Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Dans

Filtreren op media: 

Continu

Interview Sasha Waltz

De Munt - Interview Sasha Waltz

Als laatste dansvoorstelling van dit seizoen programmeert de Munt een ambitieuze choreografie op muziek van drie grote, twintigste-eeuwse componisten: Edgar Varèse, Iannis Xenakis en Claude Vivier. De Duitse choreografe Sasha Waltz ontwierp deze spectaculaire voorstelling voor 24 dansers uit dansfrases die ze de laatste jaren voor diverse museumprojecten ontwikkelde – onder meer voor het Neues Museum in Berlijn en voor het MAAXI in Rome. Ze herwerkte deze tot een indrukwekkend onderzoek naar de relaties tussen het individu en de groep, tussen twee individuen binnen het koppel, tussen het koppel en de groep en tussen individuen binnen de groep. In de ruimtelijke scenografie domineert het contrast tussen zwart en wit, met enkele sporen van rood.

De titel Continu veronderstelt verandering in de zin van een voortdurende stroom. Hoe moeten we volgens u de titel opvatten?

De titel heeft in eerste instantie betrekking op het ontstaan van het stuk: de kiem lag in een andere productie, namelijk de Dialoge-projecten die naar aanleiding van de heropening van het Neue Museum Berlin in 2009 werden uitgewerkt. Daarvoor creëerden we heel veel materiaal. Deze elementen hebben een creatief proces in gang gezet waarbij ik bepaalde ideeën heb uitgediept en verder ontwikkeld – de ideeën zijn als het ware verder gestroomd, waarbij ik ook zeer vele nieuwe impulsen heb gegeven. Om deze voortdurende verandering te verduidelijken, noemde ik het werk Continu. Overigens heb ik ook na de première nog lange tijd aan dit project doorgewerkt. De versie die we vorige zomer in de Salzburgse Felsenreitschule hebben gespeeld, is voorlopig de laatste.

Formeel bestaat Continu uit twee onderscheiden delen, een ‘zwart’ en een ‘wit’ deel. Hoe verhouden die zich tot elkaar?

Beide delen stellen emotie en rede tegenover elkaar, waardoor er ook formeel in elk deel totaal anders gewerkt wordt. In het donkere ‘zwarte’ deel overheerst de expressiviteit. Hierin wordt vorm gegeven aan een explosie, een oerkracht die zich een weg baant en uit zijn voegen barst – een gewelddadige kracht die evenzeer effect heeft op de individuen als op de groep. In het heldere ‘witte’ deel is de expressie, de formulering dan teruggekeerd en worden we naar het innerlijke gevoerd. Uiteraard is ook de muziek in beide delen totaal anders.

In de Salzburger versie begint het zwarte deel met de opkomst van een uitsluitend vrouwelijk ensemble, muzikaal begeleid door Xenakis’ slagwerkcompositie Rebonds B…

…dat live op het podium wordt uitgevoerd. Ja, hier gaat het om de oerkrachten van de schepping, om het moederlijke, het barende, het scheppende – om een soort Venus-ruimte die aan de oorsprong staat.

Dit eerste deel leeft door de grote contrasten zoals ‘chaos en orde’ of ‘groep en individu’ en is dreigend en rusteloos. De dansers bewegen zeer intensief. Welke macht stuurt hen aan en wat zet hen zo onder druk?

Een deelaspect van het willen – het begrip ‘begeerte’ is te beperkend voor wat ik eigenlijk bedoel, terwijl ik het veel algemener opvatte: het willen in de groep, het willen als paar, het willen als individu… Dit willen werkt als een motor die de acteurs steeds verder drijft. Het ligt als een hartslag aan het geheel ten gronde.

Tijdens de gedanste figuren breken steeds opnieuw individuen uit de groep uit, waarbij het ook tot een echte ‘amokmakerij’ van een individu komt. De potentiaal van het geweld neemt voortdurend toe – er wordt geschreeuwd, er is een gevecht en een terechtstelling. Gaat Continu ook over de bereidheid geweld te gebruiken, of over de weerloosheid van individuen?

