Matsukaze
Libretto von Hannah Dübgen nach dem gleichnamigen Noh-Spiel von Zeami
KORTE INHOUD
Zee
In de avondschemering zwerft een monnik langs de kust van Suma. Hij ziet er een eenzame den, met een houten plaatje waarin twee namen gekerfd zijn: Matsukaze – “wind in de dennen” – en Murasame – “herfstregen”. Er staat ook een gedicht te lezen over het vertrek van een man en zijn afscheid, ondanks zijn liefde voor een vrouw. Een visser verwondert zich over de onverwachte komst van een monnik naar deze streek. De monnik vertelt hem dat hij uit de hoofdstad vertrok op pelgrimstocht, en dat deze toch hem nu, in de herfst, langs de kust van Suma leidde. De visser doet hem het relaas van twee jonge zussen, Matsukaze en Murasame, die in een zouthuis woonden en begraven werden waar deze den groeit, de immergroene den die aan de cyclus van de seizoenen lijkt te ontsnappen. De monnik blijft alleen achter aan de zee en kijkt hoe de zon ondergaat en de maan opkomt. In de verte ziet hij een zouthuis. Hij gaat er heen en valt in slaap op de drempel.
Zout
In de ijskoude schemering haasten de twee zussen, Matsukaze en Murasame, zich om hun moeilijke en afmattende taak te voltooien. Ze moeten hun emmers met zeewier vullen, nog voor de nacht valt en het vloed wordt. Matsukaze citeert een gedicht van Yukihira. Bij het horen van zijn naam stromen de tranen over de wangen van haar zus. Ze wijzen naar de immergroene den op het strand en verlaten met hun zware kar de branding.
Nacht
De monnik wordt gewekt door de komst van Matsukaze en Murasame. Hij vertelt hen wie hij is en wat hij op deze afgelegen plaats doet, en ze zijn bereid hem onderdak te verlenen. Een hevige windvlaag herinnert de twee zussen aan een gedicht van Yukihira. Ze raken erg van streek door de nostalgie die de naam van deze man oproept. De monnik verwondert zich over zoveel emoties en schrikt van hun gloeiende wangen. Ze vertellen hem het verhaal van de man die ze drie jaar liefhadden en die hen verliet, ondanks hun schoonheid en hun vurig verlangen. Hij trok naar de hoofdstad en liet hun enkel een gedicht na. Kort na zijn vertrek vernamen ze het nieuws van zijn dood. De monnik is onthutst door de pijnlijke gevoelens van de twee zussen en noemt hen zondaars. Murasame valt voor hem op haar knieën en smeekt hem om te bidden voor hun uitgeputte zielen.
Dans
Kort nadien verschijnt Matsukaze met de hoed en de mantel die Yukihira hen achterliet. Haar zus is ontzet en verwijt haar de gevangene van haar herinneringen te zijn. In hun koortsige vervoering houden ze de den op het strand voor de verdwenen geliefde. In hun liefdeswaan dansen ze een extatische dans rond de eenzame boom. Hun uitroepen vermengen zich met het ruisen van regendruppels en de wind.
Morgenrood
Het strand is leeg. De groene den blijft alleen achter in de ruisende wind en in de herfstregen.