Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Opera

Filtreren op media: 

Orlando

Interview René Jacobs

De Munt - Interview René Jacobs

De uit Gent afkomstige dirigent is een verfijnde kenner van het barokrepertoire en door zijn diepgravende bronnenonderzoek slaagt hij er steevast in een verrassende kant te tonen van elk werk dat we denken te kennen. René Jacobs dirigeert voor het eerst Handels Orlando aan het hoofd van het jonge orkest B’Rock en met Bejun Mehta, een van zijn favoriete zangers, in de titelrol. Dit wordt zonder twijfel opnieuw een relevatie.

U keert geregeld naar Handel terug. Wie is deze componist voor u?

Als je Handel vergelijkt met andere componisten van Italiaanse opera’s uit dezelfde periode, dan steekt hij er ongetwijfeld bovenuit. Weliswaar komen naar mijn mening zijn directe tijdgenoten zoals Alessandro Scarlatti, of de Duitse componisten die hem beïnvloed hebben zoals Reinhard Keiser, te weinig aan bod. Zeker als je kijkt naar het grote aantal Handelproducties overal ter wereld. Wat mij in Orlando bijzonder bevalt, is dat deze opera veel nieuwe muziek bevat in vergelijking met de ongeveer veertig andere Italiaanse opera’s van zijn hand. Het is bekend dat Handel zeer bedreven was in het ontlenen van muzikale ideeën, die hij dan recycleerde en compleet transformeerde. In Agrippina, een van zijn vroegste opera’s, bevat haast elk nummer ouder materiaal. Voor mij als zanger nam Handel al vroeg een grote plaats in, omwille van het repertoire voor contratenor – oorspronkelijk voor alt-castraat, zoals Senesino, die de (overigens prachtige) titelrol van Orlando heeft gecreëerd.

Bij opera seria denken we meteen aan libretti van Metastasio en aan bepaalde conventies (bv. de da capo-aria, om slechts de bekendste te noemen). Hoe zit dat bij Orlando?

Het zou beter zijn om de term opera seria te vermijden. Hij werd pas later in gebruik genomen – in de zeventiende of achttiende eeuw sprak men van dramma per musica. Bij Handel zijn de toenmalige operaconventies zeker aanwezig. Maar zoals andere geniale componisten wist hij die codes briljant te manipuleren. Het klopt dat Handel vaak gebruik gemaakt heeft van libretto’s die uit de zevendiende eeuw stammen. Ook Orlando gaat terug op een ouder libretto, van Capece. Het is niet zeker wie de bewerking heeft gemaakt, maar ze wijkt op veel punten af van het oorspronkelijke libretto: met name door de uitbreiding van de rol van Dorinda en door de toevoeging van Zoroastro – die in Handels opera de invloed van de Verlichting ondergaat en zo een Sarastro-figuur wordt. In Orlando zet het verhaal de conventies van de opera seria onder druk: de klassieke da capo-aria, een bij uitstek rationele vorm, past namelijk niet bij een personage dat zijn verstand verliest. In de waanzinscène aan het einde van het tweede bedrijf barst de ariavorm uit zijn voegen en gaat over in een opeenvolging van accompagnato-delen en arioso-delen. Dat is op zich niet revolutionair; vergelijkbare waanzinscènes komen ook voor bij Vivaldi, Steffani… Maar de waanzinscène van Handel is terecht de beroemdste. En het was vooruitstrevend dat hij veelvuldig gebruik maakte van accompagnato- recitatieven.

Was dat ook een manier om tegemoet te komen aan zijn Londens publiek?

Het werd vooral ingegeven door de dramaturgie van het onderwerp. Aan de belangrijkste momenten worden strijkers toegevoegd (‘secco’ wordt ‘accompagnato’). Maar Handel kwam wel degelijk tegemoet aan zijn Londens publiek door de lengte van de recitatieven aan te passen. Als onderlegd dramatisch componist wist hij dat hij het (niet-Italiaanse) publiek in Londen niet kon confronteren met lange recitatieven. Dat merk je als je zijn Londense werken vergelijkt met vroege opera’s zoals Agrippina, gecomponeerd voor Venetië.

Zitten er parodistische elementen in dit werk?

