Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Recital

Filtreren op media: 

Anna Caterina Antonacci

Interview Anna Caterina Antonacci

De Munt - Interview Anna Caterina Antonacci

De bekende Italiaanse zangeres Anna Caterina Antonacci koos een onverwacht maar boeiend tweedelig programma voor haar terugkeer naar de Munt. In het eerste deel verbindt zij werk van Claudio Monteverdi en Marcantonio Cesti met eind negentiende-eeuwse en twintigste-eeuwse liederen van hedendaagse Italiaanse componisten die zich op de oude meesters inspireerden. In het tweede deel vertolkt ze werk van Henry Duparc, Reynaldo Hahn en Gabriel Fauré.

Het publiek kent u vooral van uw heldinnenrollen zoals Agrippina, een vertolking die door het publiek van de Munt bijzonder werd gesmaakt, maar ook Cassandra, Dido, Medea, en de andere personages – teveel om op te noemen – die mijlpalen waren in uw carrière. Uw passie voor opera is in de eerste plaats een passie voor theater. Hoe benadert u het veel soberder, uitgepuurde genre dat het recital toch is?
Eigenlijk maak ik geen fundamenteel onderscheid tussen een recital en een opera-uitvoering. Het recital krijgt in mijn carrière trouwens een steeds belangrijkere plaats. Men kan inderdaad de nadruk leggen op de afwezigheid van personages, of beter gezegd, men kan spreken van personages die van nergens komen, naamloos zijn, die hun sluier afleggen in een bestek van twee of drie bladzijden muziek. Maar voor mij is het vooral belangrijk een verhaal te kunnen vertellen aan het publiek, voor hen een wereld te laten opengaan. Een recital is voor mij een heel intieme ervaring en is misschien wel hét kader waarbinnen ik de meest persoonlijke dingen kan overbrengen, waar ik over mezelf spreek en waar alles nog uit te vinden is.

Die band, de ontmoeting met het publiek, staat altijd centraal in uw vertolkingen; het is trouwens om die reden dat u niet zo vaak opnames realiseert. Ik kan mij voorstellen dat in een recitalprogramma niets aan het toeval wordt overgelaten en dat het aan heel precieze eisen beantwoordt.
Dat is inderdaad zo, en soms blijkt dit heel moeilijk te zijn. Voor mij is de opbouw van een programma, de rode draad erdoorheen, het belangrijkste. Ik zou geen recital kunnen samenstellen met een compilatie, een reeks liederen, samengebracht om bijvoorbeeld mijn stem of mijn vocale techniek te etaleren. Het publiek tegemoet treden en het ontroeren, dat is de kern van mijn optreden en dat zal altijd de bezorgdheid blijven. Daarom ben ik er ook van overtuigd dat deze nabijheid een integraal deel uitmaakt van het recital, en dat deze vorm zich niet leent voor grote zalen. Wanneer ik een recital zing, zitten de eerste luisteraars op nog geen meter van mij en dit intieme aspect bevalt me erg. De zaal is als een scherm, een soort decor waar elk element zijn belang heeft, een mooi licht bijvoorbeeld...

U koos ervoor ons een programma in twee tamelijk contrasterende delen te brengen: een eerste deel in het Italiaans, en een tweede met als titel Weerspiegelingen op het water, opgebouwd rond Venetië en met liederen van Fauré in het Frans, een taal die u perfect beheerst. Is deze band met de taal belangrijk voor u?
Uitermate belangrijk. Ik zou niet in het Duits kunnen zingen, een taal waarvan ik niet elk detail, elke subtiliteit begrijp. Het is voor mij essentieel om elk belangrijk woord te kunnen beklemtonen, het te interpreteren en er een passende kleur aan te geven. Dit heeft te maken met de zorg waarmee elk programma wordt geconcipieerd en uitgewerkt. In het eerste deel, dat ik Lo stile antico heb gedoopt, koos ik ervoor om liederen te brengen van componisten uit het verleden zoals Monteverdi en Cesti. Ik wou ze plaatsen tegenover componisten van de twintigste eeuw die zich op hen hebben geïnspireerd, zonder hun eigen karakter te verliezen. Respighi bijvoorbeeld herneemt het thema van een lied van Cesti, maar geeft het aan de piano en schrijft een heel andere partij voor de stem, op een tekst die ik heel mooi, heel ontroerend vind. Ik wou beide composities zingen, ze aan elkaar spiegelen, de oude en de hedendaagse. Het tweede deel maakt plaats voor een heel andere wereld, met bijvoorbeeld zeer mooie liederen van Hahn, gecomponeerd op teksten in het Venetiaanse dialect.

U bent een zangeres met een opvallend parcours, iemand die zich zowel aan het repertoire van de sopraan als aan dat van de mezzo waagt. Is het voor u belangrijk uzelf een vocale identiteit toe te schrijven, of hecht u aan deze categorieën geen belang?
In het verleden hechtte ik daar eigenlijk meer belang aan, maar vandaag maakt het me weinig uit of ik het etiket van mezzo of van sopraan krijg opgeplakt. Wat mij betreft mag men schrijven over de bariton Anna Caterina Antonacci! In het begin van mijn carrière heb ik bijna alle rollen gezongen die Rossini geschreven heeft voor zijn echtgenote Isabella Colbran, die als mezzo omschreven werd. Maar deze zangpartijen stellen enorme eisen aan het hoge stemregister. Wat telt volgens mij is voldoening te hebben een repertoire en een rol aan te kunnen en ze graag te zingen, in de wetenschap dat je alles tot zijn recht laat komen. Ik verheug me trouwens op het weerzien met het publiek van de Munt in de rol van Desdemona, ook een rol die door Colbran voor het eerst werd uitgevoerd en die ik tot op vandaag nog nooit heb kunnen vertolken.

Opgetekend door Rebecca Marcy

article - 5.12.2011

 

Anna Caterina Antonacci
Recital

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
culturele
black-out