Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Recital

Filtreren op media: 

Véronique Gens

Interview Véronique Gens

De Munt - Interview Véronique Gens

De musicoloog Vladimir Jankélévitch vermeldt twee momenten die volgens hem uniek zijn in de geschiedenis van de muziek, waarin de poëtica ten dienste leek te staan van de muzikale lyriek: de Duitse romantiek en de Franse “mélodie” na 1870. Maar de gelijkenis hield daar op volgens hem, en kunnen de Franse mélodies niet als Lieder worden omschreven. Terwijl de Duitse romantiek zich entte op folklore en volkslegendes, had de Franse muziek geen enkele behoefte aan een terugkeer naar het verleden, maar werd integendeel aangetrokken door onbekende en verre horizonten. Een zoektocht die bovendien gepaard ging met een gewaagde harmonische vrijheid en een opmerkelijk raffinement. Een gesprek met Véronique Gens naar aanleiding van haar recital met uitsluitend Franse muziek.

Wordt u in dit repertoire vooral geraakt door de verwijzing naar verre oorden?

Nee, dat was niet het eerste waardoor mijn verbeelding werd aangesproken of waarom ik dit programma heb samengesteld. Voor mij heeft het Duitse lied iets veel wrangers, met teksten waarin een dramatiek schuilgaat die ik niet aanvoel of terugvind in de Franse melodie. Er gaat een sterkere tragiek en een zeker geweld in schuil, terwijl ik in de Franse muziek word geraakt door een zachte melancholie, een streling die je met zachtheid omhult. Het adjectief ‘geraffineerd’ dat onmiddellijk met de Franse melodie in verband wordt gebracht, is voor mij in de eerste plaats een vorm van behaaglijke verfijning en tederheid. Dat raakt me het sterkst, dat gevoel van streling en omhulling.

Op het eerste gezicht lijkt het programma bijzonder homogeen: hedendaagse componisten die dezelfde dichters en zelfs dezelfde verzen op muziek hebben gezet. Bij nader inzien zijn er wel degelijk verschillen merkbaar en wordt het duidelijk dat de componisten op een verschillende manier te werk zijn gegaan. Hoe moeilijk is het om tijdens eenzelfde recital werken te brengen die qua sfeer zo sterk van elkaar verschillen?

Dat vind ik nu net zo fascinerend en ik wilde in de loop van dezelfde avond precies de contrasten tussen die werelden en de overgang van de ene naar de andere wereld voelbaar maken. Ik zou nooit een heel recital aan één enkele componist kunnen wijden of een integrale uitvoering kunnen brengen. Ik wil het publiek laten kennismaken met de rijkdom en diversiteit van de Franse melodie en de verschillende facetten ervan. Ten onrechte kleeft er een elitair etiket aan het genre als te ‘moeilijk’ en alleen toegankelijk voor een publiek van kenners. Zelden wordt er een volledig recital aan gewijd, alsof het publiek het niet zou waarderen of met een paar bladzijden Schubert moet worden gesust. Een schitterend componist uiteraard, maar ik kan onmogelijk van de ene naar de andere wereld overschakelen. Zodra je de eerste noten van die melodieën aan de piano hoort – van de gewaagde harmonieën in L’Invitation au voyage tot de eenvoudigste introducties in de mélodies van Fauré – is het onmogelijk om niet op te gaan in die uiteenlopende werelden. We worden als het ware onbewust meegesleept door het natuurlijke en schilderachtige karakter van die werken.

U bent al een hele tijd met die werken bezig en hebt er zelfs een cd aan gewijd in samenwerking met de pianist Roger Vignoles. In de Munt voert u ze uit met pianiste Susan Manoff. Verandert het feit dat u met een andere pianist werkt iets aan uw uitvoering?

