Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Concert

Filtreren op media: 

Ludovic Morlot

Interview Ludovic Morlot

De Munt - Interview Ludovic Morlot

Eens te meer begeeft chef-dirigent Ludovic Morlot zich buiten de platgetreden paden en bezorgt hij ons een heel contrastrijke concertprogrammering. Het getuigt van lef om de transcendentale klankwereld van Olivier Messiaen te verbinden met de buitensporigheid van Richard Strauss. Naast de opvoeringen in Brussel, wordt dit concert – met een glansrol voor La Choraline, het Jeugdkoor van de Munt – ook uitgevoerd op het Festival de Pâques van Aix-en-Provence.

Bij het overschouwen van dit concertprogramma valt vooral het contrast op, met name tussen woorden als ‘Liturgies’ en ‘Burleske’. Wat zette u aan tot die keuze?

Het vertrekpunt was onze samenwerking met Renaud Capuçon, artistiek directeur van het Festival de Pâques d’Aix-en-Provence. Richard Strauss is een van de rode draden in de programmering van dit festival, dus verwacht je veeleer Ein Heldenleben of Zarathustra te horen. Ik wou deze componist echter in een wat ongewoon daglicht stellen. Zo leken mij de Rosenkavaliersuite en Burleske interessant omdat ze weinig worden uitgevoerd. Met het Muntorkest streef ik naar een afwijkende programmering en wil ik contrasten verkennen: Richard Strauss en Messiaen samenbrengen in een concertprogramma lijkt me goed aan te sluiten bij dat uitgangspunt.

Welke plaats bekleden die twee componisten in uw werk?

Ik hou van deze twee componisten omdat ze een heel eigen schriftuur hebben. Dat is precies wat ik zoek: een origineel parcours verkennen. Zelfs al vind ik de muziek van Strauss wel eens ‘oppervlakkig’, met al die overdadigheid, die buitensporigheid van de schriftuur, toch maakt die luchtigheid die we aantreffen in Der Rosenkavalier haar ook aantrekkelijk en boeiend! Van Messiaen apprecieer ik composities als Quatuor pour la fin des temps en Vingt regards sur l’Enfant-Jésus… Elk werk van deze componist is een levenservaring, je kunt die stukken niet beluisteren zonder dat ze je veranderen.

De muziek van Messiaen is inderdaad bijzonder vanuit meer dan een oogpunt. Hijzelf gebruikt begrippen als ‘les sons-couleurs’ of ‘la musique en vitrail’. Bovendien neemt het geloof in zijn oeuvre een beslissende plaats in. Kunt u ons wat meer vertellen over deze twee fundamentele aspecten?

Het geloof is inderdaad essentieel! Maar het is belangrijk het te kunnen vertalen in realistische emoties. We vinden dit sacrale element ook terug in Jenůfa, de opera die ik momenteel dirigeer. Er worden fundamentele waarden in aangehaald, zoals waarheid en schoonheid, maar ook de afgunst, die op het voorplan wordt geplaatst om haar beter te kunnen veroordelen. De religieuze dimensie die in dit werk aanwezig is, overstijgt in zekere zin deze waarden. Ik ben er van overtuigd dat je de muziek van Messiaen kunt smaken, dat je jezelf erin kunt herkennen, zonder noodzakelijkerwijze zelf gelovig te zijn. Ook de natuur is er zeer sterk in aanwezig: het zingen van de vogels, de kleuren die geassocieerd worden met de klanken… Je denkt daarbij aan een fel oranje, aan de zonsondergang, aan het licht dat door de glasin- loodramen schijnt.

Een mystiek geïnspireerde muziek die toch in de aarde is verankerd… Zoals die hele zoektocht van de componist met betrekking tot het gezang van de vogels. Wat zou u willen zeggen aan de toehoorders die dit werk voor het eerst beluisteren?

De bezetting en de orkestratie kunnen verbazing wekken. We bevinden ons in het midden van de twintigste eeuw, met een strijkersensemble, een piano, ondes-Martenot en een vrouwenkoor. Het werk is opgebouwd uit drie delen: God aanwezig in ons, God aanwezig in zichzelf en God aanwezig in alle dingen. Dit kan op verschillende niveaus begrepen worden; zo zou je God kunnen vertalen door wat ons het meeste dierbaar is. Ik denk aan een zin uit de tekst die Messiaen zelf schreef:“Dit ja dat zingt als een echo van licht”… Die woorden passen zo wonderwel bij die muziek!

Een muziek tussen hemel en aarde…

Inderdaad!

Een werk dat tijdens de Tweede Wereldoorlog werd gecomponeerd. Een bevrijdingsmuziek?

Ja, dat denk ik ook. Ik voel het zo aan. Met grote muzikale vrijheid behandelt de componist een religieus onderwerp. Het is een echte boodschap van hoop!

