Het federale operahuis in de hoofdstad van Europa

LA MONNAIE DE MUNT

De tien laatste seizoenen stond hij tien keer op het podium van de Munt. Het applaus bij de curtain call werd er alleen maar geestdriftiger op. Nu zingt Scott Hendricks de titelrol bij de wereldpremière van Frankenstein. Reden genoeg voor een interview met onze favoriete American in Brussels, over bad guys, het wel en wee van een wereldcreatie en uiteraard zijn nieuwe rol.

Uit dode woorden en noten een volledig nieuw personage tot leven wekken: is iedere zanger die meewerkt aan een wereldcreatie niet een beetje Frankenstein?

Ik denk dat elke kunstenaar wel iets prometheïsch in zich draagt. Maar het klopt dat dit een totaal ander proces is dan pakweg een nieuwe productie van Rigoletto. Alles ontstaat from scratch. Zowel makers als publiek hebben niets om het mee te vergelijken: geen referentieopnames die de luisterervaring sturen, geen ensceneringstraditie om verder te zetten of te ondergraven. Omdat er, buiten de artistieke kwaliteitseis, geen specifieke verwachtingen zijn, sta je met een andere attitude in de repetitiezaal.

Vertrekt Frankenstein wel from scratch? Staan de iconische Hollywood-versies van de ambitieuze wetenschapper en zijn “monster” niet in het collectieve netvlies gebrand?

Ja en nee. Ik heb me ter voorbereiding voor deze rol verdiept in de representatiegeschiedenis van Frankenstein: van Mary Shelleys roman tot de donkerste krochten van de trash cinema. Uiteraard kom je dan vroeg of laat uit bij de film met Boris Karloff uit 1931. Die ging voor de decors en kostuums te leen bij de Dracula-verfilming uit hetzelfde jaar en zou het beeld van The Creature voor altijd veranderen in dat van een lethargische moordmachine, door een bezeten wetenschapper tot leven gewekt in een gothic kasteel. Maar daar heeft deze operaproductie eigenlijk maar weinig uitstaans mee. Àlex (Ollé, regisseur van deze productie, nvdr.) wil de clichés van de mythe schrapen en op een originele manier terugkeren naar de bron.

Hoeveel vrijheid krijg je als zanger om zo’n nieuw personage in te vullen?

Ik vind het moeilijk om een harde lijn te trekken tussen mijn persoonlijke ideeën en wat er voortkomt uit mijn respons op de input van collega’s. Je hoort wel eens de spreuk “there are too many chefs in the kitchen”. Bij het repetitieproces van een nieuwe opera komt echter zoveel kijken, dat iedere kok welkom is (lacht). En iedereen – Àlex, componist Mark Grey, librettiste Júlia Canosa i Serra, de andere leden van de cast – voegt op een bepaald moment ingrediënten toe aan de figuur van Victor Frankenstein, kruidt hem hier en daar bij. Ik ben nu op het punt gekomen dat ik stilaan weet hoe ik hem zal serveren.

Verdi’s Macbeth en Il Conte di Luna (Il trovatore), Sweeney Todd, Tonio in I Pagliacci, Barnaba in La gioconda en binnenkort de seriemoordenaar M in Berlijn… Waarom bellen operadirecteurs Scott Hendricks als ze een bad guy nodig hebben?

(met een samenzweerderige grijns) Wel, dat zou je aan hen moeten vragen. Ik vermoed dat het eigenlijk gewoon te maken heeft met de rol die de baritonstem in de opera vervult. Volgens een boutade is opera het verhaal van een tenor die verliefd is op een sopraan, maar daarbij gedwarsboomd wordt door een bariton. En in de regel zijn dat vooral vaders en slechteriken (lacht). Zoveel keuze is er dus niet. Maar het klopt dat ik me graag op de uitdaging stort, om de volle psychologische rijkdom uit een evil personage te puren.

© B. Uhlig
In welke categorie hoort Victor Frankenstein thuis? Is hij in zijn blinde hoogmoed en ambitie kwaadaardig, of toch eerder een falende vaderfiguur?

In deze productie eerder het tweede. We onderzoeken vooral de relatie tussen Victor en zijn schepsel. Zijn nalatigheid in de bekommernis om diens gevoelens. Het feit dat hij niet terugdeinst voor emotioneel geweld. En wat dat uiteindelijk aanricht bij een mens, die a priori even onschuldig en onbevangen is als iedere andere “pasgeborene”.

Componist Mark Grey dacht voor de rol van Victor Frankenstein meteen aan jou en schreef de partij ook op maat van jouw stem.

Mark en ik zijn al lange tijd goeie vrienden. In 2008 schreef hij de baritonpartij van zijn “Navajo oratorio” Enemy Slayer voor mij, en ook toen gingen we samen na waar de kwaliteiten van mijn stem precies lagen en wat er mogelijk was qua tessituur. Toen Frankenstein op de rails werd gezet, vloog ik in november 2015 naar San Francisco om met hem de contouren voor deze rol vast te leggen. De voorbije vier jaar heb ik heel wat feedback kunnen geven, en dat proces loopt door eigenlijk door tot vandaag: omdat de opera nooit werd “geworkshopt”, d.w.z. een paar jaar voor de eigenlijke creatie al eens doorgespeeld met een deel van de cast, ontdekken we nu nog tal van passages waaraan gesleuteld kan worden. En Mark is daar ook steeds toe bereid, als blijkt dat iets dramaturgisch gezien niet helemaal werkt. Je begrijpt meteen ook waarom pragmatische componisten als Verdi en Mozart hun opera’s zijn blijven bijschaven tijdens de repetities, of waarom Puccini nog na de première van Madama Butterfly aan de slag ging voor een tweede versie. Het geniale meesterwerk, dat zich als in een visioen meteen in zijn meest volmaakte vorm openbaart aan de kunstenaar, is een illusie; de sacrale autoriteit van de originele partituur vaak onterecht.

Als uitsmijter nog een vraag over de Belgische biercultuur, die je tijdens je vele verblijven in Brussel hebt weten te waarderen: welk bier mag de liefhebber als teken van waardering steeds opsturen naar je loge?

(lacht) Uitstekende vraag. Wel, mijn favoriet is Wieze, maar een trappist of La Chouffe kan er ook nog net door.

Opgetekend door Pieter Baert

Deel deze pagina