Een recital is iets wat je met zijn tweeën doet, je zou het bijna een soort van huwelijk kunnen noemen. Ik geef al meer dan vijftien jaar lang recitals met Susan, en we hebben dan ook een unieke band. Het is niet zozeer de tijd of de aandacht die je aan de interpretatie besteedt, die doorslaggevend is, maar wel heel wat prozaïscher aspecten: je humeur, of je al dan niet goed geslapen hebt, de piano waaraan Susan zich telkens weer moet aanpassen… Dat heeft allemaal een invloed op de magie van het moment, op de voorstelling waarvan tal van aspecten je ontglippen. Door die ongrijpbaarheid wordt het geheel precies zo waardevol.

Laatst wijdde Mark Padmore een volledig recital aan Engelstalige werken. Als Franstalig artieste biedt u ons dan weer een recital met uitsluitend Franse melodieën aan. Is het door van het specifieke te vertrekken dat men tot het universele komt, tot pure emoties, die de scherpe kanten van elk werk overstijgt?

Als Francaise wil ik dit repertoire, dat me bijzonder na aan het hart ligt, verdedigen. Het wordt niet vaak genoeg uitgevoerd en ik wil er dan ook graag voor in de bres springen. Met uitzondering van Felicity Lott en Anne-Sophie von Otter, die wel van dit repertoire houden, durven te weinig artiesten deze werken op hun programma te plaatsen. Een beetje zoals bij barokmuziek: je hebt het in je of niet, je moet het van nature aanvoelen, of het werkt gewoon niet.

Eén naam in uw programma valt meteen op: die van Reynaldo Hahn, in zijn tijd een gevierd componist, wiens ster inmiddels getaand is. Wat trekt u zo aan in zijn werk?

Ik ben gek op de liederen van Reynaldo Hahn. Het zijn juweeltjes en ik zou geen recital met Franse muziek kunnen samenstellen zonder hem daarin een plaats te geven. Met uitzondering van zijn operette Ciboulette of het lied Si mes vers avaient des ailes, dat zovele zangers op hun repertoire hebben staan, is zijn werk enigszins in vergetelheid geraakt. Maar hij componeerde heel wat pareltjes waarmee ik het publiek graag wil laten kennismaken. Telkens wanneer ik de drie van de Études latines zing (Lydie – Tyndaris – Pholoé) reageert het publiek heel enthousiast, omdat ze zo luchtig en elegant klinken. Het lijkt wel Satie. Duparc schreef dat muziek alleen uit ziel en emotie is opgebouwd, en dat zuiver cerebrale kunst niet bestaat: kunst moet ‘nutteloos’ zijn, zoals dat zo mooi wordt omschreven. Je moet deze muziek waarderen voor wat ze is – mooie, frisse liederen – en voor wat ze doet – het genoegen dat ze ons bezorgt.

Het publiek van de Munt, dat u al in verschillende operarollen heeft meegemaakt, krijgt voor het eerst de kans om u ook in een recital aan het werk te horen. Wat betekent een recital precies voor u? Een enorme vrijheid of juist een hachelijke onderneming?

Het is geen eenvoudige oefening, maar wel een fijne combinatie van angst en opwinding. Na zes maanden opera is het de gelegenheid bij uitstek om weer baas te worden over je eigen muziek, en ook om met zijn tweeën op het podium te staan. Ik vind het fijn om op te treden in die heerlijke zaal van de Munt en ik ben vereerd, ontroerd zelfs, dat het publiek voor Véronique Gens komt, en niet voor Vitellia of Iphigénie. De nabijheid maakt het ook mogelijk een ander beeld te tonen: je kunt je niet verschuilen achter een kostuum, pruik of orkestbak. Aan de andere kant, moet je in de opera niet snel van de ene op de andere stijl overschakelen of van het ene in het andere universum verplaatsen. In dit repertoire kan ik terugvallen op mijn barokopleiding, op het belang van de tekst. Je moet bijzondere aandacht besteden aan elk woord, aan de declamatie, en in de eerste plaats een verhaal vertellen.

Opgetekend door Rebecca Marcy

article - 2.6.2014

 

Véronique Gens
Recital

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt