Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Concert

Filtreren op media: 

Jeux et contes cruels

Interview Suzanna Mälkki

De Munt - Interview Suzanna Mälkki

Aan het hoofd van een orkestformatie bevinden zich nog maar weinig vrouwelijke dirigenten. Susanna Mälkki is de spreekwoordelijke uitzondering. In het kader van het Festival Ars Musica, maakt de jonge Finse haar Muntdebuut met een boeiend programma dat Images, Rondes de printemps, Jeux en La boîte à joujoux van Claude Debussy verbindt met Contes cruels van de hedendaagse componist Tristan Murail.

Voor uw eerste concert met het Symfonieorkest van de Munt brengt u een programma met werk van Claude Debussy en Tristan Murail. Een logische keuze voor u?
Ik denk het wel! Het stuk van Tristan Murail werd natuurlijk ingegeven omdat ik veel met hedendaagse muziek bezig ben. Toegegeven, ik grasduin graag in het hedendaagse repertoire en dan denkt men al snel dat je alleen maar dat doet, maar voor mij geldt dat toch niet. Ik breng ook graag het klassieke repertoire en al wat nadien komt, zoals bijvoorbeeld Debussy! Debussy is een componist die mij enorm interesseert, onder meer omdat hij tussen verschillende perioden in staat. Zijn muziek heeft een grote klankschoonheid, is zelfs nog romantisch te noemen, maar staat toch al met een voet in de toekomst. Hij was revolutionair op zijn eigen wijze. Ik wil liefst geen favorieten noemen, maar ik vind hem een heel belangrijk componist. Ik ben gek op zijn muziek!

En wat maakt Debussy’s muziek zo bijzonder voor u?
In de eerste plaats boeit mij natuurlijk het Franse palet. Iets wat je nog lang nadien terugvindt, bij Messiaen en Boulez bijvoorbeeld, met eenzelfde sfeer en een even geraffineerde orkestratie. Dat typische palet wordt uiteraard ook bepaald door de harmonie. De harmonie is een heel belangrijk aspect bij Debussy. Men mag hem terecht bestempelen als de componist die de harmonie bevrijdde van haar functionaliteit – waardoor de hiërarchie tussen de toontrappen zoals tonica, dominant en dergelijke veel vrijer werd. In de plaats komt een eigen muzikale logica, die echter vrij verschillend is: de akkoorden worden uitgebreid, de harmonie kan soms zelfs erg jazzy klinken. Onder de oppervlakte is hij eigenlijk heel modern en daarom vind ik zijn muziek ook zo boeiend.

De drie werken van Debussy die u gekozen heeft, hebben alle een band met de dans, met het ballet…
Ze hebben inderdaad alle drie een band met de dans, maar zijn toch heel verschillend! Images is de grootste symfonische partituur van de drie, terwijl La boite à joujoux daarentegen echt kamermuzikaal is en heel beeldend, zoals gebarentaal. Jeux zit daar ergens tussenin, met een heel grote orkestbezetting, grote muzikale bogen en dan weer plots heel fragmentarisch. Het zal onze belangrijkste opdracht zijn om de beweging te vinden en om het karakter van elk werk individueel te laten uitkomen.

Debussy uitvoeren blijft een grote uitdaging…
Zeker! De fragiliteit ligt in al de spontane veranderingen, die enkel werken als ze volledig geïntegreerd zijn in het geheel. Dat is iets heel anders dan zo’n goede, oude Duitse trein, eenmaal op gang gekomen rijdt die zowat vanzelf. We brengen zeker geen gemakkelijk programma!

En hoe ziet u de sprong van Debussy naar Murail?
Er is een band, maar het is een lange weg – er zit honderd jaar tussen – en daarom misschien niet onmiddellijk zichtbaar. De vele tussenstappen kunnen we natuurlijk niet verduidelijken, maar je moet er zeker Messiaen en Boulez bij denken om bij Murail uit te komen. Murails muzikale denken sluit echter duidelijk aan bij Debussy in de zin dat harmonie en kleur één worden. Kleur komt in zijn muziek van de harmonie en van het spectrum. Ik denk niet dat Murail de muziek denkt in dezelfde gebaren als Debussy, maar de Franse klankwereld is er zeker aanwezig, en de orkestratie gedeeltelijk ook, met steeds diezelfde heldere kleuren die een luchtiger en briljanter beeld geven. Debussy’s muziek kan heel krachtig zijn, maar is nooit agressief; ook Murails muziek is niet agressief, maar de hoeken zijn scherper.

U zegt dat de kleur in Murails muziek van het ‘spectrum’ komt. Wat bedoelt u daarmee?
Murails partituur is geschreven in de zin van de ‘spectrale muziek’, dit betekent dat hij de akoestische aspecten van de klank, de klankspectra dus, als compositorisch basismateriaal neemt. Murails harmonieën zijn veel verder ontwikkeld dan in Debussy’s tijd. Zijn harmonieën zijn gebaseerd op de zogenaamde ‘boventonen’ of ‘harmonieken’ van de klanken. De muziek van Murail heeft dit spectralisme in zich. Zijn muziek gaat ook veel verder dan de negende, elfde en dertiende akkoorden die we in jazz-harmonieën tegenkomen.

Vormt dit het klankbeeld van Contes cruels van Murail?
Contes cruels is een stuk voor twee elektrische gitaren en klein ensemble. Het meest opvallende is ongetwijfeld het gebruik van microtonen [muzikale intervallen die kleiner zijn dan een halve toon], maar dit is ook een deel van het spectrale aspect waarover ik al sprak. Ongetwijfeld zal dit het vreemdst klinken in dit stuk. Maar de algemene taal van Murail is heel beeldend, met grote bogen en met een duidelijke opbouw die niet ongewoon is. Met het orkest wil ik de schoonheid van de harmonieën vinden. Dergelijke muziek kampt met vele vooroordelen, vooroordelen die voortvloeien uit het feit dat men niet naar de juiste kleuren zoekt. Dit is natuurlijk niet de fout van de componist! Net als alle Franse muziek is ook deze extreem esthetisch, en dat aspect zal ik zeker proberen naar voor te halen!

Opgetekend door Reinder Pols

article - 5.12.2011

 

Jeux et contes cruels
Concert

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt