Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Recital

Filtreren op media: 

Sophie Karthäuser

Interview S. Karthäuser

De Munt - Interview S. Karthäuser

De jonge Belgische zangeres is opnieuw in de Munt voor een erg origineel recital met als rode draad het werk van de Franse dichter Paul Verlaine. Verlaine kende in Brussel een van de meest tragische momenten uit zijn leven: in juli 1873 vuurde hij in de nabije Brouwersstraat tweemaal op zijn minnaar, de geniale dichter Arthur Rimbaud. Naast werk van Gabriel Fauré en Reynaldo Hahn, vertolkt Sophie Karthäuser ook liederen van hedendaagse componisten die de Munt na aan het hart liggen: Benoît Mernier en Bernard Foccroulle. Deze laatste bood haar als Muntdirecteur haar eerste rollen aan en had zo een beslissende rol in het lanceren van een loopbaan die vandaag exemplarisch mag heten.

Kunt u ons iets vertellen over het programma van het recital dat u geeft in de Munt? Waarom koos u voor een volledig Frans programma?
Het is grotendeels het programma van een cd die volgende maand wordt uitgebracht. Ik heb altijd graag in het Frans gezongen, vooral liederen. Toen ik er begon aan te denken om deze cd op te nemen, dacht ik aan Ariettes oubliées van Debussy, een cyclus die ik graag hoor en al lang zing, en de idee groeide om een programma rond Verlaine samen te stellen. Vanzelfsprekend kende ik Debussy en Fauré, maar het was vooral erg leuk om werken van een hoge kwaliteit uit de schaduw te halen. In het Frans zitten natuurlijk enkele moeilijke taalaspecten: de nasalen (“on”, “an”, “in”), die de neiging hebben de klank te doen sluiten. Maar afgezien daarvan is de benadering van de zang niet anders dan bij een andere taal. Voor mij is het vooral belangrijk de tekst zo goed mogelijk voor te dragen.

Hoe kwamen de stukken van Bernard Foccroulle en Benoît Mernier in het programma terecht?
Voor de cd waarin poëzie van Verlaine de rode draad is, koos ik zowel enkele bekende stukken (Debussy, Fauré) als minder vaak gezongen werken (Caplet, Lacroix). Maar ik wou dit repertoire graag combineren met hedendaagse werken en daarbij dacht ik onmiddellijk aan Bernard Foccroulle, die in het begin van mijn carrière zo een belangrijke rol heeft gespeeld. Door hem kon ik bij de Munt beginnen. Als één van de eersten schonk hij mij zijn vertrouwen en zijn steun. Ik vond het dus vanzelfsprekend hem naar deze stukken te vragen. Met Benoît Mernier had ik al samengewerkt (Un hémisphère dans une chevelure, naar Baudelaire, in 2009). Ik houd van Benoît zijn manier om voor de stem te schrijven.

Was het een uitdaging om in België te zingen?
Er zijn voor mij geen grote verschillen met andere landen. In het begin van mijn carrière had ik inderdaad het geluk gesteund te worden door de Munt, dat betekende een zeer kostbare hulp voor mijn nationale en internationale faam. Een nog groter geluk was dat Bernard Foccroulle mij vroeg voor rollen die perfect aan mijn stem beantwoordden, waardoor ik op een natuurlijke manier, zonder iets te forceren, kon groeien. Ik herinner mij vooral Die Zauberflöte, gedirigeerd door René Jacobs. In de twee weken die daarop volgden kreeg mijn impresario vele uitnodigingen uit het buitenland, uit Duitsland maar vooral uit Frankrijk. En wat het muzikale en vocale werk betreft, kan ik René Jacobs niet genoeg bedanken.

Hoe ervaart u de samenwerking met Cédric Tiberghien?
Een jaar of twee geleden hebben we samen enkele recitals gegeven. Ik had onmiddellijk veel waardering voor Cédric, voor zijn grote generositeit, en vooral voor zijn natuurlijkheid; het is een kunstenaar zonder gekunsteldheid. Wanneer wij samen een recital voorbereiden, gaat het er vlot aan toe. We verstaan elkaar zonder veel woorden en muzikaal valt alles op zijn plaats. Zijn ervaring in de kamermuziek is daarbij een grote hulp. Zijn enthousiasme voor dat repertoire gaat gepaard met een spontaan inzicht, dus het programma van de cd sprak hem onmiddellijk aan. Zijn persoonlijkheid is aanstekelijk en hij heeft het nu al over een volgende cd!

Kunt u ons vertellen over de projecten voor de volgende maanden en jaren?
Naast de cd “Verlaine”, die binnenkort uitkomt, heb ik onlangs ook La Finta Giardiniera opgenomen, waarin ik de rol zing van Sandrina, onder leiding van René Jacobs. Daarna zullen Cédric en ik een recital geven in Montréal (23 januari), in de Opéra Bastille (8 februari), in de Wigmore Hall (19 februari) en in de Philharmonie van Berlijn (26 maart), met het Verlaine-programma. In april kom ik nog eens naar de Munt, voor Orlando, ook met René Jacobs. In de zomer zing ik in Glyndebourne in Le Nozze di Figaro de rol van Susanna. Komende herfst zing ik Medée van Charpentier in het Théâtre des Champs-Elysées in Parijs en in Rijsel. En ten slotte is er Radamisto van Handel in het Theater an der Wien, voor de eindejaarsfeesten van 2012, opnieuw met René Jacobs.

Wat betekent het recital voor u als kunstenaar?
Onze impresario’s zeggen ons dat het moeilijk is om een publiek te vinden voor het recitalgenre en dat het moeilijker wordt recitals te programmeren. Het trekt minder publiek dan opera. Nochtans vullen recital, opera en oratorium elkaar aan volgens mij. Toegegeven, opera is grootser, maar de intimiteit van een recital, waarbij je dichter bij het publiek komt, maakt dat je oog kunt hebben voor andere details. In elk geval kan ik u zeggen dat het voor mij zeer emotioneel zal zijn om voor dit recital op het podium van de Munt te staan in januari: het brengt mij in zekere zin terug naar het begin van mijn carrière.

Opgetekend door Benoît Jacquemin

article - 18.11.2011

 

Sophie Karthäuser
Recital

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
Keep the
lights on!