Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Re:Zeitung

Filtreren op media: 

Re:Zeitung

Interview Anne Teresa De Keersmaeker / Alain Franco

De Munt - Interview Anne Teresa De Keersmaeker / Alain Franco

Choreografe Anne Teresa De Keersmaeker, de stichtster van PARTS, een van de meest prestigieuze hedendaagse dansscholen, kijkt achttien jaar later terug op de originaliteit van een project dat er in grote mate toe heeft bijgedragen om van Brussel de Europese danshoofdstad te maken. Met Re:Zeitung brengt ze een nieuwe versie van Zeitung, een van haar opvallendste werken van de afgelopen jaren. De dansers van Rosas maken plaats voor de fantastische jonge artiesten die werden opgeleid aan PARTS. Het werk dat ze samen met de pianist Alain Franco bedacht op basis van composities van Bach, Schoenberg en Webern, krijgt hier een nieuwe dimensie. Re:Zeitung is een voorstelling die zich richt tot een breed publiek en waarmee de Munt in het bijzonder jongeren wil laten kennismaken.

Kunt u even bij ons in herinnering brengen wat u er in 1995 toe heeft aangezet om een school, een didactisch centrum op te richten, PARTS, toen u zelf nog een piepjonge choreografe was? Wat heeft u ertoe gebracht om u al zo vroeg om uw nalatenschap te bekommeren?

ATDK : Het idee ontstond uit de samenwerking met de Munt, toen Bernard Foccroulle me er in 1994 een residentie voorstelde. Die steunde op drie sleutelbegrippen. Om te beginnen werken creëren op basis van ‘live’ muziek, vervolgens het ontwikkelen en verdedigen van een repertoire, en ten slotte het uitwerken van een educatief project. Er was sinds het eind van mijn eigen opleiding veel veranderd in het Brusselse hedendaagse danslandschap. Ik voelde dus een soort morele behoefte om een school uit te bouwen, bij uitstek de plek waar wordt nagedacht over verleden, heden en toekomst. Ik wilde graag mijn ziel leggen in een plek waar artiesten (en niet alleen ikzelf) hun ervaring zouden kunnen delen met jongeren, de artiesten van morgen. Ik heb PART S uitgewerkt vanuit mijn eigen ervaringen bij MUDRA , de school die was gesticht door Maurice Béjart en die ik in de jaren 1978-1980 had gevolgd alvorens van 1981 tot 1982 mijn opleiding voort te zetten aan de University School of the Arts in New York. MUDRA was echt een unieke school. Een onderwijsplek uiteraard, maar ook een unieke omgeving die strengheid combineerde met anarchie. Ik wilde graag profijt halen uit mijn ervaringen als studente, danseres, choreografe en toeschouwster – erg belangrijke ervaringen – om alles over te brengen wat ik wist over de geschiedenis van de moderne dans, van Martha Graham tot Merce Cunningham via andere creatieve geesten uit de jaren 1960. Dat was het: een school uitbouwen voor studenten die zelf dansers, choreografen en toeschouwers zouden worden. De recente publicatie van Carnets d’une chorégraphe, waarin ik analyseer wat ik lang geleden heb gedaan in mijn ‘Early Works’, is ook een illustratie van dat streven, denk ik. Het streven om een deskundigheid, een vakkennis door te geven. Maar ik moet benadrukken dat toen we ons in de oprichting van deze school stortten, er veel onbedachtzaamheid was, een intellectuele vrijheid vol onbedachtzaamheid…

PARTS wordt dit jaar achttien. Hoe schat u tegenwoordig het eigen karakter ervan in, in verhouding tot andere grote scholen voor hedendaagse dans?

ATDK : Ik wil er om te beginnen de nadruk op leggen dat, als ik er in de loop der jaren in geslaagd ben dit avontuur te combineren met mijn carrière als danseres en choreografe, dat dankzij directeur Theo Van Rompay is. Hij heeft de uitbouw ervan mogelijk gemaakt en hij is erin geslaagd PART S te maken tot de school die ze nu is. In de loop der jaren heb ik van honderden studenten de geest en lichamen zien veranderen, zien evolueren, dankzij hun tijd in onze school. Dat is wat me het meeste raakt. Dat is vorming. Dat is wat me ervan overtuigt dat we gelijk hadden om dit project op te starten. Ik zou durven zeggen dat er een ‘old fashioned’ aspect is dat me wel bevalt. Je vindt er een echt unieke relatie tussen verleden, heden en toekomst. Groepen van dertig mensen die gedurende drie of vier jaar een artistieke en intellectuele vorming krijgen. Die groepen vormen gemeenschappen die tegelijk zeer gesloten zijn en heel erg open staan voor de wereld, tegelijk verankerd in de Europese traditie, maar ook open voor andere soorten esthetiek en denken – de oosterse, bijvoorbeeld. In een tijd waarin iedereen voortdurend onderweg is, waarin we ons ogenblikkelijk kunnen laven aan referenties links en rechts, in de ‘supermarkt’ die cultuur is, betekent op lange termijn werken, in gemeenschap werken, iedereen ertoe aanzetten om zich binnen een groep op menselijk en artistiek gebied te realiseren, ingaan tegen die trend van veralgemeende consumptie. PART S heeft een aspect ‘no practice without theory’ en ‘no theory without practice’. En daaraan zou ik ook ‘no future without past’ willen toevoegen. Die dialectische verbanden, op zoek naar een harmonie, die op verschillende manieren vertaald worden, zijn absoluut essentieel voor deze school.

Rosas en PARTS delen dezelfde leefomgeving en repetitieruimten. Hoe wonen die twee gemeenschappen – de ene met professionele dansers, de andere met studenten – samen onder één dak?

ATDK : Ik heb het gevoel dat er een mooi evenwicht bestaat tussen de raakpunten en de verschillen tussen Rosas en PART S. Ze hebben verschillende projecten en doelstellingen, maar ik geloof dat je er wel eenzelfde filosofie en streven naar kwaliteit terugvindt.

Nu even naar de creatie van oktober dit jaar. Op welke manier onderscheidt Re:Zeitung zich van de vele heel originele projecten die PARTS de afgelopen jaren heeft voorgesteld?

ATDK : Het komt voort uit wat we hebben gedaan tijdens een workshop van PART S. De studenten moeten tijdens hun opleiding bepaalde werken inoefenen uit het repertoire van Rosas, maar ook van Trisha Brown en William Forsythe. De eerste jaren houden ze zich vooral bezig met mijn ‘Early Works’ zoals Rosas danst Rosas en mijn ‘Midlife Pieces’ met Drumming. Pas onlangs zijn we voor de studenten workshops gaan organiseren op basis van werken uit mijn ‘Late Period’, die begon toen onze residentie in de Munt ten einde liep. Het is een periode waarin ik nieuwe wegen heb verkend. ‘Simple questions for basic notions about how is vocabulary made.’ Het is ook de periode waarin ik het begrip repertoire anders ben gaan bekijken. Zeitung, dat in première ging in het Parijse Théâtre de la Ville, was het beginpunt van die nieuwe fase in mijn oeuvre. In die voorstelling heb ik ook voor het eerst samengewerkt met Alain Franco, en keerde ik terug naar Bach. En door Bach te combineren met Webern ben ik voorbij het romantische negentiende- eeuwse repertoire gesprongen. Het was de eerste intensieve activiteit op basis van improvisaties die steunden op eenvoudige vragen of principes – bijvoorbeeld wat gebeurt er als een beweging ontstaat uit een beweging van het hoofd of van het bekken? – die uiteindelijk leidden tot een zeer precieze en gearticuleerde schriftuur. Voor Re:Zeitung hebben de studenten hun eigen onderzoek gevoerd, met improvisaties op basis van dezelfde vragen, en hebben ze de oorspronkelijke Zeitung ingestudeerd. Wat me in deze samenwerking met onze studenten erg heeft geboeid, is dat mijn schriftuur, die ik had ontwikkeld vanuit improvisaties van danseressen van Rosas, hier een ander gezicht kreeg doordat de bezetting niet helemaal dezelfde is, aangezien ze volledig uit mannen bestaat. Het concept en de principes zijn identiek, maar het resultaat is helemaal anders, zonder ook maar één ogenblik het origineel te verraden. Ik stond er zelf van versteld toen bleek hoe ingrijpend die verschuiving is. Dat was boeiend. Ik voeg er nog aan toe dat die jonge dansers, die vooral afkomstig zijn uit niet-Europese culturen, met name uit Tunesië en Brazilië, een andere fysieke uitstraling hebben, wat heel mooi is. Een andere vorm van schoonheid diende zich aan. Die studenten laten kennismaken met Bach en Webern, dankzij de dans, dankzij Zeitung, was een fantastische ervaring, die me er nogmaals van heeft overtuigd dat die componisten ook nu nog van fundamenteel belang zijn. Bach is hedendaags, want hij bezielt die jonge lichamen. En niets is hedendaagser dan het lichaam, dan het lichaam in actie. Na het zien van de voorstelling van die workshop bedacht ik dat ik ermee moest doorgaan en er een echte voorstelling van moest maken, een voorstelling die niet zo lang duurt als Zeitung, die we zouden kunnen laten zien aan een nieuw publiek, in de eerste plaats aan jongeren. Ik geloof echt dat de kwaliteit van hun vertolking tieners en jonge volwassenen de kans biedt om zich te laten bekoren door zowel deze muziek, die in principe zo ver van hen afstaat, als door hedendaagse dans.

