Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Opera

Filtreren op media: 

Hamlet

Interview Olivier Py

De Munt - Interview Olivier Py

Best mogelijk dat men in de negentiende eeuw het in die tijd zowat vergeten oeuvre van William Shakespeare herontdekte vanuit een dweepzucht met het verleden, niettemin spraken vooral de mooie, lijdende vrouwenfiguren als Desdemona, Cordelia en Ophelia tot de verbeelding. Zo ook bij Ambroise Thomas, die met de typische obsessie van zijn tijd vooral de waanzin in dit vrouwelijke hoofdpersonage gestalte gaf. Olivier Py wil in zijn enscenering Shakespeare zelf terug aan de oppervlakte brengen waarbij hij opnieuw Hamlets onvermogen tot engagement centraal stelt.

Wat boeide u in dit werk van Ambroise Thomas? Welke thema’s spreken u aan?

Hamlet, het stuk van Shakespeare, uiteraard! In de wetenschap dat dit een negentiende-eeuwse versie ervan is. Maar je moet ook weten dat een stuk van Shakespeare nooit integraal wordt uitgevoerd. Shakespeare is de meest vertaalde, meest bewerkte, meest gecoupeerde schrijver, ten goede en ten kwade! Ten kwade als men de scherpe kantjes weghaalt van zijn kracht en zijn politieke denken, ten goede als men hem de nodige middelen verleent om een nieuwe tijd aan te spreken. Shakespeare is dus een grote politieke en metafysische vergaarbak die past bij alle tijden. Toegegeven, ik was wat verrast door de versie van Thomas, maar als je met een groot stuk zoals dit te maken hebt, kun je je altijd inspannen om Shakespeare zelf weer aan het oppervlak te brengen. Ik heb bijvoorbeeld samen met Marc Minkowski besloten om het slot toch wat naar onze hand te zetten, want het oorspronkelijke, typische negentiende-eeuwse happy end is niet echt geslaagd.

Wat is volgens u de grootste obsessie van Hamlet, dat ronddwalende personage dat zijn eigen leven voorbijloopt?

De grootste obsessie valt moeilijk te bepalen, want wat in Hamlet zo geslaagd is, is dat hij op het kruispunt staat van alle mogelijke fundamentele problemen. Maar als er iets is wat tegenwoordig veel weerklank vindt, dan is het een onvermogen tot politiek engagement. Waarom doodt Hamlet Claudius niet wanneer hij er de gelegenheid toe heeft? Wat houdt hem tegen? En vervolgens, om te verwijzen naar een tekst van Jacques Derrida (Spectres de Marx) die grote indruk op mij heeft gemaakt: wat is dat ondanks alles spookachtige gebod om een politiek engagement op te nemen? Wat is dat revolutionaire gebod dat nog steeds actief is, dat woord van de afwezige/aanwezige vader, dat hem tot een politiek engagement verplicht, zelfs wanneer dat engagement zo goed als onmogelijk is. Ik vind dat dit veel zegt over mijn generatie en over onze tijd. Een politiek engagement is moeilijk te vinden omdat de vijand moeilijk af te bakenen is. Die gedachte heeft me erg geraakt, en ze zit in feite al helemaal vervat in de opera van Thomas. Misschien ook omdat in die tijd een postrevolutionaire malaise heerste, een moedeloosheid over de revolutie.

Maar waarom laat Hamlet dan na de koning te doden wanneer hij er de gelegenheid toe heeft? Kun je stellen dat hij hem in zekere zin bewondert?

Neen, ik denk niet dat dat de verklaring is, datgene wat hem verhindert te handelen. Ik denk dat het komt doordat de revolutie tevergeefs zal zijn, omdat hij hem zal doden zonder hem te doden; omdat het nergens toe zal dienen, omdat hij opgevolgd zal worden door een andere kracht. Hij is het slachtoffer van een vreselijke ‘waar dient het allemaal toe?’-gedachte die zijn arm verlamt. En dan gebeurt er iets wat onvermijdelijk altijd sterk is voor een theaterfiguur: wat doet Hamlet wanneer hij er niet toe komt de koning te vermoorden? Hij roept de acteurs samen. Dat is zowat het verhaal van mijn leven… Een onmogelijke revolutie, en je wendt je tot het theater, dat even toelaat om die politieke schuld te dragen die we hebben ten aanzien van een afwezige vader. Het theater is zijn antwoord, niet alleen op het politieke onvermogen, maar ook op het filosofische onvermogen. Dat zit niet in de versie van Thomas, maar het is toch te horen: ‘woorden, woorden, woorden’ – en daar moet je dan bijdenken: ‘maar geen ethiek’. In de boeken missen we iets. En dat gemis houdt ons tegen om echt aan filosofie te doen: we doen aan geschiedenis van de filosofie, we goochelen met concepten, maar vinden geen betekenis.

Hamlet wordt gedreven door woede ten aanzien van zijn omgeving, maar is die woede niet in eerste instantie tegen hemzelf gericht?

