Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

4D

Filtreren op media: 

4D

Interview Sidi Larbi Cherkaoui

De Munt - Interview Sidi Larbi Cherkaoui

In het oeuvre van Sidi Larbi Cherkaoui neemt het duet een prominente plaats in. Zo danste hij zelf samen met Akram Khan, met María Pagés en met Shantala Shivalingappa – met deze laatste in Play dat in april 2011 bij ons te zien was. Onder de titel 4D verzamelt hij vier duetten die hij op verschillende tijdstippen en in een verschillende context creëerde. Maar meer dan een loutere aaneenrijging vormen deze variaties een autonome dansvoorstelling met een bijzondere plaats voor de muziek.

4D staat in de eerste plaats voor ‘vier duetten’. Wat heeft Sidi Larbi Cherkaoui precies met het duet?

Het duo dat ook in mijn groepschoreografieën een belangrijke plaats inneemt, is inderdaad een vorm die mij ligt. Van in het begin werd ik als choreograaf in de eerste plaats geboeid door de relatie, door de wisselwerking tussen twee mensen, eerder dan door het individu. Zelfs in die mate dat het precies deze dynamiek, deze uitwisseling en wederzijdse beïnvloeding is die hen een identiteit verleent.

Vinden we dat idee ook niet terug in uw manier van werken, waarbij u vaak met een bevoorrechte danspartner vorm geeft aan een voorstelling?

Ik wil graag een klankbord hebben, ik wil mezelf in vraag stellen. Kijkend in de ogen van een andere danser ontstaat een wisselwerking. Als twee mensen samen dansen, lijkt het alsof zij iets begrijpen dat ik niet begrijp – en daar gaat een grote aantrekkingskracht van uit. In 4D zijn duetten gebundeld die ik de afgelopen vijf jaar heb gemaakt. Ik wilde onderzoeken of er gemeenschappelijke factoren dan wel verschillen zijn.

Die duetten zijn in verschillende omstandigheden tot stand gekomen en worden nu in één voorstelling samengebracht. Wat primeert er dan: de eenheid of de verscheidenheid? Of is vooral het terugblikken belangrijk?

In dit geval wil ik toch vooral terugblikken. Elk duet is een onderdeel van een vroegere choreografie: Pure komt uit TeZukA, Matter is een scène uit Origine, Sin is een stukje uit Babel dat ik samen met Damien Jalet maakte, en Faun maakt deel uit van een avond ter ere van Diaghilev waaraan ik deelnam samen met drie andere choreografen. Allemaal hebben ze een ander thema: de haat-liefdeverhouding tussen een man en een vrouw; overbezorgdheid tussen partners; een ontdekkingstocht van de ene partner in de andere en omgekeerd; en tot slot, de manier waarop materie en objecten – zonder dat we er ons bewust van zijn – ingrijpen in ons dagelijks leven. De grote eenzaamheid van de twee dansers in dat laatste duet geeft weer hoe partners naast elkaar leven, hoe ze elkaar gebruiken. Op die manier belicht elk duet in 4D een andere psychologische wisselwerking.

Is dat de bindende factor: de man-vrouwrelatie?

Ja, het gaat inderdaad steeds over een man en een vrouw. Hoewel de voorstelling is opgebouwd uit hoofdstukken die op zichzelf kunnen staan, is er een evolutie naar de in zekere zin meest ‘naïeve’, maar misschien ook mooiste vorm van relaties. Faun is een ontdekkingstocht van de ene in de andere; een speels-erotisch ontluiken, gekenmerkt door nieuwsgierigheid en sensualiteit. De lichtheid ervan toont de mooiste manier waarop seksualiteit zich kan openbaren aan twee personen. Het heeft tegelijk iets dierlijks en ik ben blij met de keuze om de voorstelling daarmee te eindigen. Het brengt een zekere romantiek binnen.

En dan is er ook een muziekvideo?

De film Valtari is nauw verbonden met Faun en werd gerealiseerd met dezelfde danser, James O’Hara – een ongelofelijke, inspirerende danser met wie ik al lang werk. In de film danst hij met Nicola Leahey, een Australische danseres. Wat in Faun op dierlijk, mythologisch niveau plaatsvindt (tussen een nimf en een faun), vindt in de film op mensenmaat plaats: twee jonge mensen vinden elkaar in een postapocalyptische omgeving, als waren ze de Adam en Eva van de eindtijd. De manier waarop ze naar elkaar kijken, is erg beklijvend; je kan je volledig inleven in de vragen die ze, louter door naar elkaar te kijken, aan elkaar stellen…

Wat is het meest kenmerkende van uw DNA als choreograaf?

Dat vind ik in het vloeiende – het werken als water. De beweging opvatten als kalligrafie, met één penseel alles willen aflijnen. Ik wil ook graag een soort van ‘verzoening’ vinden in mijn werk. Ik wil niet provoceren, ik wil integendeel het publiek uitnodigen en meekrijgen in een vorm van schoonheid, zelfs als die vertrekt van thema’s die minder mooi of gemakkelijk zijn.

