Het federale operahuis in de hoofdstad van Europa

LA MONNAIE DE MUNT

Is er eigenlijk iets wat deze vrouw niet kan? Barbara Hannigan zette als sopraan enkele onvergetelijke roldebuten neer in de Munt, begeleidt jonge zangers met haar eigen mentorship-programma, won tussendoor een Grammy en keert nu terug naar Brussel voor… haar debuut als operadirigente! Aan het hoofd van het collectief LUDWIG dirigeert ze een semiscenische versie van Stravinsky’s The Rake’s Progress. Een gesprek met een muzikale wonder woman.

© Klarafestival

Barbara Hannigan : Toen ik mij voor het eerst waagde aan het dirigeren – intussen al acht jaar geleden! – had ik niet meteen een carrièreswitch in gedachten. De bedoeling was om slechts één concert te dirigeren, en that’s it. Maar al vóór de opvoering had ik een bijzonder gevoel bij het concert: een soort verantwoordelijkheid die ik nooit eerder ervaren had. Noem het gerust zelfs een soort ‘oudergevoel’. Dat woord is belangrijk. Weet je, als zanger kan je je veel meer gedragen als een kind (lacht). Je kan het je in die rol veel meer permitteren om speels te zijn, of soms zelfs wat tegendraads of egocentrisch. Als dirigent is dat volledig anders. Dan ben je als de ouder, verantwoordelijk… Ik herinner me dat dit ‘ouderlijke’ gevoel mij onmiddellijk enorm beviel. Ik wou dit gevoel en de wereld van de dirigent absoluut verder verkennen.

Gelukkig verliep mijn debuut als dirigent goed en ik kreeg nieuwe aanvragen voor producties waarbij ik als dirigent aantrad. En nu zijn mijn aantal engagementen als dirigent bijna even groot als die als zanger!

Hoe zou u uw stijl als dirigent omschrijven? U dirigeert bijvoorbeeld steevast zonder stokje…

Klopt, ik heb ooit wel geprobeerd om met de baton te dirigeren, maar het voelde niet juist aan. Mijn handen zijn gewoon te expressief! Ik wou niets toevoegen aan die gestiek, dat werkte voor mij alleen maar belemmerend. Of ik dan een bepaalde dirigeerstijl heb… Ik zou het niet kunnen zeggen. Ik zou zelfs mijn stijl als zangeres niet weten te beschrijven. Wat ik probeer te doen als muzikant – zangeres of dirigent – is de muziek te incorporeren. Letterlijk: ik probeer de muziek werkelijk op te nemen in mijn lichaam, om die vervolgens opnieuw uit te drukken via mijn lichaam.

Mijn ervaring als zangeres helpt overigens wel bij mijn dirigeren. Als zanger ben je immers een “professioneel ademhaler”. Ofwel ben je aan het zingen, ofwel aan het ademhalen. Beide doe je heel bewust. Dat gevoel en bewustzijn van ademhalen, die natuurlijke frasering, is iets dat ik meeneem bij het dirigeren.

Welke plaats neemt The Rake’s Progress in in uw repertoire?

Mijn relatie met het stuk gaat al lang terug! Toen ik 23 jaar was, kreeg ik de kans, toen nog als understudy, om de rol van Anne Trulove te zingen. Het was de allereerste grote rol die ik voor mij rekening nam en ik was er meteen aan verslingerd. Ik heb de rol sindsdien meerdere keren vertolkt. Toen ik besloot een opera te dirigeren, leek het bijzonder natuurlijk en logisch dat de eerste opera die ik ooit gezongen heb, ook de eerste opera is die ik zou dirigeren.

Het verhaal en de muziek van The Rake zijn gewoonweg zo fantastisch. Het is een tijdloze fabel, over liefde en trouw, over eerlijkheid, hebzucht en het verliezen van je waarden. Je kan niet zeggen dat het een oud of nieuw verhaal is; het is gewoon menselijk, altijd bij ons. De personages zijn zo fascinerend… Ergens zijn ze stereotyp en muzikaal hebben ze bijgevolg elk min of meer hun eigen harmonische structuur. Maar ik probeer er in mijn vertolkingen toch voor te waken ze niet té cliché neer te zetten. Van Nick Shadow bijvoorbeeld, de duivel, wil ik net het menselijke kantje laten zien. Hij is zo overtuigend, net omdat hij zo aardig is. En bij Anne Trulove probeer ik dan weer om het naiëve kantje ervan af te vijlen.

© Klarafestival
The Rake’s Progress brengt u samen met het Nederlandse LUDWIG ensemble, een groep waarmee u intens samenwerkt.

De muzikanten van LUDWIG vormen een flexibel collectief. Met het ensemble werk ik nu al een jaar of negen samen, maar de afzonderlijke muzikanten kwam ik al tegen in projecten met andere orkesten en groepen. De samenwerking loopt zo goed omdat we er dezelfde muzikale ideeën op nahouden. We zijn allemaal nieuwsgierig, nemen risico’s. En dat loont: in 2018 nog wonnen we samen voor het album Crazy Girl Crazy onder meer een Grammy Award en de Klara Muziekprijs voor Beste internationale cd.

De zangers komen uit uw eigen project Equilibrium.

Inderdaad. Equilibrium is een mentorschapsproject voor jonge professionele muzikanten, hoofdzakelijk zangers. Ik heb Equilibrium een aantal jaren geleden opgericht, om iets terug te kunnen geven aan de muziekgemeenschap. De gulle begeleiding die ik destijds van mijn mentoren genoot, wil ik op mijn beurt geven aan de jongere generatie zangers. Maar ik wou dit mentorschap formaliseren en binnenbrengen in het professionele veld, zoals bij een officiële leertijd. Het is niet zozeer een scholingstraject, maar eerder een stage. Vele van de muzikanten van Equilibrium treden nu reeds op bij gerenommeerde ensembles en orkesten. Ik help hen dan ook vooral bij zaken als discipline, concentratie en gezondheid, elementen die niet tot het puur zangtechnische behoren maar wel cruciaal zijn om je staande te houden in wereld van de klassieke muziek.

De regie van deze productie is in handen van de Zweedse regisseur Linus Fellbom. Kunt u al een tipje van de sluier lichten van zijn concept?

Toen ik een regisseur zocht voor deze productie, heeft Anne Sofie von Otter mij Linus aangeraden. Een gouden tip! Net zoals ikzelf, verdeelt ook hij zijn tijd tussen twee kunstvormen: hij begon zijn carrière als een lichtontwerper, alvorens zich daarnaast toe te leggen op regie.

Het centrale uitgangspunt van Linus’ regie is de idee van gadeslaan. Alle zangers, het koor en orkest zijn onafgebroken aanwezig op het podium. Iedereen is constant getuige van wat er zich afspeelt. Verder bevindt er zich een object centraal op het podium, een soort grote doos die openbreekt aan het begin van de opera. Uit die doos komt een van de personages… De uitgevouwen doos verwordt vervolgens als het ware tot het speelveld van de opera.

Is het bijzonder om terug te komen naar Brussel?

Absoluut, het is altijd geweldig in Brussel! Ik treed al vele jaren op in De Munt, in producties met muziek van Dusapin, Hosakawa, Defoort en Ligeti. En natuurlijk niet te vergeten: mijn debuut in de rol van mijn leven, beleefde ik ook in De Munt. In 2012 speelde ik er Lulu, in de gelijknamige opera van Alban Berg. Bij Klarafestival was ik natuurlijk ook al te gast, als Belinda in Jan Decortes productie van Dido and Aeneas bijvoorbeeld.

Brussel heeft dus een bijzondere plaats in mijn hart, en ik kijk er ontzettend naar uit om The Rake’s Progress te brengen in De Munt tijdens Klarafestival!

Gepubliceerd met de vriendelijke toestemming van het Klarafestival.

Deel deze pagina