Het federale operahuis in de hoofdstad van Europa

LA MONNAIE DE MUNT

Voor zijn regie van La Gioconda bedacht Olivier Py een duister en mysterieus Venetië. Hij vormt ons podium om tot een ondergronds industrieel paleis dat onder water is gelopen, een verontrustend beeld voor een maatschappij die de fundamentele menselijke waarden uit het oog verliest.

De scenografie van deze voorstelling wil het lyrisme sterker doen uitkomen van deze bijzonder intense opera waarin de zanglijn, zo belangrijk in Amilcare Ponchielli's schriftuur, wel eens dreigt te verdwijnen in het klankmagma van een orkest van meer dan 80 musici. Dat is de reden waarom het decor, in de vorm van een trechter die naar het publiek is gericht, tegelijk de stemmen wil versterken en als luidspreker wil fungeren, net zoals het water dat met zijn aanwezigheid de harmonische effecten verrijkt. We maken van de gelegenheid gebruik om de mechanismen van de akoestiek in opera's te onderzoeken, en meer specifiek de bijzondere kenmerken van onze Grote Zaal.

ENKELE BELANGRIJKE PRINCIPES

De akoestische kwaliteit van een schouwburgzaal hangt af van haar isolatie tegen lawaai van buitenaf en van de waarneming van de klankbronnen binnenin. Aangezien bij opera de aandacht van het publiek gefocust is op wat er zich op het toneel afspeelt, bevindt het orkest er zich in een orkestbak om hen aan het zicht te onttrekken. Een goede verstaanbaarheid van de gezongen tekst vereist ook een korte afstand tussen de acteurs en het publiek, vandaar de aanwezigheid van vele niveaus van balkons, zodat bij de bouw van een zaal de voorkeur wordt gegeven aan hoogte in plaats van diepte.

De grootste uitdaging inzake akoestiek is om de nagalmtijd van de geluidsgolven in de zaal op punt te stellen en koste wat kost een overmatige echo te vermijden aangezien deze het luisteren verstoort. De geluidsgolven verspreiden zich, komen in contact met de muren en de verschillende obstakels in de zaal, bijvoorbeeld een zetel of een persoon, en gedragen zich volgens de wetten van de fysica afhankelijk van de kwaliteit van het voortgebrachte geluidssignaal en de materialen die het ontmoet.

De concrete grenzen van de zaal en de voorwerpen die zich erin bevinden kunnen door hun vorm of materialen een geluid absorberen of weerkaatsen. Zoals we daarnet vermeldden, bemoeilijkt te veel nagalm vanuit muzikaal oogpunt het luisteren, omdat de klanken tegen elkaar botsen en zich met elkaar vermengen tot een onaangename geluidsbrij. Te veel absorptie leidt dan weer tot een droge klankweergave die net zo schadelijk is als een overmatige echo, want een goede muzikale kwaliteit vergt een aangehouden, mooi afgeronde klank. Bijgevolg hangt de ideale akoestiek van een zaal vooral af van het harmonieus op elkaar afstemmen van haar afmetingen, vorm en inrichting, nog los van de gebruikte materialen voor zetels, loges, decoratie, vloer en muren.

DE BAROKKE KLANK

Zoals vele andere Europese operazalen begint de geschiedenis van de Koninklijke Muntschouwburg met de bouw van de eerste generaties barokke schouwburgzalen, eerst in Italië en vervolgens op het hele continent tussen 1630 en 1740. Deze zalen combineren de akoestische kenmerken van de kleine zalen die voorbehouden waren voor recitals, met de kenmerken van de grote operahuizen uit de 19de eeuw.

In die tijd was het hoefijzerplan met loges aan weerskanten van het podium de basisvorm waaraan de Italiaanse architecten de voorkeur gaven bij het bouwen van een theaterauditorium, een model dat meer dan twee eeuwen lang ook buiten Italië werd gevolgd. Wat de akoestiek betreft, was het debat onder de deskundigen op het gebied van theaterbouw al in de 17de en 18de eeuw vooral gericht op de vormgeving en de gebruikte materialen. Er werd geëxperimenteerd met verschillende vormen, zoals de cirkel, de afgesneden ovaal, de U-structuur, de ellips of het hoefijzerplan waarvan de vorm ook vergelijkbaar is met die van een lier en dat uiteindelijk de Europese standaard werd.

Deze theaters werden hoofdzakelijk gemaakt van hout, een akoestisch absorberend materiaal, vooral wat de basklanken betreft. De uitstekende gedeeltes die gevormd werden door de loges en de rijkelijke inrichting van die loges (tapijten, gordijnen en hoogwaardige zetels) werkten als geluidsabsorberende cellen voor de hoge en middenfrequenties, terwijl hun gewelfde versieringen de wat dichtere geluidsgolven weerkaatsten. Dat zorgde voor een muzikale helderheid die de bijzonder gedetailleerde articulatie van de barokopera's mogelijk maakte. Balkons, loges, stucwerk en decoratie zorgden ook voor een lichte verspreiding van de weerkaatste klanken, een van de elementen die verondersteld werden mee in te staan voor het aangename geluid in deze theaters.

Twee andere architecturale kenmerken bevoorrechtten de klankprojectie van de zangers naar het publiek toe: de aanwezigheid van zijmuren en vooral een boog die het hele voortoneel overspande en de geluidsgolven die op het podium werden voortgebracht gunstig weerkaatste, zelfs wanneer de kunstenaar aan de zijkant of onder een hoek speelde. Al deze elementen samen zorgden voor een natuurlijke akoestiek, verfraaid met een ideale balans tussen zang en orkest.

IN DE MUNT

De eerste Koninklijke Muntschouwburg werd gebouwd van 1696 tot 1700 door Paolo en Pietro Bezzi.

Onderzoek in aanvulling op het beschikbare archiefmateriaal heeft kunnen achterhalen dat ze de bovengenoemde Italiaanse barokke kenmerken had, waaronder bijvoorbeeld het bijna exclusieve gebruik van hout. Het is echter bijzonder moeilijk om de evolutie van de akoestische omstandigheden binnen dit voortdurend evoluerende gebouw te achterhalen. In 1819 werd de oude zaal verkocht voor 200.000 frank alvorens te worden afgebroken en heropgebouwd. Deze tweede schouwburg werd in 1855 door een brand verwoest, waarop de stad Brussel de heropbouw toevertrouwde aan Joseph Poelaert.

Deze Belgische architect ontwierp een nieuwe zaal waarin neobarokke elementen naar Italiaans model gecombineerd werden met elementen in neo-empirestijl met Franse toets, zoals bijvoorbeeld de massieve reliëfversieringen. Vanaf de tweede loges tot aan het plafond werd alles afgebroken. Het nieuwe plafond overbedekte voortaan het hele schip, zelfs tot aan het voortoneel. Deze veranderingen werden niet alleen voor het zicht en de scenografische effecten gunstig geacht, maar ook vanuit akoestisch oogpunt, zoals destijds werd opgemerkt in het Feuilleton de l’Etoile belge:  " (....) het plafond boven het voortoneel is weggenomen. Deze nieuwe inrichting bezorgt het geheel een imposant karakter en lijkt ons tegelijkertijd zeer gunstig voor de akoestiek. De zanger wordt aldus bij het voetlicht geplaatst, bevindt zich in de zaal zelf en vult die helemaal met de schittering van zijn stemorgaan."

Van alle grote renovaties van de Munt, waaronder de renovaties die van 1985 tot 1986 tijdens het mandaat van Gerard Mortier werden uitgevoerd, hebben de meest recente (2015-2017) bijzondere aandacht besteed aan de akoestische effecten van bepaalde ingrepen. Dit werk werd geleid door een akoesticus die, zonder de globale akoestiek van de zaal drastisch te veranderen, wel een aantal zwakke punten moest aanpakken. Bij elke stap van de renovatiewerken werd elke technische ingreep voorgelegd aan deze specialist om de akoestische eigenschappen ervan te onderzoeken.