Ik denk dat in het spanningsveld tussen individu en groep veel beelden worden gewekt. Wat u zonet als amokmakerij duidde, was voor mij een bezetenheid die zich als een virus in de groep verspreidt. Zo mondt het geheel uit in een kracht die men kan associëren met maatschappelijke uitingen, of dat nu een oorlogsgebeuren in het verleden dan wel in het heden is. Het is als een spiegel die ons wordt voorgehouden, want wij worden voortdurend met zulke situaties geconfronteerd. Bij de terechtstelling dacht ik aan een officiële militaire actie, terwijl het tafereel ook associaties oproept met een volkerenmoord. De moordenaar en één persoon overleven – of dit een verrader is, blijft een open vraag. Het verhaal van deze beide overlevenden werk ik met elke uitvoering een beetje bij. Daardoor ontsluit dit stuk zich voor mij steeds opnieuw.

Het witte deel stelt bij aanvang het individu centraal: een haast naakte danser, helemaal alleen in een metershoge ruimte, wiens been ongecontroleerde bewegingen maakt. Vervreemdt het lichaam zich hier van zichzelf? Of is het eerder zo dat het individu hier leert om zijn lichaam te gebruiken?

Het betreft hier zeer abstracte lichaamstaken. Ik heb veel met plooibewegingen gewerkt, en in deze fase is het alsof het lichaam in zijn bestanddelen uiteenvalt en een object wordt. Dat zet zich in het hele stuk door, maar in het witte deel is de abstracte bevraging van het lichaam beslist sterker uitgewerkt.

En dan komt de wonderbaarlijke scène waarin de dansers op de witte vloer rode sporen achterlaten, wat tal van associaties oproept. Hoe functioneert dit technisch? Dit was wellicht niet eenvoudig om te realiseren?

Nee, dat was niet gemakkelijk. Onder de voetzolen van de dansers werden kleine kleurpakketjes gekleefd; door die plat te drukken, beschilderen ze het papiervel. We hebben lang gezocht naar papier dat tegen het dansen bestand was. Aanvankelijk werkten we ook met dikkere verf. Dat was technisch echter zo risicovol dat we er uiteindelijk voor gekozen hebben enkel met pigmenten te werken.

Is er een kleurenmetafoor?

Nee. We hebben bij de choreografie zeer veel aandacht besteed aan de manier waarop een beeld ontstaat. De kleurkeuze was louter vanuit pragmatisch: we wilden dat het beeld voor alle toeschouwers goed te zien zou zijn.

Arcana van Edgard Varèse vormt het muzikale centrum van Continu. Naast Rebonds B van Xenakis gebruikt u ook diens elektroakoestische werk Concret PH en Claude Viviers Zipangu, een stuk voor dertien strijkers. In sommige scènes bewegen de dansers zich onafhankelijk van deze muziek, terwijl in andere scènes klank en beeld synchroon verlopen. En daarnaast zijn er ook nog de lange stiltes. Welke dramaturgische betekenis heeft al deze muziek voor het geheel?

Arcana is zeer belangrijk omdat het Continu zijn vorm heeft gegeven – Arcana schiep vooral het zwarte deel. Eigenlijk wou ik dat de muziek live zou worden gespeeld, maar aangezien dit stuk een enorme bezetting vraagt, was dit niet realiseerbaar. Omdat ik echter absoluut met muziek van Varèse wou werken – in het witte deel worden ook fragmenten uit Ionisation en Hyperprism gespeeld – koos ik voor de variant met geluidsband. Het blijft echter mijn droom om Continu eenmaal met groot orkest uit te voeren, want alleen zo is er voor mij een evenwicht tussen lichaam en muziek. De stilte is noodzakelijk opdat het publiek door de muziek niet murw zou worden geslagen; ik vind het ook zeer belangrijk beweging zonder muziek te beleven, omdat het visuele zo een ander karakter krijgt.

Met de titel Arcana verwees Varèse naar de zeventiende- eeuwse alchimie: arcana zijn middelen uit de occulte wetenschappen waarmee werelden of ruimtes kunnen geopend worden die normaal gezien buiten het bereik van de mens liggen. Is deze of een soortgelijke gedachte ook terug te vinden in Continu?

In het creatieve proces zeker. Varèse componeerde Arcana in aansluiting op Stravinsky’s Sacre, dat zelfs rechtstreeks wordt geciteerd. Voor hem was dit stuk het ontluiken van een nieuwe wereld, de doorbraak van nieuwe klanken. Zo’n doorbraak van iets nieuws probeer ik bij elke creatie die ik tot stand breng, te verwezenlijken.

Opgetekend door Harald Hodeige

article - 12.5.2012

 

Continu
Dans

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
culturele
black-out