Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Opera

Filtreren op media: 

Il Trovatore

Interview Marc Minkowski

De Munt - Interview Marc Minkowski

Met Les Huguenots slaagde Marc Minkowski erin een belangrijk maar grotendeels vergeten werk van Meyerbeer een nieuw elan te geven. Deze productie, die hij samen met Olivier Py creëerde, werd door het Duitse tijdschrijft Opernwelt bekroond als ‘Beste operaproductie van het jaar’. Een jaar later staat de Franse dirigent – opnieuw aan het hoofd van het Symfonieorkest van de Munt en ditmaal met de Russische regisseur Dmitri Tcherniakov – voor een nieuwe, grote uitdaging: Verdi’s prachtige Il Trovatore. Zijn verfijnd gevoeld voor theater staat nu ten dienste van componisten die ver verwijderd zijn van het barokrepertoire waarmee hij zo bekend werd. Onder zijn muzikale leiding zullen de gewelddadige hartstochten in deze opera zich in al hun dimensies manifesteren.

U bent een bijzonder nieuwsgierige dirigent en u blijft ons verrassen door de keuze van de werken die u dirigeert. Vandaag hebt u besloten u aan Verdi te wijden. Waarom juist nu?

Waarom ook niet…! Ik heb al diverse Verdi-projecten overwogen die op niets uitliepen, waaronder een Falstaff die door gebrek aan middelen niet is gerealiseerd. We zullen zien of we de vloek van Azucena en haar moeder al dan niet in deze productie zullen voelen! Toeval of niet, ik wou er ook geen haast mee maken. Het is zoals Bach of Mozart opnemen of Wagner dirigeren, het brengt niets op om het lot te forceren of om jezelf voorbij te hollen.

En waarom wou u Verdi aanpakken met Il Trovatore?

Toen Peter de Caluwe met dit voorstel kwam, ben ik er onmiddellijk op ingegaan, omdat Il Trovatore echt een meesterwerk is. Misschien wel de meest opwindende en beangstigende Verdi, want de allergrootsten, zoals Karajan of Giulini om er maar een paar op te noemen, die er zich aan hebben gewaagd, hebben er ook hun stempel op gedrukt. Voor mij is dit ten slotte een tamelijk logische stap na Donizetti in de grote Franse opera met La Favorite in de Franse versie, na Meyerbeer met Les Huguenots en Robert le diable, na Wagner natuurlijk met Der fliegende Holländer en Die Feen. Al deze werken leidden mij op een natuurlijke wijze tot Il Trovatore. Jaren geleden heb ik ook de Chanson du voile in de Franse versie van Don Carlos opgenomen met Magdalena Kožená en ik heb enkele fragmenten van La Traviata gebracht tijdens een concert in de Vlaamse Opera. Al is het dus niet volledig nieuw, het is wel de eerste keer dat ik mij aan een volledig werk van Verdi zal wijden.

Hoe bereidt u zich voor om deze partituur te dirigeren? Doet u specifiek opzoekingswerk?

Er zijn geen miljoenen keuzemogelijkheden. Ik heb me onlangs een heel mooie kritische uitgave kunnen aanschaffen, gemaakt in Chicago in samenwerking met Ricordi, die vele dingen verduidelijk. Ik denk dat men vooral de traditie een beetje moet verbannen om echt te doen wat in de partituur staat. Een eenvoudig credo, maar iets dat al snel dreigt verloren te gaan wanneer men een dergelijk meesterwerk speelt. Daarnaast is er nog een hele reeks opnames waarnaar ik luister. Il Trovatore is misschien één van de vaakst opgenomen – en verschillend geïnterpreteerde – opera’s van Verdi. Volgens mij situeert deze partituur zich tussen deze twee belangrijke woorden: theater en belcanto. Daarom zal ik mij ook helemaal onderdompelen in de sfeer die Dmitri Tcherniakov zal overbrengen, omdat hij iets heel zwart, heel duister wil doen. Er bestaat natuurlijk een Franse versie, Le Trouvère, die interessant is om te bestuderen, maar Il Trovatore is helemaal geen Franse opera! Zoals het voor mij evident is dat La Favorite van Donizetti, Les Vêpres siciliennes en Don Carlos van Verdi echte Franse opera’s zijn die in de Italiaanse versie enorm veel verliezen, zo ook vind ik Il Trovatore helemaal het tegenovergestelde. Niets meer Latijns van inslag dan Il Trovatore, dat trouwens is gebaseerd op een Spaans drama! Het is de apotheose van de Italiaanse opera en het is muziek die Italië uit al haar poriën ademt.