Verwijst 4D nog naar andere dingen?

Ja, de vierde dimensie van de tijd, omdat de vier duetten ontstaan zijn in vier periodes. Daardoor is 4D een gelegenheid om te praten over de tijd. De voorstelling beslaat een periode van zes jaar, in mijn carrière is dat veel. Het is bijzonder om terug te blikken en bijvoorbeeld ook de maturiteit van de dansers te ervaren. Met velen heb ik al een lange weg afgelegd: Kazutomi Kozuki, James O’Hara, Daisy Phillips… Zij dansen de duetten die we een aantal jaar geleden gecreëerd hebben niet meer op dezelfde manier; ook zij hebben de invloed van de tijd ondergaan…

U maakt nieuwe voorstellingen in hoog tempo – was 4D een adempauze?

Het was erg interessant om te kunnen terugvallen op het werk dat al gedaan was. Maar op de een of andere manier heb ik toch nog veel veranderd! (lacht) Onder meer het decor moest voor elk duet gebruikt kunnen worden. In mijn werk lijkt het misschien alsof alles netjes na elkaar komt, maar in het werkproces zijn er veel overlappingen: de dingen waar ik nu mee bezig ben, komen misschien pas binnen drie jaar uit. De output hangt ook niet alleen van mij af: de beschikbaarheid van de dansers, producenten die een bepaalde premièredatum voor ogen hebben…

Live muziek is belangrijk in uw voorstellingen. Hoe zou u de rol van de muziek in uw werk omschrijven?

Voor mij is muziek net als dans een ontmoetingsproces, tussen mijzelf en de musici, én tussen de musici onderling, die elkaar via mijn werk ontmoeten. Neem nu iemand als Patrizia Bovi, een Italiaanse harpiste en zangeres, gespecialiseerd in middeleeuwse muziek, met wie ik al sinds 2007 samenwerk. Ik heb haar gevraagd om aan 4D deel te nemen omdat ze bepaalde werken al kende, maar ook omdat ze de muziek uit Origine kon brengen, samen met Gabriele Miracle. Voor Pure had ik met Tsubasa Hori gewerkt, een Japanse muzikante die koto speelt en die ook zingt. 4D is dus ook gegroeid uit die boeiende kruisbestuiving tussen musici uit heel verschillende culturen die elkaar vinden in de muziek, in een vergelijkbare ‘traditionele’, authentieke benadering ervan. Vervolgens ontstond een nieuwe dialoog met Olga Wojciechowska, de Poolse violiste en pianiste met wie ik voor Sutra heb gewerkt. De gebroeders Khan, zangers uit Rajasthan, zorgden dan voor de typische Indische klanken die ik nodig had voor het Sin-duet..

En dan is er ook nog Debussy…

Ja, zijn Prélude à l’après-midi d’un faune wordt gebruikt in het duet Faun. Dit werk gaat op zijn beurt in dialoog met muziek van Nitin Sawnhey. Doordat Debussy’s muziek zo gekend is, voelde ik op een gegeven moment dat de muziek de dans te veel in een welbepaalde periode opsloot. Ik wilde geen nieuwe laag toevoegen maar wel het werk even ‘openbreken’, onderbreken, door er iets naast zetten, in dit geval een fluit uit Indië, maar als elektronische muziek. Het effect daarvan is dat je na die passage plots heel anders naar de muziek van Debussy luistert! Alsof de Prélude opeens het vervolg van de elektronische muziek van Nitin is… speels, inventief en verrassend hedendaags. In de film is er dan nog de muziek van Sigur Rós, zowat de incarnatie van de nieuwe romantiek. Met deze IJslandse inbreng komt er nog een andere cultuur bij, ver van Japan, Italië of Indië… En toch, op de een of de andere manier weerspiegelen al deze verschillende elementen elkaar en vormen ze één geheel in 4D.

Wat voor dromen heeft een jonge choreograaf die al zoveel prijzen heeft ontvangen?

Zelf wil ik in de eerste plaats ervaring opdoen. Dat mijn werk in de prijzen valt, streelt natuurlijk mijn ego en maakt mijn moeder trots! Maar meer nog maakt het bepaalde aspecten van mijn artistieke leven gemakkelijker. Het lijkt wel of zaken die jaren geleden ‘moeilijk’ lagen, nu vanzelfsprekender geworden zijn. Ik voel een nieuwe interesse, een nieuwe openheid – en dat geldt ook voor het werk van andere choreografen. Zelf wil ik nog zoveel ontdekken! Ik ben helemaal nog niet aan het einde van een verhaal – ik wil nog zoveel delen met het publiek…

Opgetekend door Marie Mergeay

article - 11.9.2013

 

4D
Dans

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt