Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Recital

Filtreren op media: 

Werner Van Mechelen

Interview Werner Van Mechelen

De Munt - Interview Werner Van Mechelen

Van Franz Schuberts vrome Litanei als eerbetoon aan de overleden zielen, via Gustav Mahlers emotionele afscheid van de wereld, naar het tijdloze Morgen van Richard Strauss waarin de eeuwige liefde wordt bezongen. Voor zijn eerste recital in de Munt brengt Werner Van Mechelen ons een programma met sublieme liederen vol ingetogen overpeinzingen en introspectie. De Belgische bariton doorkruist in het gezelschap van pianist Eric Schneider een eeuw Duitse romantische liedkunst en start daarbij met drie van de meest emblematische componisten.

Een recital met als thema Allerseelen is geen voor de hand liggende keuze. Hoe komt u daarbij?

Het thema van Allerzielen en de dramatiek rond de dood, komt vaak voor in de muziek en in de literatuur. Het is een geladen thema dat mij ook persoonlijk sterk aanspreekt. Veel componisten uit de romantiek en vooral de laat-romantiek hebben dat thema in hun muziek verwerkt en de link tussen de componisten Franz Schubert, Gustav Mahler en Richard Strauss is snel gelegd. Daarenboven zetten deze componisten veel teksten van Friedrich Rückert en Johann Baptist Mayrhofer op muziek, dichters die vaak met deze thematiek bezig waren.

Werd u in uw persoonlijk leven al vaak met de dood geconfronteerd?

Gelukkig heb ik dat nog niet veel moeten meemaken. Ik besef natuurlijk dat iedereen er ooit mee wordt geconfronteerd. Door de christelijke opvoeding die ik van mijn ouders heb gekregen, heeft de dood me al van jongsaf aan geïntrigeerd. Ik probeer een groot gezin op te bouwen – ik heb vier kinderen – maar je moet beseffen dat alles vergankelijk is. Dat is onoverkomelijk. Je kan altijd getroffen worden, zoals mijn schoonvader, door een ziekte als kanker. Daarom probeer ik van elke dag te genieten, want het kan vlug voorbij zijn. Het overlijden, eerder dit jaar, van bariton Dietrich Fischer-Dieskau heeft me ook sterk getroffen. Hij was lang mijn idool, een lichtpunt waar ik naar streefde. Nu leeft hij verder in zijn vele opnames.

Vindt u uzelf vaak terug in de teksten van de liederen?

Dikwijls wel, en dat kan een gevaar zijn, want als ik een lied zing waar ik een grote affiniteit mee heb, kan ik moeite hebben om met mijn twee voeten op de grond te blijven. De rol van Amfortas in Parsifal, die naar de dood hunkert om uit het lijden te worden verlost, fascineert me bijvoorbeeld ook. Als ik die rol instudeer, moet ik op bepaalde momenten stoppen, omdat het me emotioneel sterk aangrijpt. Mijn rol als Sancho Pança in Massenets Don Quichotte – een productie die ik met José van Dam in de Munt zong – ging ook over vergankelijkheid en de dood. Het laatste bedrijf was emotioneel heel zwaar voor mij. Tijdens een optreden moet je echter afstand kunnen nemen van de tekst en van je rol. Als je er in meegaat, krijg je gegarandeerd een krop in de keel.

Van Mahlers Ich bin der Welt abhanden gekommen zegt men dat het autobiografisch geïnspireerd is.

Ik weet niet of Mahler zijn eigen doodsverlangen in dat lied verklankte, maar hij heeft wel heel wat tegenslagen gekend in zijn leven. Hij heeft bijvoorbeeld zijn dochterje Maria Anna verloren in 1907. Ik denk dat vele kunstenaars zich niet zo goed thuis voelen in deze wereld. Ze voelen zich vaak niet goed begrepen, en gaan melancholisch of zelfs depressief door het leven. Een lied als Ich bin der Welt abhanden gekommen is echter voor iedereen toepasselijk, de boodschap is universeel.

In de liederen op uw recital is er weinig sprake van een christelijke thematiek, behalve dan bij de Litanei über das fest der Allerseelen.

We zien inderdaad dat er vooral een verband wordt gelegd tussen de dood en de natuur. Bij vele liederen wordt echter wel op een indirecte manier over God gesproken, zoals bijvoorbeeld in Mahlers Urlicht: het licht dat je in de verte ziet – iets beters waar je op hoopt en naartoe streeft. In Schuberts Totengräbers Heimweh hoor je zelfs een heel macaber doodsverlangen. Tegelijk vraagt het ook naar de zin van het leven en geeft het ook uitdrukking aan het verlangen naar iets beters.

Strauss lijkt in tegenstelling tot Schubert en Mahler eerder de zakelijke componist.

Je ziet dat dan ook aan zijn liederen. De Drei Gesänge gaan over het ouder worden, over de dingen waar we afstand moeten van nemen. Hij begint veelkleurig met de geboorte en de jeugd om uiteindelijk bij de dood te eindigen. Maar door zijn muziekstijl wordt alles meer positief bekeken. Ook in Allerseelen wordt de dood verheerlijkt. Ik eindig het recital met Morgen, om de hoop te geven dat morgen alles beter wordt. Het lied gaat over een koppel dat samen het eeuwige geluk vindt. Ze willen in alle stilte samen zitten en zich verder niets van de wereld rondom hen aantrekken. Strauss verwijst daarmee naar Wagners Tristan und Isolde, waar liefde en dood samengaan.

Dit wordt het eerste recital dat u in de grote zaal van de Munt brengt. Wat betekent dat voor u?

Daar ben ik enorm blij mee: ik had hier al lang op gehoopt. Bovendien stemde een van de beste liedbegeleiders – Eric Schneider – toe mijn pianist te zijn. Hij heeft een eigen visie en dat maakt het fantastisch om met hem samen te werken. We hebben samen enkele masterclasses gevolgd bij Hartmut Höll en ook dit programma samen opgebouwd. Ik hou enorm veel van opera, en dan vooral van Wagner en Verdi, maar ik voel me als muzikant het eerlijkst wanneer ik liederen kan zingen. Zingen komt uit je eigen hart, uit je binnenste. Hoe dichter ik me verbonden voel met de muziek, hoe eerlijker en beter ik iets kan zingen. En dat vind ik vooral terug in het Duitse romantische lied.

Opgetekend door Frederic Delmotte

article - 15.9.2012

 

Werner Van Mechelen
Recital

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
Keep the
lights on!