Vertel ons over de originaliteit van deze opera…

Wat mij vooral getroffen heeft bij het voorbereiden van dit werk, zijn de opeenvolgende scènes waarin de zangers vreselijk geïsoleerd zijn, maar die toch een ongelooflijke dramatische spanningsboog vormen. Binnen het oeuvre van Verdi lijkt Il Trovatore me een geval apart. Het is heel shakespeariaans – deze parade van personages die op zo een eenvoudige manier hun verhaal, hun vloek, hun liefde komen vertellen. De verrassende manier waarop hij zonder ouverture begint, gaat in dezelfde richting; alsof men een gordijn opent en onmiddellijk wordt ondergedompeld in een verhaal dat al bezig is. Heel spectaculair! Dat is wat men bij deze muziek moet doen uitkomen: deze mengeling van duisternis, ernst en schittering tegelijk!

We weten dat Verdi en zijn librettist, Cammarano, in het begin een belangrijke rol wilden geven aan de zigeunerin Azucena, en de opera zelfs naar haar wilden noemen. Verschilt de vocale schriftuur van dit personage van de andere grote rollen?

Het staat vast dat Verdi zelf gezegd heeft dat hij, mocht hij een prima donna zijn, liever de rol van Azucena zou zingen dan die van Leonora! Het is een echte rol voor een mezzosopraan in al haar pracht. Componisten hebben deze stem op uiteenlopende manieren gebruikt, maar de echte dramatische mezzosopraan… die kreeg een beetje vorm door Meyerbeer, met Pauline Viardot voor Fidès. En Pauline Viardot ging verder in die richting, toen ze de titelrol kreeg in de door Berlioz herziene versie van Gluck’s Orfeo. In elk geval, nog nooit vóór Verdi, en vóór dit werk in het bijzonder volgens mij, werd het begrip mezzosopraan zo goed getekend, als een donkere, veelzeggende stem, geen alt en geen dramatische sopraan, die in haar tessituur echt het midden houdt tussen die twee en die er een duister personage van maakt, nu eens kwetsbaar, dan weer opstandig. Een echte leeuwin! Het klopt dat zo’n personnage voor dat stemtype daarna nog vaak is geschreven…

Verdi hechtte veel belang aan de keuze van zijn vertolkers, waarschijnlijk omdat de vocale schriftuur van de vier hoofdrollen bijzonder veeleisend is. Hoe ziet u de samenwerking met de zangers?

Met Peter de Caluwe en Dmitri Tcherniakov hebben we de rolverdeling uitgewerkt door zangers samen te brengen die de kunst van het belcanto beheersen. Het is belangrijk in overweging te nemen dat de theatraliteit van deze opera voortvloeit uit en gebaseerd is op de sterke individuele persoonlijkheden. Het zijn vooral deze kwaliteiten waarom Marina Poplavskaya, die ik een aantal jaren geleden in Salzburg gehoord heb in Otello, is gekozen. Haar stem combineert tegelijk lyriek en zuiverheid, intensiteit en drama. Het is een echte actrice. Hetzelfde geldt voor Sylvie Brunet, met wie ik vaak heb samengewerkt, onder andere voor Carmen, Mireille van Gounod en de korte rol van de moeder in Les Contes d’Hoffman, die zij letterlijk overstijgt. Vroeger was zij een dramatische sopraan, daarna volgde zij de ontwikkeling van haar stem en werd een sterke, dramatische mezzo, met een gekwetste en tegelijk wraakzuchtige kant. Ook de andere zangers beantwoorden aan heel specifieke kwaliteiten die hen toelaten een sterke theatraliteit, zonder overdrijvingen, te bereiken.

Na La Cenerentola, Don Quichotte en Les Huguenots, is het de vierde keer dat u een opera dirigeert in Brussel. U kent het Muntorkest goed. Welke relatie hebt u ermee?

We werken in een tamelijk samenzweerderige sfeer. De lange repetitieschema’s, vooral met dubbele castings zoals voor Les Huguenots, leiden soms tot een beetje traagheid, maar als de productie eenmaal goed op gang komt, gaat het er heel eenvoudig aan toe. De bekwaamheid, ervaring en muzikaliteit van de musici staat buiten kijf. Wanneer je als dirigent vraagt aan bepaalde dingen te werken, gebeurt dat ook! Het Muntorkest is een toegewijd orkest, dat erom vraagt dat zijn nieuwsgierigheid gewekt wordt.

Opgetekend door Marie Goffette

article - 12.5.2012

 

Il Trovatore
Opera

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
Keep the
lights on!