Alain Franco, hoe zou u vanuit muzikaal en formeel oogpunt het werk omschrijven dat u samen met Anne Teresa hebt gerealiseerd in Zeitung?

AF : Zeitung is een soort reconstructie, een wedersamenstelling. Niet omdat het muzikale materiaal waaruit het bestaat dat nodig had, maar het ging er in Zeitung – net zoals in andere van mijn werken – om de Historische Tijd gestalte te geven, over de Tijd die eigen is aan de werken heen. Zeitung bevat in die zin een ‘meta-cadens’ die zich gedurende twee derde van de voorstelling ontplooit, met een harmonische logica die een band smeedt tussen kwintencirkel en chromatiek, om in het laatste derde van de voorstelling in zekere zin te ‘verzinken’ in de meanders van de moderniteit. Im Sommerwind van Webern, een jeugdwerk dat nog helemaal in het kielzog van Mahler zit, waarmee Zeitung wordt afgesloten, getuigt in zekere zin van de vage tussenfase waarmee we te kampen hebben sinds ‘God dood is’.

Welke visie heeft u op de relatie van Anne Teresa met muziek?

AF : Haar choreografieën getuigen ontegensprekelijk van een volgehouden – en bij mijn weten op dit niveau qua volharding unieke – interesse voor muziekcompositie. Die intrinsieke kennis van partituren – zelfs van werken die bij ervaren musici als lastig bekendstaan – maakt het mogelijk om te werken op een niveau dat als het ware muziekexegese via choreografie wordt.

Bach, Webern en Schoenberg. Liggen die drie componisten u bijzonder na aan het hart?

AF : Die drie componisten waren cruciale bakens, niet alleen in de muziekgeschiedenis maar in de geschiedenis in het algemeen. Ze waren grondleggers en vernieuwers, op alle conceptuele niveaus: Bach in het vervolmaken van een discours dat de tijd overstijgt, Webern in de transparantie van de subjectiviteit en Schoenberg op het gebied van het historische constructivisme. Het samenbrengen van die drie componisten was een belangrijk moment in mijn parcours, en naar ik hoop voor iedereen die bij Zeitung betrokken is geweest.

U gaat actief op zoek naar projecten die u samen met choreografen kunt uitwerken. Welk bijzonder genoegen vindt u daarin als vertolker?

AF : Mijn samenwerking met choreografen gaat veel verder dan samen plezier beleven en iets vertolken. Het is een allesomvattende reflectie ‘in situ’ over waar het in voorstellingen om gaat, in het bijzonder ten aanzien van de hedendaagse kunst. We zijn er ons uiteraard allemaal van bewust dat een uitbreiding van de expressieve mogelijkheden niet louter wordt bepaald door een ‘streven naar verandering’. Er is enerzijds iets wat ons ‘een duwtje in de rug geeft’ en anderzijds ons onderscheidingsvermogen, onze oordeelkundigheid. In feite staat het Subject centraal in alles waarmee we bezig zijn, en dat vooral omdat het in de klem wordt genomen door tegengestelde en afleidende krachten. En dus stellen we ons, wanneer we op de scène komen, op onze beurt de vraag: ‘Wat is het Zijn?’.

Opgetekend Christian Longchamp

article - 11.9.2013

 

Re:Zeitung
Dans

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
culturele
black-out