MM Tickets is gesloten van maandag 5 juli tot en met maandag 17 augustus en is opnieuw open vanaf dinsdag 18 augustus. 

Sluiten

Het federale operahuis in de hoofdstad van Europa

LA MONNAIE DE MUNT

Alles wat u moet weten over ‘Het sprookje van Tsaar Saltan’

Koen Van Caekenberghe
Leestijd
8 min.

Voor de laatste operavoorstelling van het seizoen opent de Munt de rijkgevulde schatkist van Ruslands volksverhalen. Het sprookje van Tsaar Saltan is een heerlijk fantasievolle opera van componist Rimski-Korsakov – u kent hem nog van De gouden haan – die ook nu de mosterd haalde bij dichter des vaderlands Aleksandr Poesjkin. In 5 minuutjes leest u hier alles wat we een maand voor de première weten over het hoe en wat van deze nieuwe productie.

Er was eens...

Er was eens een tsaar, Tsaar Saltan. Drie zussen dingen naar zijn hand. De oudste belooft hem een fantastisch feest als hij met haar trouwt, de middelste een prachtig weefsel, de jongste een heldhaftige zoon. Hij kiest resoluut voor de jongste. Zeer tegen de zin van de andere zussen. Die zinnen op wraak. Wanneer zijn zoon Gvidon wordt geboren, is Tsaar Saltan niet thuis. De afgunstige zussen berichten hem dat hun jongste zus, de Tsaritsa, hem een monster heeft gebaard. Vanop afstand beveelt hij om moeder en zoon op te sluiten in een ton en in zee te werpen. De ton spoelt aan op een betoverd eiland waar de zoon in het gezelschap van zijn moeder opgroeit. Op een dag redt hij er een zwaanprinses uit de klauwen van een roofvogel. Uit dankbaarheid verandert zij hem in een hommel, zodat hij na een stormachtige vlucht (de “Vlucht van de hommel”) ongemerkt zijn vader kan gaan bezoeken. Na tal van magische gebeurtenissen komt hij terug thuis, huwt met de prinses, maakt zijn ware identiteit kenbaar aan de Tsaar en nodigt die uit voor een feestmaal.

Over Aleksandr Poesjkin

Aleksandr Poesjkin (1799-1837) wordt algemeen beschouwd als de grootste Russische dichter en zorgde samen met schrijvers als Lermontov, Gogol, Toergenjev, Tjoettsjev, Dostojevski, Tolstoj en Tsjechov voor de gouden eeuw van de Russische literatuur. Zijn leven was turbulent (en eindigde met een duel), zijn pen vlijmscherp. Hij werd in 1820 verbannen uit Sint-Petersburg, een straf die in 1826 door tsaar Nikolaas slechts onder strikte voorwaarden werd opgeheven. Poesjkins fantasievolle en muzikale dichtkunst bleek een ideale inspiratiebron voor heel wat operacomponisten: Glinka (Roeslan en Ljoedmilla 1842), Moesorgski (Boris Godoenov 1874), Tsjajkovski (Jevgeni Onegin 1877-78 en Schoppenvrouw 1890), Rimski-Korsakov (Mozart en Salieri 1897, Het sprookje van tsaar Saltan 1899 en De gouden haan 1906-07) en Stravinsky (Mavra 1921-22).

Er was eens een operahuis in de trotse hoofdstad van een klein maar kleurrijk koninkrijk aan de Noordzee. Al jaren maakt dit huis er een erezaak van om in het Westen vaak onbekend gebleven Russische meesterwerken een plaats te bieden op zijn podium. Recent nog met projecten als Rachmaninov Troika en een concertante opvoering van Anton Rubinsteins Demon. Toen zijn nieuwe muziekdirecteur Alain Altinoglu in 2016 aantrad, koos die als eerste scenische productie een sprookjesopera van Nikolaj Rimski-Korsakov. De gouden haan, op tekst van Aleksandr Poesjkin en uitgevoerd in het Muntpaleis op Tour & Taxis, was meteen een schot in de roos.

En er was eens een Russische regisseur, Dmitri Tcherniakov, grootgebracht met Russische sprookjes en vertrouwd met de opera's die er hun inspiratie uit putten. Met zijn vernieuwende lezingen van dit repertoire smeedde hij zich zowel in Rusland als in de grootste West-Europese operahuizen een ijzersterke reputatie. Rimski-Korsakov, een van zijn fetisjcomponisten, neemt een bijzondere plaats in in zijn carrière: hij ensceneerde eerder al De bruid van de tsaar in de Staatsoper Berlin, De legende van de onzichtbare stad Kitesj in Amsterdam en Het sneeuwmeisje in de Opéra de Paris. Maar ook zijn interpretaties van Borodins Prins Igor, Tsjajkovski’s Jevgeni Onjegin en Iolanta & De notenkraker, Glinka’s Roeslan en Ljoedmila, Sjostakovitsj’ Lady Macbeth uit het district Mtsensk, en recent nog Prokofjevs De verloving in het klooster gelden internationaal als referentieproducties.