Ja, dat denk ik ook. Ik voel het zo aan. Met grote muzikale vrijheid behandelt de componist een religieus onderwerp. Het is een echte boodschap van hoop! Met Strauss wisselt de sfeer. Vooreerst brengt u diens jeugdwerk Burleske en vervolgens de Rosenkavaliersuite die dateert uit dezelfde periode als Les Trois Petites Liturgies de la Présence Divine. Tussen beide werken van Strauss ligt meer dan een halve eeuw… Vanwaar die keuze?

Allereerst, zoals ik al zei, omdat die werken het volgens mij verdienen om vaker uitgevoerd te worden, vooral dan Burleske. Ik hou van de jonge Strauss; hij was zowat twintig toen hij dit werk componeerde. Der Rosenkavalier is wat anders, maar het is meer bepaald de Suite die hier onze aandacht opeist. Ik hou van een contrastrijke programmering, het presenteren van twee werken die een subtiele thematische band hebben die misschien niet meteen duidelijk wordt bij het lezen van het programma maar wel bij het beluisteren van de uitvoering. Maar het klopt dat de Liturgies laten volgen door Burleske kan overkomen alsof ik er de draak mee steek! Met de Rosenkavaliersuite eindigt het concert in een meer ontspannende sfeer.

Dit werk, Burleske, is technisch zeer complex voor de pianist. Hoe verloopt uw samenwerking met Bertrand Chamayou?

Die is schitterend! Ik had reeds de kans om Messiaen met hem uit te voeren, namelijk Les Oiseaux exotiques, op een concert in Frankfurt. We brachten er toen ook een concerto van Stravinsky. Het is een repertoire waarin Chamayou echt virtuoos is. Burleske vergt dit meesterschap. Oorspronkelijk was dit werk geschreven voor de pianist Hans von Bülow, die er echter niet aan wou beginnen omdat hij het te ingewikkeld vond, onspeelbaar…. Dit toont hoezeer de pianistieke techniek op een eeuw tijd is geëvolueerd: vandaag is het niet uitzonderlijk om vertolkers van nog geen dertig jaar oud te ontmoeten die in dit soort werken kunnen uitblinken.

U leert het Muntorkest steeds beter kennen. Hoe evolueert uw samenwerking met de musici?

Ik werk nog maar een jaar met hen, dus onze relatie is nog heel pril. Op een ensemble van dit kaliber kun je maar pretenderen een echte invloed te hebben na er vier of vijf jaar mee samengewerkt te hebben. Maar na een jaar heb ik toch al een beter idee van het repertoire waarop ik me met het orkest wil toeleggen. Het lijkt me overigens ook fundamenteel voor de menselijke en artistieke cohesie van de groep dat we buiten ons eigen huis zouden kunnen gaan optreden, wat het geval zal zijn op het Paasfestival van Aix-en-Provence. Dat is een echte buitenkans!

Hoe werkte u aan het vocale aspect van Les Trois Petites Liturgies?

Aanvankelijk dacht ik aan een samenwerking tussen de vrouwen van het Muntkoor en La Choraline, het jeugdkoor. Maar dan bedacht ik me dat die mix van stemmen wellicht niet geschikt was. Ik wou een zeer zuivere, eenvormige klank, ik zocht naar een naïviteit in de stemmen. Met de dirigent van het Muntkoor, Martino Faggiani, en de dirigent van La Choraline, Benoît Giaux, kwamen we tot de slotsom dat het project nog mooier zou worden als we dat specifieke vocale aspect konden bereiken. Daarom besloten we dit werk enkel met La Choraline te brengen.

Dat is toch een grote uitdaging?

Zeer zeker! Wanneer men zich voorneemt om deze Liturgies met meisjes uit te voeren, ligt een van de grootste moeilijkheden op het vlak van de tessituur. De schriftuur van Messiaen is zeer veeleisend, ze vergt een grote volharding. Hij schreef voor een zeer hoge tessituur, de vertolkers moeten vaak een hoge la zingen, wat voor jonge meisjes zeer vermoeiend is. Ook daarom dacht ik er eerst aan om hen te versterken met vrouwenstemmen.

Het is ook belangrijk dit concert meermaals uit te voeren?

Uiteraard! We hebben het geluk het twee maal in Brussel te kunnen spelen alvorens we naar Aix trekken. Het geeft altijd meer voldoening om een interpretatie te kunnen laten groeien tijdens meerdere uitvoeringen. In die zin is ook de Rosenkavaliersuite een goede keuze, want het werk is niet enkel aantrekkelijk op zich, maar het orkest heeft ook al de opera gespeeld; zo hebben de musici reeds een begrip van het werk in zijn geheel, een totaalbeeld.

Opgetekend door Fabienne Flamand

article - 28.2.2014

 

Ludovic Morlot
Concert

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
culturele
black-out