Het federale operahuis in de hoofdstad van Europa

LA MONNAIE DE MUNT

De sopraan Véronique Gens is een vaste waarde op ons podium. Ze debuteerde hier als Donna Elvira (Don Giovanni) en vertolkte daarop Iphigénie (Iphigénie en Aulide), Roi Gaële (Alceste), Vitellia (La clemenza di Tito) en meest recent nog Madame Lidoine (Dialogues des Carmélites). Daarnaast is ze ook een gedreven vertolkster van de Franse mélodie.

© Sandrine Expilly
Na een opmerkelijke rolvertolking als Madame Lidoine in Dialogues des Carmélites in de Munt, keert u op 11 februari 2019 terug naar de Munt voor een nieuw recital.

Het wordt een recital dat exclusief focust op de Franse mélodie, een repertoire met voldoende reikwijdte om alle sfeerwisselingen te bespelen. Bovendien wil ik ook vermijden om de zoveelste versie te brengen van overbekende liedcycli als Banalités of La Courte paille. Ik verlaat liever de platgetreden paden, allereerst door een bezoek te brengen aan Reynaldo Hahn, een componist die al te onbekend is gebleven en wiens uitzonderlijke kwaliteit en verscheidenheid aan liederen ik bijzonder kan smaken. Verder is er muziek van Gounod, de melancholie van Duparc, de lichtvoetigheid van Massenet die misschien niet zo diep graaft als Duparc – wat het moeilijk maakt om hem in te passen in een recitalprogramma – maar die een heel eigen charme heeft. Ik sluit af met de overbekende Fables van La Fontaine die bijzonder grappig op muziek zijn gezet door Offenbach, om het publiek met een opgewekt gemoed huiswaarts te sturen. Nogmaals, de Franse mélodie is zodanig rijk op zich dat het volstrekt overbodig is om er liederen van Schubert of Schumann aan toe te voegen, wat mij me wel eens wordt gevraagd.

Uw programma brengt ook een lied van Prins Edmond de Polignac, beter bekend als echtgenoot van een van de grootste Franse mecenassen dan als in München en Parijs opgeleide componist?

Zijn Lamento, op een tekst van Théophile Gauthier die door Berlioz werd gebruikt in Les Nuits d’été onder de titel Au cimetière, baadt in een bijzondere sfeer en telkens ik deze compositie zing bezorgt ze het publiek een moment van verwondering. Op vraag van de Munt, die binnenkort de opera Robert le Diable op de affiche heeft staan, heb ik ook enkele stukken van Meyerbeer voorzien. Maar met Meyerbeer bevinden we ons volop in de lichtere sfeer van de romance en de ballade. Wat er me opnieuw toe verplicht om oog te hebben voor de evenwichten tussen de componisten. Meyerbeer kun je niet naast Duparc plaatsen.

Vooraleer u te contacteren, herlas ik La Mélodie et le Lied van Rémy Stricker (1975). Het lijkt wel alsof in die periode de Franse musicologie de mélodie lager inschatte dan het Lied.

Niettemin heeft de Franse mélodie heel wat fraais te bieden! Vele werken zijn intussen gepubliceerd maar worden zelden of nooit uitgevoerd. Na zovele jaren knoop ik terug aan bij een aanpak die ik reeds meemaakte in de jaren 1990, met het Centre de musique baroque de Versailles waar men barokmuziek herontdekte die in bibliotheken stof lag te vergaren. Eenzelfde aanpak herbeleefde ik met het Palazzetto Bru Zane in Venetië, dat met zijn opzoekingswerk naar de Franse romantische muziek opnieuw de spot richtte op een muziek die sedert de 19de eeuw niet meer werd gezongen.

Werkte u met het Palazzetto Bru Zane samen om dit programma op te stellen?

Nee, dit is het resultaat van het opzoekingswerk dat ik met mijn trouwe compagnon Susan Manoff verrichtte. Eerst werken we elk afzonderlijk en dan komen we samen om dingen uit te testen en te kiezen wat ons het meeste plezier doet om te zingen en te spelen. Susan Manoff interesseert zich al lang in het repertoire van de mélodie en bezit over dit onderwerp een mooi gevulde bibliotheek.

© Franck Juery
Is er een thema doorheen dit recital?

Het gaat vooral om de zin en het plezier om uiteenlopende dingen op te duiken en te vertolken.

Voelt u zich dan eerder vertelster-dichteres of veeleer zangeres?

Noch helemaal het ene, noch helemaal het andere. Het is half om half. Ik zing geen recitals om briljante vocalises ten beste te geven of belcanto te brengen. Ik zoek naar iets meer intiems, iets eenvoudigers, naar een directe band met het publiek. Ik sta op het podium om een verhaal te vertellen aan de hand van sublieme teksten van grote Franse dichters. En het pianospel van Susan Manoff helpt me om in de sfeer te komen, om dat verhaal te vertellen.

Op het moment van dit interview repeteert u Berlioz' Les Troyens in de Opéra Bastille in een regie van Dmitri Tcherniakov. Kunt u ons daar al iets over vertellen.

Nee (lacht), behalve dan dat het iets grandioos wordt.

En wat volgt daarna?

Ik neem verder mijn rol op als ambassadrice van vergeten Franse muziek. Met veel recitals op mijn agenda. In maart zing ik de rol van Donna Elvira onder leiding van Antonello Manacorda in de Wiener Staatsoper, in mei ben ik in Bozar voor een Armide (Lully) met het Concert Spirituel onder leiding van Hervé Niquet, en in juni in het Théâtre des Champs-Élysées met alle vrijheid en blijheid die Maître Péronilla biedt, een komische opera van Jacques Offenbach die vervolgens wordt opgenomen door Bru Zane.

U doorkruist graag te voet de steden waarin u werkt. Wat zijn uw lievelingsplekjes in Brussel?

Nu ik er werk, loop ik niet meer met mijn neus in de wind om de stad te ontdekken, maar keer ik graag terug naar de Zavel, onder andere om er een beroemde chocolatier te bezoeken. Ook in de Sint-Hubertusgalerijen wandel ik graag rond. En op restaurant neem ik graag echte Belgische soepen, die spreken mij altijd aan.

Opgetekend door Benoit van Langenhove
 

Véronique Gens in onze productie van La clemenza di Tito uit 2012.
Véronique Gens in onze productie van La clemenza di Tito uit 2012. © Baus

Deel deze pagina