De waanzin op het toneel werd vanaf de zeventiende eeuw beschouwd als een komisch element. Het is tegelijk komisch en tragisch dat een personage z’n verstand verliest. In het geval van Orlando gaat dit terug op Ariosto, die Orlando’s onbeantwoorde liefde voor Angelica beschrijft als een liefde die alle grenzen te buiten gaat. Dat Orlando denkt dat hij iemand anders is, is een komisch gegeven. Maar in Handels Orlando heeft vooral Dorinda een komische achtergrond. Er valt heel wat te vertellen over de zangeres, La Celestina, die deze rol heeft gecreëerd. Handel had haar in Napels leren kennen, waar ze bekend stond als vertolkster van komische intermezzi. Ze stamde uit een arm milieu en kon dus hoogstens seconda donna-rollen ambiëren. Maar blijkbaar was ze zo getalenteerd en technisch onderlegd, dat componisten als Hasse in haar komische partijen ook aria’s schreven die, vanwege hun virtuoze coloraturen, normaal voor seria-zangers waren bestemd. La Celestina wist later maatschappelijk op te klimmen door haar huwelijk met een Engelse gentleman; dit bracht ook haar artistieke emancipatie teweeg. In Orlando is Dorinda de seconda donna, maar dat neemt niet weg dat haar partij bijzonder interessant is.

U werkt hier opnieuw met zangers waarmee u al geregeld hebt samengewerkt. Is dat een voordeel voor u?

Jazeker. Al ben ik me ervan bewust dat het belangrijk is regelmatig nieuwe zangers te leren kennen. In deze Orlando ken ik de vijf zangers goed; ik weet dus van bij het begin welk soort variaties in de da capo-aria’s ze kunnen brengen.

Geeft u hen daar duidelijke richtlijnen in of vullen de zangers dat zelf in?

Dat hangt ervan af. Ik bereid altijd een partituur voor met uitgebreide aanduidingen, zeker wat de declamatie van de recitatieven betreft. Voor de da capo-versieringen doe ik suggesties, die de zangers zelf kunnen aanpassen.

Welke uitgave en bronnen gebruikt u voor deze productie van Orlando?

De Neue Hallische Händelausgabe. Ik vergelijk een hedendaagse uitgave altijd met facsimile’s van de autograaf en van de eerste gedrukte uitgave. Want de populaire opera’s van Handel werden al snel na de première in druk uitgebracht (zonder de recitatieven), om te kunnen worden gezongen door amateurs thuis. Voor ons uitvoerders zijn dit interessante documenten, vooral omdat de bas er werd becijferd, terwijl dat in de autograaf van de componist nauwelijks het geval was. Het is ook van groot belang om het originele libretto in te kijken; naast het Italiaans werd een Engelse, vaak zeer poëtische vertaling afgedrukt. Een dergelijke vertaling helpt soms om te begrijpen hoe zo’n Italiaans libretto op een Londens publiek overkwam.

Voor deze productie zal u voor het eerst met B’Rock samenwerken.

Het is inderdaad de eerste keer dat ik hen zal dirigeren – ik verheug me nu reeds op de samenwerking met dit jonge en zeer gemotiveerde orkest. Dit gezegd zijnde: de instrumentatie van Orlando is niet spectaculair: er zijn geen trompetten, de hoorns beperken zich tot één aria… Veel hangt bijgevolg af van het gevarieerde spel van de strijkers, en ook de continuopartij is heel belangrijk.

Handels partituur vermeldt anders wel een heel apart instrument, de ‘violetta marina’.

Ja, en omdat het instrument niet meer bestaat, vervangen wij beide violette marine door viole d’amore. Wat aan beide instrumententypes zo apart is, zijn de resonantiesnaren, die meeklinken met de bespeelde snaren. Het blijft trouwens onduidelijk waar de naam ‘violetta marina’ vandaan komt. De violette marine hebben een dramaturgische betekenis in Orlando; het zijn toverinstrumenten, zoals Tamino’s toverfluit en Papageno’s Glockenspiel in Die Zauberflöte. De violette weerklinken op het einde van het derde bedrijf, in de ‘sluimeraria’ van Orlando. Zijn slaap maakt deel uit van het ritueel waardoor hij zijn verstand terugvindt.

De laatste jaren krijgt u terecht zeer veel erkenning voor uw werk. Bent u de gevestigde waarde geworden waartegen jongere generaties zich moeten afzetten?

In zekere zin zet ik mij af tegen mijn ‘gevestigde waarde’, door mezelf steeds in vraag te stellen. Het werken met jonge ensembles past in dat opzet: zij kunnen iets aan mij hebben, maar ik kan ook van hen leren! Ik ga nog lang niet op mijn lauweren rusten…

Opgetekend door Marie Mergeay

article - 31.3.2012

 

Orlando
Opera

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
Keep the
lights on!