Tegen hemzelf, inderdaad. Omdat hij te laat of te vroeg geboren is. In de tijd van zijn vader waren er mogelijkheden, en later, in de tijd van Fortinbras, zal er misschien opnieuw iets mogelijk zijn, maar hijzelf moet het stellen met een tijd die echt inactief is. We bevinden ons al eeuwen in een situatie waarin we proberen na te denken over het onvermogen te handelen, en er alles aan doen om in dit onvermogen waardigheid en zin te vinden. Maar wat ik wilde benadrukken, is dat die hele dimensie bewaard is gebleven bij Thomas/Barbier/Carré.

U vermeldt de librettisten Barbier en Carré. Wat is er bijzonder aan hun bijdrage?

Het meest diepzinnige dat ik over hen kan zeggen, is dat het alcoholici zijn! In vino veritas, denken ze. In alles wat ze schrijven, vind je dat geloof in het waarheidsgehalte van wijn vroeg of laat terug. Uit de wereld vluchten in de alcohol, kunstmatige paradijzen, een feest dat erkent dat niets echt is… een feest van de immanentie. Een gedachte die echt typisch is voor hun tijd, een beetje in de sfeer van het ‘Second Empire’, maar uiteindelijk heel sterk. En dat is zo kenmerkend voor hun stem. Alles is om zeep: champagne!

Hamlet is een stuk zonder God. Hamlet lijkt zich bewust van zijn onmacht en onderwerpt zich aan een zeker fatalisme. Waarin gelooft hij dan?

Het ontbreken van iedere verwijzing naar God is in dit stuk inderdaad heel opvallend. Ik denk dat het enige waarin hij een beetje gelooft, de kracht van het theater is. Dat is het enige dat hem een sprankje hoop biedt, dat hem toelaat de dingen te plaatsen. Hij gelooft echt alleen nog in het theater. Hij leeft in een wereld zonder God, waarin filosofie slechts papier is, waarin politiek slechts een onmogelijke daad is…

Zou je kunnen stellen dat de dood zijn enige manier is om te overleven?

Neen, dat denk ik niet. Het valt niet mee om in Hamlet zo’n held te zien. Hij is niet iemand die zich opoffert. Ik zou zeggen dat hij al dood is vanaf de eerste scène, hij leeft in een graf. Onze enscenering speelt trouwens helemaal ondergronds. Hij leeft al in rioleringen, graven, de onderkant van de stad, in het politieke onderbewustzijn van de stad, misschien in kerkers… Ons decor verwijst tegelijk naar een gevangenis, een riolering, een kelder, een crypte, alle mogelijke onderkanten en benedenruimten.

Wat vindt u van het personage van de koningin. Bent u het eens met Jan Kott, die zegt dat je ‘onder haar rust een vulkaan voelt’?

Rust… Ze is eerlijk gezegd niet altijd rustig! In ieder geval toch niet in deze opera; en in het stuk van Shakespeare hangt het af van je interpretatie. Ik vind haar niet bijzonder rustig, ze is de zieke natie, de corruptie die noodzakelijk is om ‘spiritueel’ te overleven. Haar relatie met Hamlet is in onze enscenering bijzonder gewelddadig. Het lijden van het bestaan. Haar zoon is haar enige waarheid, haar enige vreugde, en tegelijk haar nachtmerrie. Ze heeft een waarheid op de wereld gezet, maar ze wil die niet onder ogen zien. Ik zou niet het woord ‘rust’ gebruiken om haar te beschrijven, ik zou zeggen dat ze een personage vol verdringing is.

En Ophélie, wie is zij?

In de opera van Thomas is haar personage sterk uitgewerkt omdat de sopraanpartij belangrijk was. Ze is daardoor een vrij knap personage, en illustreert het thema van de waanzin dat in de opera van de negentiende eeuw zo populair was. Ophélie is het gebroken licht, het zoenoffer, en ook diegene die, zo denk ik, het schema niet doorziet. Maar dit personage laat ons ook iets zien wat in de negentiende-eeuwse personages doorgaans zeer geslaagd is: de relatie tussen het grote en het kleine verhaal. Hoe politiek onvermogen uiteindelijk leidt tot seksueel onvermogen. Hoe het revolutionaire onvermogen van Hamlet hem ertoe brengt Ophélie niet te kunnen begeren of beminnen. Bewust of onbewust laat de opera van de negentiende eeuw altijd zien hoe het grote verhaal het lot van individuen doorkruist en verplettert, want het loopt bijna altijd slecht af.

Deze reprise van Hamlet is ook een van de laatste operaproducties die u brengt alvorens u exclusief aan uw nieuwe functie bij het Festival van Avignon te wijden.

Inderdaad. Ik ga mijn operacarrière een tijdje onderbreken om me met het Festival bezig te houden. Ik heb dus vele projecten afgezegd die ik had aanvaard, waaronder een aantal met pijn in het hart, maar geen zorg, ik zal L’ Africaine en Faust later, op een ander moment wel eens onder handen nemen!

Opgetekend door Marie Goffette

article - 1.11.2013

 

Hamlet
Opera

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt