuums beroep gedaan op studenten en docenten van La Cambre, de Brusselse kunsthogeschool die op dat vlak een ijzersterke reputatie geniet. Voor de belichting, een cruciaal aspect van elke Maeterlinckproductie, wordt Alexander Koppelmann aan boord gehaald. De Duitser maakte in de operawereld naam met zijn gestileerde lichtontwerpen voor de producties van Andrea Breth, ook in de Munt.

HET ONZICHTBARE STAGEN

Olivier Lexa gaf deze nieuwe opera de titel Le Silence des ombres mee. Een titel die het universum van Maeterlinck uitstekend vat – voor zover dat überhaupt mogelijk is. Stilte en schaduwen, le non-dit en le non-vu, zijn er alomtegenwoordig. “Het woord hoort bij de tijd, de stilte bij de eeuwigheid”, schrijft Maeterlinck in zijn essay Le Silence. “Als we elkaar echt iets te zeggen hebben, zijn we verplicht om te zwijgen”. Ook in deze nieuwe opera zal de essentie dus tussen de noten liggen, en blijft zowel het meest sublieme als schrikwekkende buiten beeld – en dus intact. Van beiden is er in elk geval genoeg in deze drie stukken.

LA MORT DE TINTAGILES

De Koningin doodde nagenoeg de hele familie van de kleine Tintagiles. Nu is het haar om hem te doen. Zijn zussen Ygraine en Bellangère proberen hem uit alle macht te beschermen tegen de dreigende schaduw van het kasteel ...

INTÉRIEUR

De Oude Man en De Vreemdeling verschijnen buiten aan een huis. Door de vensters zien we een gezin. Een van hun dochters werd zopas verdronken teruggevonden. Een menigte nadert met het lijk. Hoe moeten ze het nieuws brengen?

ALLADINE ET PALOMIDES

De oude Koning Ablamore wordt verliefd op een jonge slavin, Alladine, maar maakt zich geen illusies: “Il est triste d’aimer trop tard”. Palomides, de verloofde van zijn dochter, verschijnt. Eén blik, en hij en Alladine zijn verbonden door een onbreekbare liefde. De wraak van Ablamore dreigt...

Het artistieke team bedacht voor deze triptiek met zijn zeer uiteenlopende verhaallijnen een eenheidsdecor dat door accentverschuivingen in licht en beeld voor elk luik een specifieke speelruimte creëert. Inspiratiebronnen daarbij zijn uiteraard het symbolisme van Maeterlinck zelf, maar bijvoorbeeld ook de betonarchitectuur van de Japanse sterarchitect Tadao Ando. Elke verwijzing naar een exacte plaats of tijd wordt vermeden. Middeleeuws aandoende rondbogen worden gecombineerd met betonnen wanden die al sporen dragen van de tand des tijds. De architectuur laat een intens spel toe met zowel het verticale perspectief (grondniveau - middenniveau - topniveau) als het diepteperspectief (dichtbij - veraf of voorplan - achterplan). Videobeelden openen het perspectief op 'de andere werkelijkheid' en leggen, net als de kostuums, subtiele verbanden tussen de drie luiken.

decorontwerp voor ‘Le Silence des ombres’
decorontwerp voor ‘Le Silence des ombres’

Dat de KVS, waar deze opera in wereldpremière gaat, geen uitgebreid orkest kan huisvesten, was voor componist Benjamin Attahir geen hinderpaal – “In der Beschränkung zeigt sich erst der Meister”, wist Goethe al. Hij schreef zijn muziek daarom voor een relatief kleine, maar opmerkelijke bezetting. Om de symbolistische obsessie met de ‘diepte’, met het onderhuidse en ondergrondse te verklanken, schrapte hij bijvoorbeeld de violen ten voordele van strijkinstrumenten met een lage tessituur. En om zijn muziek te vrijwaren van een exacte datering en lokalisering, schakelt hij bijzondere instrumenten als de serpent (zowat de 17de-eeuwse voorloper van de tuba) en het accordeon (pas geperfectioneerd in de 19de eeuw) in.

De muziek voor La Mort de Tintagiles en Alladine et Palomides is complementair en gebruikt gelijkaardig basismateriaal dat evenwel anders wordt ingekleurd. Ze starten beide met een solo: La Mort de Tintagiles in complete duisternis met een solo van de serpent, Alladine et Palomides met een solo van de cello. Als contrast krijgt Intérieur, het middelste en tevens kortste deel, een lang trio voor drie altviolen en spreekstemmen. Attahir componeert geen atonale muziek, maar speelt met de spanning consonant / dissonant binnen een gesloten klankwereld die sterk aansluit op het bijzondere universum van Maeterlincks symbolisme.

Wanneer het doek valt, kan elke toeschouwer zich afvragen of de wereld van deze Trois Drames, een plek van extreme spanning die ons naar de grenzen van rede en begrip voert, voortkomt uit de beslotenheid van de waanzin of de hallucinaire grenzeloosheid van een te grote waarheid.

Koen Van Caekenberghe

Deel deze pagina