Al wordt onze zaal niet gekenmerkt door een specifieke klankkleur, toch moeten de stemmen van de zangers overal op gelijkwaardige wijze te horen zijn. Of anders uitgedrukt, de akoestische waarde van de zaal moet gelijk blijven, of deze nu leeg of vol is. Tijdens de recente werkzaamheden zijn verschillende maatregelen genomen om de geluidsparameters van het gebouw te behouden of op punt te stellen. Daarbij waren er twee optie. Enerzijds een empirische aanpak, die erin bestond projecties te maken en een reeks tests uit te voeren, en anderzijds een volledig 3D-model te maken waardoor vrijwel elk detail van de aanpassingen vooraf virtueel zou kunnen gecontroleerd worden. Om budgettaire redenen en om risico's te vermijden, werd gekozen voor de empirische oplossing om op die manier een aantal zeer specifieke tekortkomingen prioritair te kunnen aanpakken.

Al bij de renovaties van 2002 bijvoorbeeld werd de grote koepel van het plafond dat de kroonluchter ondersteunt licht vervormd, met als doel een bepaalde geluidsweerkaatsing tegen te gaan die we meestal aantreffen in een halfrond, waar een geluid dat ontstaat overal gelijk en onmiddellijk wordt gehoord, wat vaak een restecho in de zaal veroorzaakt. Onze loges hadden dan weer te lijden onder een al te absorberende akoestiek als gevolg van de zware achtergronddoeken die voor de scheidingswand waren gespannen. Het probleem werd opgelost door marouflage, een techniek die erin bestaat het doek direct op een harde muur te lijmen om de absorptie ervan te verminderen.

Anders dan bij tal van andere grote culturele instellingen, die steeds vaker terugkeren naar de houten plankenvloer voor hun parterre, hebben wij besloten om onze vloerbedekking in vast tapijt te behouden. Niettegenstaande het absorberende karakter van dit oppervlak, dempt het ook alle mogelijke nevengeluiden en het geluid van allerhande bewegingen die tijdens een voorstelling in de zaal worden uitgevoerd.

Bij het vervangen van onze zetels moesten de nieuwe modellen exact dezelfde rugleuningen, profielen en geluidsabsorptie-eigenschappen hebben als hun voorgangers, terwijl het sluitgeluid van het schommelmechanisme met tegengewichten dat de zitting dichtklapt diende gecorrigeerd te worden. Daarom hebben we twaalf oude zetels toevertrouwd aan de laboratoria van de universiteit van Leuven om al hun akoestische eigenschappen te testen. Na de productie van twaalf nieuwe exemplaren werden dezelfde tests uitgevoerd om de verschillen te analyseren en de nodige aanpassingen te maken om identieke resultaten te bekomen: zo moest bijvoorbeeld de geluidsweerkaatsende zone van de rugleuningen worden verdikt vooraleer de productie van de definitieve zetels kon beginnen.

Wat de geluidsisolatie van onze zaal voor geluiden van buitenaf betreft, blijft de situatie complex omdat de Munt een beschermd monument is. Zo is er weinig speelruimte om de deuren aan te passen die zich tussen de Grote Foyer en de gangen bevinden. Die deuren dateren uit 1860 en hebben slechts enkele beglazing. Hoewel ze het dubbele nadeel hebben dat ze geluidsoverlast slecht filteren en zelf lawaaierig zijn, bestaat er vandaag nog steeds geen overeenkomst om ze te vervangen. De laatste renovatiewerkzaamheden hebben het echter wel mogelijk gemaakt om de airconditioning geluidloos te maken en om de technische ruimtes, alle machinerie in de coulissen, de liften rond de zaal en de toneelliften akoestisch te isoleren.

HET LIED VAN HET WATER

Hoewel alle haalbare maatregelen zijn genomen om een hoge geluidskwaliteit in moderne operahuizen of na verbouwingen te waarborgen, is akoestiek een wetenschap in evolutie en is er nog veel te leren over het gedrag van geluidsgolven.

Wanneer Olivier Py en zijn team deze principes onderzoeken, is dit niet alleen om een bepaalde muzikale dimensie toe te voegen aan hun enscenering van La Gioconda. Dit werk maakt ook deel uit van een structurele dramaturgische reflectie. Ze stellen een scenografie voor van smachtende, nachtmerrie-achtige sferen. Het is een luguber carnaval waar elke noot en elk arpeggio gedurende één avond resoneert met een moeilijk te benoemen zweem van aquatische nuances, van sterfelijke loomheid.

Deel deze pagina