Over Nikolaj Rimski-Korsakov

Nikolaj Rimski-Korsakov (1844-1908) geloofde sterk in de ontwikkeling van een nationale muziek, geïnspireerd op de traditionele Russische volksmuziek en gekruid met exotische harmonische, melodische en ritmische elementen, onafhankelijk van de westerse standaarden. Zijn stijl oriënteerde zich naar die van Glinka en Balakirev (de grondlegger van Het Machtige Hoopje, een groep van vijf gelijkgestemde componisten waartoe naast Rimski-Korsakov ook nog Borodin, Cui en Moesorgski behoorden), maar ook naar Berlioz, Liszt en gedurende enige tijd Wagner. Zelf oefende hij als eminent orkestrator een sterke invloed uit op componisten als Glazoenov, Stravinsky, Prokofjev, Respighi, Ravel, Debussy, Dukas en, dichter bij ons, August De Boeck en Paul Gilson. Zijn meest bekende werken op symfonisch gebied zijn de orkestsuite Sheherazade, het Capriccio Espagnol en de Ouverture voor het Russische Paasfeest. Hij schreef 15 opera's, met als bekendste in onze contreien Sneeuwmeisje, Sadko, De bruid van de tsaar, De legende van de onzichtbare stad Kitesj en De gouden haan. Op basis van de muziek van enkele van die opera's werden ook succesvolle orkestsuites gedestilleerd.

Een eerbetoon van Rimski-Korsakov aan Poesjkin

Nu slaan orkesttovenaar Altinoglu en de immer verrassende Tcherniakov de handen in elkaar voor – even ademhalen – Het sprookje van Tsaar Saltan, zijn beroemde en machtige zoon, de dappere krijgerprins Gvidon Saltanovitsj, en de wonderschone Zwaanprinses. Rimski-Korsakov componeerde deze sprookjesopera in 1899 ter ere van de honderdste geboortedag van “vadertje” Poesjkin en baseerde zich daarvoor op een van diens dichtwerken uit 1831. De schrijver en notoire rokkenjager was in de lente van dat jaar getrouwd met “zijn prinses” Natalja Gontsjarova en beleefde zowel op creatief als persoonlijk vlak hoogdagen. Het Sprookje van Tsaar Saltan, geschreven in hun grote liefdeszomer, versmelt diverse verhalen en volkse elementen tot een lyrisch, optimistisch en humoristisch geheel, dat in Rimski-Korsakovs tijd al de status van een overbekende klassieker genoot.

De componist was hoorbaar geïnspireerd door de bonte personages, de verrassende wendingen en het toverachtige karakter van het verhaal. Nadat hij het – net als later De gouden haan – had laten bewerken door librettist Vladimir Belski, liet hij er zijn muzikale verbeelding en zijn gave voor melodie en orkestratie volledig op los. Het resulteert in een kleurrijke partituur met heel wat hoogtepunten: uiteraard de onvermijdelijk “Vlucht van de hommel”, maar ook de symfonische pre- en interludes (“Het afscheid van Tsaar Saltan”“de Tsaritsa en Gvidon in de ton”“de drie wonderen”) of de aria van de Zwaanprinses worden soms als zelfstandig concertnummer opgevoerd. Ze zorgen er mee voor dat Rimski-Korsakovs tiende opera sedert de première in november 1900 nog steeds op het repertoire staat in Rusland. Voor veel operaliefhebbers bij ons blijft hij echter een te ontdekken pareltje.

De allereerste Zwaanprinses Nadezjda Zabela-Vroebel, in 1900 vereeuwigd door haar echtgenoot Michail Vroebel, die ook instond voor de decors bij de wereldcreatie.

Tsaar Saltan wordt de derde samenwerking tussen Altinoglu en Tcherniakov, na Iolanta & De notenkraker in de Opéra de Paris en Pelléas et Mélisande in het Opernhaus Zürich, beide in 2016. Het is tevens de tweede regie van Tcherniakov in de Munt: in 2012 debuteerde hij hier met een spraakmakende regie van Il trovatore van Verdi. “Minkowski en Tcherniakov hebben de tegenwoordig zo verguisde Trovatore weer helemaal op de kaart gezet”, lazen we nadien in Trouw.

Meer dan een sprookje

Le Soir analyseert Tcherniakovs aanpak als volgt: “Zijn werkt steunt op enkele krachtlijnen: in het werk op zoek gaan naar een focuspunt dat onze eigentijdse samenleving aanspreekt, het decor herleiden tot een zeer beperkt aantal elementen, en een acteursregie voeren die de driften van de zangers met een scalpel tot op het bot ontleedt, hoe wreed ook.” Zelf zegt hij daarover in De Morgen: “Al mijn regies gaan over extreme situaties. In de opera wordt zichtbaar gemaakt wat de meeste mensen in hun lades verborgen houden. (...) Het extreme leeft in en tussen ons.”

Het zal dan ook niet verbazen dat hij ook in Het sprookje van Tsaar Saltan dieper graaft en de personages, die in traditionele ensceneringen hun bordkartonnen dimensie vaak niet overstijgen, een psychologische diepgang meegeeft. In Tcherniakovs verrassend actuele interpretatie wordt tsarevitsj Gvidon het centrale personage. Sinds de traumatische ervaring van de verbanning uit zijn vaderland, bouwde deze jongeman zich een eigen denkbeeldige wereld, vol kleurrijke details. Hij wil op zoek gaan naar zijn vader en het gezin herenigd zien. Die gedachte laat hem maar niet los. Zijn moeder probeert hem echter uit te leggen wat er lang geleden in werkelijkheid is gebeurd, maar communiceren verloopt moeizaam. Ze probeert toegang te krijgen tot zijn wereld via een sprookje. Eind goed, al goed? Dat is lang niet zeker...

Deel deze pagina