De Munt / La Monnaie DE MUNT / LA MONNAIE

Who’s who?

5 sleutelpersonages in Janáčeks ‘Uit een dodenhuis’

Leestijd
5 min.

In zijn laatste grote werk lapt Janáček resoluut een van de basisregels van het theater aan zijn laars: Uit een dodenhuis is een opera zonder helden.
Het stuk is een montage van ijzersterke dramatische taferelen en vertellingen, waarbij telkens andere protagonisten zich losmaken uit het anonieme mannenkoor. Soms voor de duur van een volledige scène, soms voor één enkele zanglijn.
De kleine twintig (!) solistenrollen uit elkaar halen stelt zowel voor de regisseur als de toeschouwer voor een stevige uitdaging. Het helpt dat, net als in iedere dystopie, ook in dit strafkamp iedereen gelijk is, maar sommigen meer gelijk dan anderen. Deze vijf gevangenen staan iets vaker in de spotlight en bieden de toeschouwer narratieve houvast.

Alexandr Petrovič Gorjančikov

Willard White als Gorjančikov
Willard White als Gorjančikov © ROH. Photo by Clive Barda

Vooraf: Behalve het feit dat deze aristocraat naar eigen zeggen is veroordeeld om politieke redenen en gekleed ging volgens de laatste Petersburgse mode, komen we maar weinig te weten over het verleden van Gorjančikov.

In het Dodenhuis: “Vandaag brengen ze een nobele Heer! Een edelman bij ons!” De allereerste zin van deze opera maakt het pijnlijk duidelijk: Gorjančikov is een outsider. Zijn materiële welstand – hij kan het zich veroorloven thee te drinken! – wekt afgunst op en zijn idealisme en culturele bagage zijn in deze ruwe mannengemeenschap eerder hinderlijke eigenschappen. Toch zorgt de komst van deze intellectueel voor dynamiek in de gevangenis, en het is aannemelijk dat hij de motor is achter de toneelopvoering in het tweede bedrijf. De enige die vrijwel onmiddellijk sympathie voor hem opvat is Aljeja. De genegenheid is wederzijds: Gorjančikov leert de jonge Tataar uiteindelijk lezen en schrijven, brengt hem het geloof bij en ontfermt zich over hem wanneer hij in de ziekenboeg belandt.

Skuratov

Pascal Charbonneau als Aljeja en Ladislav Elgr als Skuratov
Pascal Charbonneau als Aljeja en Ladislav Elgr als Skuratov © ROH. Photo by Clive Barda

Vooraf: In zijn jeugdjaren verlaat Skuratov Moskou. Na verschillende baantjes belandt hij als soldaat in het garnizoen van een kleine stad in het westen. Hij ontmoet er de mooie Luisa en wordt smoorverliefd op haar. Hij droomt er zelfs van om met haar te trouwen, maar ze is helaas beloofd aan een oude verre verwant die schatrijk is en haar doet beloven Skuratov nooit meer te zien. Wanneer Skuratov dit hoort, gaat hij hen opzoeken. Haast machinaal neemt hij een pistool met zich mee. Hij bedreigt er Luisa’s verloofde mee, er ontstaat ruzie, een schot wordt gelost. De jonge soldaat vlucht weg, maar wordt gevat en voor het gerecht gedaagd.

In het Dodenhuis: Skuratov slaagt er niet in zich aan te passen aan de leefomstandigheden in de gevangenis. Zijn mood swings zijn abrupt en soms, wanneer hij bijvoorbeeld met haast hysterische spontaneïteit begint te dansen en vervolgens uitgeput instort, ronduit onrustwekkend. Achtervolgd door de herinnering aan zijn Luisa deemstert zijn broze geest ongeneesbaar verder weg in de waanzin.

Luka Kuzmič

Štefan Margita als Luka Kuzmič
Štefan Margita als Luka Kuzmič © ROH. Photo by Clive Barda

Vooraf: Luka Kuzmič werd geboren in een kleine Oekraiënse provincie waar hij zich opdringt als een impulsieve clanoverste berucht om zijn uitspattingen. Hij kiest ervoor om zich aan te sluiten bij het leger in de hoop om snel carrière te maken en triomfantelijk naar het dorp terug te keren. Maar de ziekelijke trots van de jongeman en zijn afkeer voor gezag zorgen ervoor dat hij een eerste keer in de gevangenis terechtkomt, voor landloperij. Zelfs in de gevangenis ergert de administratieve hiërarchie hem zozeer dat hij met zijn Oekraïense medegevangenen een rebellie opzet. De commandant komt in het conflict tussenbeide en in de woordenwisseling die daarop volgt vermoordt Luka hem met een messteek in zijn buik.

In het Dodenhuis: Luka is er schoenmaker, een taak waarin hij wordt bijgestaan door de jonge Aljeja. Hij wordt tot de leiders van de andere gevangenen gerekend. Hij voelt zich wat superieur tegenover zijn onfortuinlijke metgezellen, maakt hen vaak belachelijk en lokt tal van ruzies uit.

Aljeja

Pascal Charbonneau als Aljeja
Pascal Charbonneau als Aljeja © ROH. Photo by Clive Barda

Vooraf: hoe en waarom deze jonge Tataar uit Dagestan in dit strafkamp is beland, weten we niet. Wel dat zijn moeder na zijn veroordeling van verdriet is gestorven.

In het Dodenhuis: zijn jeugdige leeftijd en zachtaardige karakter zijn in deze omgeving verre van troeven. De kwetsbare Aljeja staat dan ook helemaal onderaan de hiërarchische ladder. In al zijn leergierigheid en naïeve onschuld symboliseert hij meer dan wie ook de hoop op een ander leven, een nieuw begin. En de komst van de intellectueel Gorjančikov, die zich als een vader over hem ontfermt, geeft richting aan die hoop. Aljeja leert lezen en schrijven, doet met talent en overtuiging mee aan het toneel in het tweede bedrijf en komt zelfs fysiek tussenbeide wanneer zijn vriend in het nauw wordt gedreven. De levensgevaarlijke verwondingen die hij daarbij oploopt, vormen een laatste rite de passage. De toekomst is aan hem.

Šiškov

Johan Reuter als Šiškov tijdens de voorstellingen in Covent Garden
Johan Reuter als Šiškov tijdens de voorstellingen in Covent Garden © ROH. Photo by Clive Barda

Vooraf: Tijdens zijn jonge jaren raakt Šiškov bevriend met de turbulente Filka Morozov. Die maakt Akulka het hof, de jongste dochter van zijn rijke werkgever. Na een financieel meningsverschil met de oude man wijst Filka Akulka af. Hij verkondigt hardop dat hij intieme betrekkingen had met het jonge meisje en maakt haar publiekelijk te schande. Iedereen mijdt haar, maar Šiškov beslist om haar te huwen, haast bij wijze van spel. Eens het huwelijk is gevierd, zakt de gehoonde Šiškov weg in alcoholisme. Zelfs het feit dat hij de ontroerende onschuld van zijn echtgenote ontdekt, verandert daar niets aan. Integendeel: wanneer Filka op de dag van zijn indiensttreding zijn excuses aanbiedt aan Akulka en ze diezelfde dag bekent dat ze nog steeds gevoelens koestert voor haar voormalige aanbidder, kraakt er iets in hem. Het dagelijks leven van de jonge vrouw verandert in een aaneenschakeling van huishoudelijke geweldplegingen en op een dag stelt Šiškov voor om de velden in te trekken. Halfweg, midden in de bossen, snijdt hij haar de keel over.

In het Dodenhuis: Šiškov brengt het merendeel van zijn gevangenschap door in de ziekenboeg waar hij zijn traumatische ervaringen steeds opnieuw herbeleeft. Het noodlot herenigde hem met Filka, die een nieuwe naam heeft aangenomen. Welke wraak heeft Šiškov bedacht op de man die zijn leven ruïneerde?