Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Concert

Filtreren op media: 

Kazushi Ono

Interview Kazushi Ono

De Munt - Interview Kazushi Ono

Kazushi Ono, van 2002 tot 2007 muziekdirecteur in de Munt, keert terug aan het hoofd van ons Symfonieorkest met drie werken die in 1905 gecomponeerd of gecreëerd werden door drie iconen van de moderne muziek: Richard Strauss, Claude Debussy en Arnold Schoenberg. Eén voor één stuitten deze werken op onbegrip of zelfs schandaal omwille van de gedurfde en grensverleggende muzikale taal. Een panoramische momentopname van de muziek aan het begin van de vorige eeuw.

Waarom stelde u een symfonische programma samen met uitsluitend werken die in 1905 werden gecreëerd?

Ik koos die werken omdat het jaar 1905 zonder enige twijfel het beginpunt vormt van de moderne tijd. Om de muziek van de twintigste eeuw te kunnen doorgronden is het zeer belangrijk terug te keren naar de bakermat van de moderniteit. Het jaar 1905 was om tal van redenen gedenkwaardig: in Sint-Petersburg deed zich de “Bloedige Zondag” voor, Einstein stelde zijn relativiteitstheorie voor… De revolutionaire ‘Zeitgeist’ was alomtegenwoordig, niet enkel in de geschiedenis maar ook in de muziek. Schoenbergs Pelleas und Melisande was dan wel gecomponeerd in 1903, ze werd pas gecreëerd in 1905, net zoals La Mer van Debussy. En in de Semperoper van Dresden presenteerde Richard Strauss in datzelfde jaar zijn opera Salome. En laten we ook het revolutionaire karakter van de klankevolutie niet uit het oog verliezen. In Salome overheerst de verontrustende sonoriteit van de maneschijn de hele opera. Op het moment waarop Jochanaans hoofd wordt afgehakt, horen we het kraken van zijn wervels dankzij de contrabassen die met hun boog beneden de kam strijken. En in de slotscène wordt Salome verpletterd door de schilden van de soldaten, wat wordt weergegeven door een massief orkestblok. De muziek is niet enkel mooi op zich, ze bezit ook een enorme suggestieve en destructieve kracht, wat werkelijk revolutionair is.

Wat verbindt de drie componisten van dit concertprogramma? Strauss, Debussy en Schoenberg…

Richard Strauss werd geboren in 1864, Claude Debussy in 1862, Arnold Schoenberg in 1874. Schoenberg is dus wat jonger, maar de schriftuur van deze drie componisten is duidelijk schatplichtig aan Richard Wagner, al hebben ze stuk voor stuk in de loop van hun leven een eigen stijl ontwikkeld.

Vertel ons eens over de Dans van de zeven sluiers van Strauss… Wat is er zo bijzonder aan deze compositie, los van het feit dat dit het enige symfonische stuk uit de opera is?

Eigenlijk wou ik de hele opera brengen, maar dat is binnen het tijdsbestek van een concert uiteraard niet mogelijk! De Dans van de zeven sluiers heeft evenwel een symbolische functie in deze opera. In een tijdsspanne van acht minuten slaagt Strauss erin om een buitengewoon exotische sfeer en sensualiteit weer te geven. Hij laat daarvoor het slagwerk sterke syncopes spelen (het benadrukken van de zwakke tel die verlengd wordt tot de daaropvolgende sterke tel, nvdr). Syncopes hebben doorgaans te maken met ritmiek, maar in dit werk gebruikt Strauss ze in een spel met de tonale klankkleuren. Deze vreemde sonoriteit wekt bij de luisteraar een onzeker, bezeten gevoel op. Obsessies werden in diezelfde periode ook bestudeerd door Sigmund Freud: alweer een fraai voorbeeld van de toenmalige ‘Zeitgeist’!

La Mer van Debussy is een typisch Frans werk… Hoe staat het met de schriftuur van deze componist in dit werk dat tevens zijn enige symfonie is?

Debussy is de componist die de toonladder op een weinig conventionele manier heeft uitgebreid. Bij de eeuwwisseling kwamen de drie componisten van dit concertprogramma in contact met de oriëntaalse muziek. Onder invloed van die muziek introduceerde Debussy de hele-toonstoonladder en de pentatonische toonladder in de Westerse klassieke muziek. Dit systeem stelde hem in staat om de schaduwwereld te ontwaren die zo teergevoelig en rustig is. Zo bevrijdde hij zich van de klassieke klankkleuren. In La Mer is elke noot bijzonder en onbestemd. Dit werk is overigens nauw verbonden met de houtsnijkunst van Hokusai.

Met Schoenbergs symfonische gedicht Pelleas und Melisande knipoogt u naar Debussy en biedt u ons de kans om nog een ander muzikaal universum van het begin van de twintigste eeuw te ontdekken?

Dat ziet u goed. Met Schoenberg zijn het muzikale vocabularium en de muzikale textuur enorm geëvolueerd. Die verrijking vormt vandaag een erfgoed dat we terugvinden in onze eigentijdse muziek.

Wist u dat Richard Strauss Schoenberg voorstelde een opera te componeren naar het toneelstuk van Maeterlinck, zonder evenwel weet te hebben van Debussy’s werk dat in 1902 werd gecreëerd?

Ja, inderdaad, Schoenbergs Pelleas und Melisande is ongetwijfeld zijn meesterwerk, maar beeldt u zich eens in dat zowel Schoenberg als Debussy dit toneelstuk tot opera zouden hebben verwerkt, dat zou toch bijzonder interessant zijn geweest…

U dirigeert ons orkest nu voor het eerst opnieuw sedert u in 2008 uw functie als muziekdirecteur neerlegde.

Ik ben bijzonder blij de musici na vijf jaar opnieuw te ontmoeten. Ik hoop dat we zoals vanouds een wonderlijke reis kunnen beleven…

Opgetekend door Marie Goffette

article - 10.4.2013

 

Kazushi Ono
Concert

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt