Het federale operahuis in de hoofdstad van Europa

LA MONNAIE DE MUNT

Een nieuwe seizoensarchitectuur

Peter de Caluwe stelt het seizoen 2019–20 voor

© Mireille Roobaert

Met trots en overtuiging stel ik u het eerste seizoen van mijn derde mandaat bij de Munt voor. Het weerspiegelt inhoudelijk een belangrijke evolutie: voor het eerst staat niet een bepaalde thematiek centraal, maar een nieuwe “architectuur”, die meteen als blauwdruk voor de volgende zes seizoenen kan gelden. We geven er creatie en experiment alle kans, en waken er tegelijk over dat deze toekomstgerichtheid nooit synoniem is met ruptuur. We blijven u immers projecten van het allerhoogste niveau aanbieden, met in 2019-20 niet minder dan elf operatitels. Een record, maar gezien het aantal nieuwe producties ook een enorme uitdaging voor alle afdelingen en medewerkers in ons huis.

In the night we saw voices. Lady Macbeth (Macbeth Underworld, tafereel 2)

Ieder seizoensbegin is al meteen een ondubbelzinnig statement: we openen met niet één, maar met twee wereldpremières! Een stevig antidotum tegen het cultuurpessimisme dat schuilgaat achter de adoratie van het Grote Repertoire uit het verleden. Wie echt gelooft in deze kunstvorm dient zijn huis evenzeer open te stellen voor de vooraanstaande componisten en librettisten van het moment én de nieuwe generatie uit te dagen. Dat is exact wat we voor ogen hebben met twee parallel gepresenteerde opdrachtwerken: een opera door een gerenommeerde componist en een operadebuut van opkomend talent.

Macbeth Underworld is een titel die onwillekeurig tot de donkerste helft van onze verbeelding spreekt. Deze derde Muntopdracht aan de Franse componist Pascal Dusapin wordt een nachtmerrie vol sound and fury, waarin niet zozeer de machtsmens maar wel het mysterie Macbeth uit de schaduwen treedt.De twee gidsen in dit macabere schimmenrijk zijn gelukkig betrouwbaar: onze muziekdirecteur Alain Altinoglu en de Franse Shakespeare-sensatie Thomas Jolly. Hetzelfde geldt voor Georg Nigl en Magdalena Kožená, die in de huid kruipen van het diabolische koppel.

© Charlotte Chauvin

Ook in Le Silence des ombres gaat het om wat zich eerder laat raden dan beschrijven. Benjamin Attahir, uithangbord van de nieuwe generatie Franse componisten, zet de Trois petits drames pour marionnettes van Maurice Maeterlinck op muziek, stukken die zich in al hun suggestiviteit en compactheid uitstekend lenen tot een operabewerking. Samen met schrijver-regisseur Olivier Lexa, een debuterend team ontwerpers en een cast jonge zangers en muzikanten roept hij een universum op waarin veel ongezegd en ongezien blijft, maar daarom nog niet onbezongen.

Facciamo qualche altra esperienza. Don Alfonso (Così fan tutte, tweede bedrijf, tafereel 9)

Een tweede constante in de komende seizoenen krijgt vorm in het herculische operaproject aan het begin van de lente, waarbij telkens meerdere verwante stukken samengebracht worden in één overkoepelende dramaturgie. De Trilogia Mozart Da Ponte is in die zin meer dan de som van de drie meesterwerken die zijn voortgekomen uit Mozarts samenwerking met librettist Lorenzo Da Ponte. Zowel Le nozze di Figaro, Così fan tutte en Don Giovanni zullen zich afspelen op één en dezelfde locatie en op één en dezelfde dag: het appartementsgebouw bij u om de hoek, een van die folli giornate die ons leven helemaal overhoop gooien. We hebben vooral gezocht naar de tijdloze emoties in deze stukken, en die zaken die ons steeds opnieuw herbevestigen in onze condition humaine, inclusief de kleine kantjes. Alle drie de opera’s, afwisselend gedirigeerd door Antonello Manacorda en Ben Glassberg, worden integraal uitgevoerd en staan volledig op zichzelf, maar pas in samenspel met elkaar geven ze al hun geheimen prijs. De minutieus uitgewerkte dramaturgie van het regiecollectief Clarac-Delœil > le lab biedt u immers, avond na avond, een dieper inzicht in de parallellen tussen de personages en thema’s van deze werken, en zet de revolutionaire kantjes ervan in de kijker.

© Charlotte Chauvin

In de maand voorafgaand aan deze trilogie kunnen jongeren alvast uitgebreid kennismaken met deze onbetwiste klassiekers via de muziektheateradaptaties van Tom Goossens. Don Juan en Così palmden de voorbije jaren al het publiek van Theater aan Zee in en worden dit seizoen hernomen in het Théâtre National Wallonie-Bruxelles en KVS. De Munt nodigt de jonge Belgische theatermaker uit om zijn eigen trilogia te vervolledigen met Le Nozze.

Mes voix qui s’étaient tues,
les voilà de nouveau qui parlent ! Jeanne (Jeanne d’Arc au bûcher, tafereel 7)

Buiten deze twee zwaartepunten biedt de rest van de operaprogrammering u opnieuw een aantal klassiekers en zeldzame werken. Er is, om te beginnen, het herfsttweeluik rond de iconische figuur van Jeanne d’Arc, omkaderd door de familievoorstelling Sterke Vrouwen.

Van de zesentwintig opera’s die Verdi gecomponeerd heeft, zijn er niet al te veel die hun Muntpremière nog moeten beleven, maar Giovanna d’Arco is er toch één van. Dit sensatierijke dramma lirico mag dan al eens een loopje nemen met de historische feiten, het komt de dramatische opbouw en de muziek alleen maar ten goede. Giuliano Carella dirigeert dit al te zelden opgevoerde werk in een concertante versie met voorop sopraan Salome Jicia, vaandeldraagster van het belcanto.

Veel breekbaarder en spiritueler is de maagd in Jeanne d’Arc au bûcher, het mystère lyrique van Arthur Honegger en Paul Claudel uit 1935. De Franse schrijver, een diepgelovige katholiek, zou zijn aanvankelijke twijfels over dit project hebben laten varen na een visioen tijdens een treinreis richting Brussel. Symbolische anekdotiek of niet, het resultaat is ontegensprekelijk visionair: een koortsdroom voor zang en spreekstem, die zich met evenveel recht opera, oratorium, mysteriespel en antiek drama kan laten noemen. We presenteren de bejubelde productie van de Italiaanse podiumfilosoof Romeo Castellucci, met in de titelrol de uitzonderlijke actrice Audrey Bonnet. Kazushi Ono dirigeert voor het eerste opnieuw een opera in het huis waar hij zes jaar lang muziekdirecteur is geweest.

© Charlotte Chauvin

In weerwil van wat de titel, de componist en de speelperiode doen vermoeden, is Les Contes d’Hoffmann niet echt een feeërieke eindejaarsoperette met satirische afdronk. In de laatste jaren van zijn leven zette Jacques Offenbach alles op alles om met dit even fantasievolle als verontrustende portret van de Duitse dichter E.T.A. Hoffmann opgenomen te worden in het pantheon van de ‘echte operacomponisten’. Hij zou zijn erkenning slechts postuum halen, want hij stierf nog voor de première en lang voor het werk zou uitgroeien tot een echte klassieker. Patricia Petibon en Nicole Chevalier brengen alternerend alle vier de sopraanpartijen: “Drie vrouwen in eenzelfde vrouw!” Als muze inspireren ze zo niet alleen de onfortuinlijke Hoffmann – Eric Cutler en Enea Scala, in deze productie geportretteerd als vertwijfelde cineast – maar ook dirigent Alain Altinoglu en regisseur Krzysztof Warlikowki.

Die laatste is ongetwijfeld vertrouwd met het werk van Stanisław Moniuszko. De vader van de Poolse opera is, zeker in het Westen, nog te weinig bekend, maar 2019, het jaar van zijn tweehonderdste verjaardag, kan daar misschien verandering in brengen. De Munt zet hem alvast in de kijker met Moniuszko à Paris, een nieuwe kameropera van Andrzej Kwieciński – dit keer wél in onvervalste operettestijl! Een productie gerealiseerd in samenwerking met het Teatr Wielki Warschau en de jonge talenten van ENOA, het European Network of Opera Academies.

De twee laatste opera’s van het seizoen plaatsen elk op hun manier de droom, het verlangen en de illusie centraal. Bij Hermann, de hoofdfiguur in Peter Tsjajkovski’s Schoppenvrouw, glijdt dat al snel af naar het obsessieve, wat dirigente Nathalie Stutzmann uit iedere noot van de koortsachtige partituur zal laten spreken. In Richard Strauss’ Der Rosenkavalier, daarentegen, krijgt het afscheid van de liefdesdroom en de jeugd van de Marschallin zelfs op de meest bittere momenten nog een zoet randje, en mag Alain Altinoglu zijn orkest door enkele van de meest elegante bladzijden twintigste-eeuwse muziek walsen. Beide opera’s vragen om overtuigende acteerprestaties en worden met de diepgravende personenregie van respectievelijk David Marton en Damiano Michieletto vorstelijk bediend. In beide producties kijken we uit naar roldebuten van enkele Muntlievelingen: Anne Sofie von Otter als Gravin, Sally Matthews als Marschallin en Michèle Losier in de rol van Octavian.

© Charlotte Chauvin

Dat Strauss en Tsjajkovski ook op symfonisch gebied giganten zijn, blijkt uit de opspelende keuzestress bij het samenstellen van onze concertprogrammering. Welke stukken niet te brengen? Muziekdirecteur Alain Altinoglu is er uiteindelijk uitgeraakt en dirigeert dit seizoen zijn persoonlijke best of van beide componisten, naast onder meer een all-American nieuwjaarsprogramma en hedendaagse composities. Onze symfonische samenwerking met de federale partners BOZAR en Belgian National Orchestra zet zich door in een nieuwe editie van United Music of Brussels, een gezamenlijk slotconcert met de Carmina burana van Carl Orff en uitgebreide aandacht voor componist Pascal Dusapin.

Verder blijven we als één van de weinige Belgische cultuurhuizen de liedkunst actief verdedigen met een rijk aanbod recitals. Zeven liedavonden (waaronder een geënsceneerde creatie) bieden u evenveel internationale liedspecialisten, die zich voor u in de gezongen poëzie van bekende en vergeten componisten verdiepen en in hun programma’s verwijzen naar de opera- of concertaffiches van het moment. Daarbovenop presenteren we in het kader van de Concertini op vrijdagmiddag ook een speciale reeks miniconcerten met solisten uit de Trilogia Mozart Da Ponte.

Und an mein Herz drück’ fest dein Herz, dann schlagen zusammen die Flammen! (Dichterliebe, Robert Schumann – Heinrich Heine)

Als derde grote pijler van dit nieuwe mandaat is het mijn wens om als federale instelling over de verdelende communautaire grenzen heen te kijken en daarnaast ook op ecologisch vlak onze verantwoordelijkheid te nemen.

Met het Théâtre National Wallonie-Bruxelles en KVS, de cultuurhuizen van de Franstalige en Vlaamse Gemeenschap in Brussel, ontwikkelen we een gemeenschappelijke coproductie- en copresentatiepolitiek, die we zichtbaar maken onder een nieuwe naam: Troika. Het achterliggende idee is eenvoudig: in het hart van Brussel de meervoudige, meertalige identiteit van België vieren, door het publiek uit te nodigen op ontdekking te gaan in de andere huizen, over de institutionele grenzen heen, en er kennis te maken met het werk van vertrouwde en nieuwe artiesten. Dat resulteert dit seizoen in een ambitieus dansproject Troika Dance, waarbij u via een voordeelpas het werk van de vaste choreografen in elk van de drie instellingen kunt ontdekken. De Munt van zijn kant blijft in samenwerking met het Kaaitheater het repertoire van Anne Teresa De Keersmaeker presenteren, dit seizoen onder meer met Rain Live op het podium van de Munt. Daarnaast verwelkomen we ook Sidi Larbi Cherkaoui en de nieuwste creatie van Sasha Waltz.

© Charlotte Chauvin

Recent werd in de Munt het initiatief ‘Green Opera’ gelanceerd, dat de zorg voor zowel milieu als klimaat in onze activiteiten moet verankeren. We verbinden ons ertoe om in te zetten op duurzamere mobiliteit, de toxiciteit van onze gebruikte producten te verminderen, zoveel mogelijk ecologisch verantwoorde materialen aan te kopen en de levenscyclus van bestaande materialen te verhogen door hergebruik.

Eén van de kerntaken van cultuur blijft immers om na te denken over hoe we in een steeds veranderende context kwaliteitsvoller kunnen samenleven. Het is mijn wens om dit nog een aantal jaren samen met u, onze medewerkers en onze artiesten te blijven doen. Met een positieve ingesteldheid, een besef van onze maatschappelijke verantwoordelijkheid, en in het vertrouwen dat samenwerken belangrijker is dan tegenwerken. Op alle vlakken.

Peter de Caluwe

Deel deze pagina