Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Concert

Filtreren op media: 

Pastorale

Interview Ludovic Morlot

De Munt - Interview Ludovic Morlot

In het eerste MMM van het volgende seizoen brengen we u een diepgaand interview met Ludovic Morlot, de nieuwe vaste dirigent van het Symfonieorkest van de Munt. Hier heeft hij het vooralsnog over twee componisten die hem nauw aan het hart liggen: Beethoven en Schumann en waarom hij hun werk koos voor zijn tweede grote concert aan het hoofd van het Muntorkest.

De Pastorale bekleedt een bijzondere plaats in Beethovens symfonische oeuvre. Wat vindt u van dit werk? Hoe pakt u het aan? Hoe probeert u daarbij clichés te vermijden?

De Zesde Symfonie van Beethoven is, wellicht samen met de Negende, de moeilijkste in diens symfonische productie. Het is vanuit formeel oogpunt een romantisch werk, maar vereist wel een klassieke uitvoeringswijze. Je moet deze symfonie, denk ik, aanpakken als was ze een kamermuziekstuk, met bijzondere aandacht voor de kleinste details in de frasering, articulatie, nuances… Je kunt niets aan het toeval overlaten wil je er die magische toets aan verlenen die haar zo bijzonder maakt. Wat die clichés betreft: die kun je misschien vermijden door ze te overdrijven! Het is bekend dat elk van de delen geacht wordt bepaalde emoties en stemmingen op te roepen, meer door suggestie dan door beschrijving van de doorkruiste landschappen. Het onweer in het vierde deel laat ons die emoties enkel ervaren als elk van de gebaren wordt overdreven en zal dus in zekere zin onvermijdelijk naar het cliché neigen. Hetzelfde geldt voor de vogelgezangen aan het eind van het riviertafereel of voor de volksdans in het scherzo.

Het klassieke orkest krijgt in de Pastorale nieuwe klankkleuren mee. Leidt dat tot een andere attitude ten aanzien van het orkest? Vereist die vorm een specifieke benadering?

De pauken zijn pas voor het eerst te horen na 25 minuten, en zo ook de trombones en de piccolo. Dat zegt veel over de klankwereld waar Beethoven ons naartoe wil nemen. Meer nog dan in zijn andere symfonieën moeten de eerste seconden van ieder deel de toehoorder de kleuren en nodige energie bieden waardoor die zich kan overleveren aan zijn diverse emoties. De vorm van het werk is het stempel van Beethovens genie. De onderbreking van de dans door de verrassende onweersepisode is bijzonder romantisch van aard. Het lastigste deel is de finale, die harmonisch zeer statisch blijft en waarin je bijzonder trefzeker de juiste nuances en frasering moet weten te vinden.

Die Weihe des Hauses is niet de bekendste noch de meest uitgevoerde ouverture van Beethoven. Vanwaar die keuze?

Uitgerekend om die reden! Het is een schitterende ouverture. Het is een prelude tot de compositie van de Negende symfonie, geschreven meteen na de Missa Solemnis. Bij het beluisteren ervan valt de enorme contrapuntbekwaamheid van Beethoven op. De ouverture werd gecomponeerd voor de inhuldiging van het Weense Theater in der Josefstadt in 1822, en ze heeft een feestelijk karakter dat past bij mijn debuut als vaste dirigent van de Munt. En bij wijze van anekdote: ik begon mijn eerste seizoen als muziekdirecteur van het Seattle Symphony Orchestra met dezelfde ouverture.

Men heeft het vaak over de onbeholpen omgang van Schumann met het orkest. Zijn Vioolconcerto is ook een weinig populair werk. Schat u dat ook zo in, en zo ja, in welk opzicht?

Ik houd enorm veel van de muziek van Schumann, al is het inderdaad wel zo dat het Vioolconcerto een weinig geliefd werk blijft, misschien juist omdat het niet zo vaak wordt uitgevoerd. Ik hoop met de steun van Thomas Zehetmair en het Muntorkest de nieuwsgierigheid van het Brusselse publiek te kunnen wekken voor dit prachtige werk. Het is weliswaar van ongelijker niveau dan Schumanns concerti voor piano of cello, maar desondanks toch heel aangrijpend. Ik zou de orkestratie niet ‘onbeholpen’ noemen. Maar het gaat erom het materiaal zo te bezorgen dat je de muzikanten helpt bij het interpreteren van zijn muziek. Hij geeft heel vaak slechts één nuance aan voor het hele orkest, of laat een ononderbroken reeks zestiende noten op elkaar volgen. We kunnen de transparantie van het orkest verbeteren door nuances aan te geven voor iedere partij, ademmomenten in te lassen in de loop van die opeenvolging van zestiende noten enzovoort. Daarom moet je deze orkestmuziek, enigszins naar het voorbeeld van Beethovens Zesde Symfonie, vertolken in de geest van kamermuziek of vocale muziek.

Hebt u al tijdens andere concerten met Thomas Zehetmair samengewerkt? Hoe verloopt de interactie met de solist in een werk zoals dit Concerto van Schumann?

Het wordt onze eerste samenwerking en ik verheug me erop de scène te mogen delen met deze buitengewone artiest. De samenwerking met een solist verloopt net zoals in een ander soort repertoire: via het uitwisselen van ideeën en de luisterbereidheid om tot een coherente interpretatie van de compositie te komen waar beide partijen zich esthetisch en emotioneel in kunnen vinden.

Hoe verloopt het contact met het Symfonieorkest van de Munt? Is een programma zoals dit ideaal om een goede verstandhouding op te bouwen tussen dirigent en orkest?

Met veel enthousiasme, maar ook met een groot verantwoordelijkheidsgevoel. Ik ben meteen aan de slag gegaan met het Muntorkest, na onze fantastische samenwerking vorig jaar in een concert gewijd aan Mozart, Dutilleux en Britten. Aangezien je tot in de kleinste details moet gaan, is dit concertprogramma in feite ideaal. Maar toch nemen we een risico: het zou eenvoudiger zijn om een enthousiaste uitvoering te brengen van een werk van Tsjajkovski of Mahler. Maar ik wil met dit orkest op lange termijn werken. De wederzijdse ontdekking van dirigent en orkest is als een fase in de kennismaking van twee individuen: je moet oor hebben voor elkaar om een gemeenschappelijke grond te vinden waarop een gezamenlijke artistieke visie kan worden gebouwd. Dit programma biedt daarvoor alle kansen.

Opgetekend door Benoît Jacquemin

article - 28.3.2012

 

Pastorale
Concert

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
culturele
black-out