Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Concert

Filtreren op media: 

Romeo & Juliet

Interview Carlo Rizzi

De Munt - Interview Carlo Rizzi

In dit volledig aan Tsjajkovski gewijd programma biedt de Italiaanse dirigent Carlo Rizzi u een gevarieerde kijk op deze componist. De Vijfde Symfonie vormt het hart van dit programma, naast de Rococo-variaties en de Fantasie-Ouverture ‘Romeo & Juliet’ naar het gelijknamige werk van Shakespeare. Ontdek of herontdek een van de meest karakteristieke Russische componisten uit de muziekgeschiedenis.

Voor uw volgende symfonische concert brengt u een volledig Tsjajkovski-programma. Vanwaar deze keuze?
Tsjajkovski is een componist die ik heel sterk waardeer, maar over wie veel onbegrip heerst en over wie tal van foutieve interpretaties de ronde doen. Men beschouwt hem vaak als een gemakkelijke componist, met mooie melodietjes en fijne spittante ritmes. Voor een stuk is hij dat natuurlijk ook wel, maar ik denk dat de echte Tsjajkovski veel complexer is dan dat. Als je door de uiterlijke glitter heen dringt, dan vind je heel andere muziek, met een duistere, ietwat pessimistische ondertoon. Dat is doorgaans iets wat een eerste beluistering niet meteen laat uitschijnen… Ook voor mij persoonlijk is Tsjajkovski belangrijk: ik studeerde zijn muziek al toen ik vrij jong was. Mijn leraar was een Rus en samen bestudeerden we Tsjajkovski’s symfonieën, zo heb ik veel van de achtergrondinformatie opgestoken die nodig is om de werken goed te begrijpen. Mijn eerste concert in de Munt in 2008 begon trouwens met Tsjajkovski…

In 2008 bracht u inderdaad reeds zijn Eerste Symfonie “Winterdagdromen”, in 2010 zijn Vierde Symfonie, en nu zijn Vijfde. Wat boeit u aan zijn symfonieën in het algemeen en meer bepaald aan de Vijfde?
Ik vind dat er in al zijn symfonieën een soort strijd zit, ze getuigen van een bijna titanische strijd met de wereld. Hoewel hij geen liefhebber was van programmamuziek, wilde hij zich op het vlak van de symfonie toch niet aan een puur formalisme overgeven. Hoewel hij een duidelijk verschil zag tussen een symfonisch gedicht, met zijn sterk literair bepaald programma, en een symfonie, met een veel vager muzikaal programma, zit achter Tsjajkovski’s muziek een verhaal, en dat is wat ik zo graag heb. Dit jaar brengen we zijn Vijfde Symfonie. Het hele werk wordt beheerst door één thema, dat in elk van de vier bewegingen verwerkt wordt. Het komt – in variaties – steeds weer terug. Zoals hij zelf zei: het motto van deze symfonie is de Voorzienigheid. Zag hij de eerste beweging als de volledige berusting ten overstaan van het Noodlot, dan zou je de rest van de symfonie kunnen zien als de Voorzienigheid die geleidelijk de bovenhand haalt. Maar toch zit er juist in de trage beweging van dit werk veel wantrouwen, zo lijkt mij. Voor mij beperkt deze beweging zich niet – zoals zo vaak wordt gezegd – tot een mooie melodie van de hoorn en de hobo. Die is er, maar het houdt daar niet op. Het is een strijd, een confrontatie!

Dit wordt nu uw derde Tsjajkovski-symfonie met het Muntorkest. Zal het een volledige cyclus worden?
Wel, we zullen zien, maar het zou best kunnen dat we hiermee verder gaan… Maar het zal dan wel enkele jaren duren voor we klaar zijn. Veel hangt natuurlijk ook af van praktische mogelijkheden van het orkest en van mezelf.

Er staat naast de Vijfde Symfonie ook een virtuoos werk op het programma, de Rococo-variaties voor cello en orkest. Waarom hebt u dit werk gekozen?
Voor het publiek is dit een heel interessant werk: er is weliswaar een solist maar het is toch niet zomaar een concerto. Het is Tsjajkovski’s eerbetuiging aan de door hem zo gewaardeerde klassieke stijl. Niet alleen in het rococo-thema, maar ook in de kleinere orkestbezetting, streefde hij naar een 18de-eeuws klankbeeld. Het is een heel mooi, geraffineerd en virtuoos stuk. De muziek is hier meer beschrijvend, zonder oppervlakkig te zijn, maar het is ook een echt bravourestuk waarin de solist duidelijk kan laten zien wat hij in zijn mars heeft. Ik denk dat Tsjajkovski in dit stuk meer aan het publiek dacht, terwijl hij de symfonie helemaal schreef als een heel persoonlijke kreet uit zijn ziel. Ik heb de Rococo-variaties nog nooit gedirigeerd, dus kijk ik er ten zeerste naar uit om dit werk met het Muntorkest te brengen!

Solist in deze Rococo-variaties is Justus Grimm, een solist uit ons orkest!
Ja, ik denk dat het absoluut belangrijk is om de schitterende solisten van het eigen orkest in concertant werk te laten horen. Ze moeten niet alleen buiten het orkest kansen krijgen in kamermuziekensembles, maar zeker ook in solistische rollen. Dit is van primordiaal belang voor de gezondheid van een orkest!

En het concert begint met Tsjajkovski’s Fantasie- Ouverture ‘Romeo & Juliet’…
Ja, we hebben besloten deze ouverture te brengen als opener. In dit werk worden een aantal sleutelpassages van Shakespeares stuk samengebracht, waarbij het literair programma de structuur bepaalt. Zo horen we bijvoorbeeld de strijd tussen de Capulets en de Montagues, maar evenzeer het beroemde ‘liefdesthema’ in de balkonscène tussen Romeo en Juliet - waarbij Romeo verpersoonlijkt wordt door de Engelse hoorn en Juliet door de fluit. Dit beschrijvende werk toont weer een heel andere Tsjajkovski!

U brengt veel facetten van Tsjajkovski samen op één avond!
Ik denk dat het programma evenwichtig opgebouwd is, omdat het echt in crescendo gaat. Ik bedoel dit niet zozeer op het vlak van de schoonheid – want al deze werken zijn mooi – maar wel wat de intensiteit betreft. We beginnen met iets eenvoudigers, daarna spelen we het virtuoze stuk en we eindigen met het ernstige werk. En hopelijk kunnen we tonen dat het eindelijk tijd is om Tsjajkovski te zuiveren van zijn twijfelachtige reputatie!

Opgetekend door Reinder Pols

article - 5.12.2011

 

Romeo & Juliet
Concert

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
culturele
black-out