Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Albert Dohmen

Filtreren op media: 

Albert Dohmen

Interview Albert Dohmen

De Munt - Interview Albert Dohmen

De Duitse basbariton Albert Dohmen is een van de meest getalenteerde Wotans van zijn generatie. Voor zijn eerste recital in de Munt stelde hij een programma samen dat is toegespitst op de grote namen van de laatromantische liedkunst. Toegepast op de weinig opgevoerde liederen van Liszt, Wolf, Strauss en Pfitzner staat zijn vocale omvang, stembereik en muzikaal meesterschap garant voor een veelbelovende avond.

De Sonetti del Petrarca van Liszt die u voor het eerste deel van het optreden hebt geselecteerd, zijn bij het grote publiek relatief onbekend, en ze staan niet vaak op het programma van een recital. Wilde u het Brusselse publiek laten kennismaken met deze muziek of liet u zich vooral leiden door de wens om een repertoire te zingen dat u zelf bijzonder na aan het hart ligt?

I would say both. First of all I would like to underline that this is a huge honour for me, a real privilege, to be able to perform in this recital. It gives me the chance to introduce myself to the audience, who probably only know me as Wotan or the Dutchman, in a more intimate way; they can get to know me, Albert Dohmen, and not just the characters that I play. It also allows me to be my own conductor, to not have to endlessly find a delicate balance between an orchestra of a hundred and twenty musicians, its conductor and all the constraints that a theatrical production imposes. I am free to interact with my pianist, with whom I have been giving recitals for the last seven years, and to introduce the public to a repertoire that is close to my heart. In German theatres, fifty years ago, Mondays were given over to recitals in order to give the technicians a day off. As a result of this, the recital occupied an important place at the heart of the musical life of the theatre. Alas, this tradition has been lost and today the recital has become an exceptional occurrence, a digression in the season. I find it a great pity that the public has so few opportunities to appreciate the richness of a repertoire of such wide-ranging sensitivity on many levels. I have been living in Italy for more than twenty years, and, even though I have become imbued with all things Italian, I feel deeply German and moved by a real desire to share the marvels that are concealed in the Lied, to be an ambassador for a language and a culture. Of course Liszt’s Sonetti del Petrarca are composed on three of the many sonnets that Laure inspired Petrarch to write, and therefore it goes without saying that they were written in Italian, but, for me, Liszt is a composer that straddles two traditions, the Germanic and Latin, which he blends subtly together, thanks to his travels and all the influences he took on board. Beide, zou ik zeggen. Om te beginnen zou ik willen benadrukken dat het voor mij een hele eer en zelfs een voorrecht is om een recital te mogen geven. Het biedt me de gelegenheid om me op een intieme manier voor te stellen aan een publiek dat me vooral kent als Wotan of de Hollander, en dat op deze manier niet kennis zal maken met een van mijn personages, maar met Albert Dohmen zelf. Het biedt me ook de kans om mijn eigen dirigent te zijn, om niet voortdurend op zoek te hoeven gaan naar het delicate evenwicht tussen een orkest van honderdtwintig muzikanten, de dirigent en alle beperkingen die de uitvoering van een opera met zich meebrengt. Ik kan in alle vrijheid in dialoog treden met mijn pianist, met wie ik al zeven jaar recitals geef, en het publiek laten kennismaken met een repertoire dat me echt na aan het hart ligt. Een halve eeuw geleden werden in Duitse theaters op maandag recitals geprogrammeerd om de technici een dag vrijaf te kunnen geven. Recitals speelden toen nog een belangrijker rol in het muziekleven. Die traditie is jammer genoeg verloren gegaan en recitals zijn tegenwoordig een kanttekening in de seizoensprogrammering. Ik vind het jammer dat het publiek zo zelden de kans krijgt om de rijkdom te ontdekken van een heel veelzijdig en uitgebreid repertoire. Ik woon nu al meer dan twintig jaar in Italië, en hoewel ik doordrongen ben van italianità, voel ik me toch vooral fundamenteel Duits, en ik wil de pareltjes uit het Duitse liedrepertoire met mensen delen, als een ambassadeur van mijn taal en cultuur. De Sonetti del Petrarca van Liszt zijn gecomponeerd op drie van de vele sonnetten waartoe Laura Petrarca inspireerde, en ze zijn uiteraard in het Italiaans geschreven, maar Liszt is voor mij een componist op de grens van twee tradities, de Germaanse en de Latijnse, die hij op een subtiele en geslaagde manier weet te combineren, dankzij zijn reizen en dankzij alle invloeden die hij zich eigen wist te maken.

De sonnetten zijn doordrongen van theatraliteit. Liszt was verzot op opera, een genre dat ook de salons veroverde in de gedaante van parafrases, reducties voor piano en andere fantasieën, naast de melodrama’s – op muziek gezette gedichten. Het grandioze en dramatische karakter van die werken is typisch voor Liszts verbeelding. Hij zag trouwens af van de strofische vorm, ten voordele van het durchkomponiert lied, waarin de verzen van een gedicht elkaar opvolgen in een landschap dat voortdurend in verandering is. Vinden we in deze keuze ook Albert Dohmen, de operazanger terug?

Het is wellicht een manier om de operazanger in mij op de voorgrond te laten treden… Maar ik wil toch benadrukken dat dit repertoire ook een soort zanger vergt die bedreven is in de ‘grand opéra’, met een echte Wagnerstem, een ‘Wotan’. Sommige liederen van Liszt vereisen een zeer uitgebreid stembereik, en ze zijn allemaal doorspekt met zeer precieze aanwijzingen voor de zanger ( fast gesprochen, mit halber Stimme…). Ze vertonen ook een zeer grote vrijheid in de zanglijn, wat de uitvoerder de kans biedt om al zijn vocale en expressieve mogelijkheden uit te buiten. Bovendien is de pianopartij heel orkestraal, bijna een schets van een symfonisch gedicht, met de toevoeging van tremolo’s op de meest dramatische momenten in de tekst, wat duidelijk aansluit bij wat gebruikelijk is in orkestwerken. Liszt componeerde deze sonnetten voor een tenor, al schreef hij naderhand ook wel een versie voor bariton. Ik heb het geluk deze liederen te kunnen vertolken in een iets lagere toonaard dan die van Liszt, een die nauwer aansluit bij mijn stem. De liederen van Pfitzner die ik in het tweede deel van mijn recital zing, vergen ook een krachtige, sterke stem, en de pianobegeleiding is ook daar zeer orkestraal en prominent aanwezig.

Wolf, de tweede componist van het eerste deel, was een grote bewonderaar van Liszt. Volgens sommigen is hij de missing link tussen Liszt en Richard Strauss, die centraal staat in het tweede deel van uw recital. Wolf en Liszt behoren beiden tot de romantiek, een stroming die enorm veel belang hechtte aan de combinatie van verschillende kunstvormen en aan de kruisbestuiving ervan.

Op die manier belanden we trouwens van de Sonetti del Petrarca bij de Gedichte von Michelangelo, een andere vaandeldrager van de Rinascimento die het substraat is van dit eerste deel. Zoals u wellicht weet, kreeg Wolf de bijnaam ‘Wagner van het Lied’, wegens zijn bewondering voor de meester van Bayreuth en zijn natuurlijke affiniteit met hem, maar voor mij is hij de ‘Schubert van de negentiende eeuw’, op grond van de kracht en de ongelofelijke psychologische ontwikkeling die in zijn liederen aanwezig zijn. Net zoals Schubert probeerde Wolf tevergeefs operacomponist te worden en als zodanig erkenning te oogsten. Ik denk dat hij eronder leed als een Liedkomponist te worden beschouwd. Maar in mijn ogen is elk van zijn liederen een fijn bewerkte miniatuuropera die ons de subtielste menselijke emoties laat doorvoelen. Ik hoop dat hij ondanks de duistere momenten aan het eind van zijn leven nog gemerkt heeft welke bewondering zijn tijdgenoten voor hem hadden. In Der Weg ins Freie brengt Arthur Schnitzler hem trouwens een bijzonder duidelijk eerbetoon door de schoonheid te beschrijven van zijn lied Auf ein altes Bild.

U had het over het genoegen om tijdens een recital uw eigen dirigent te zijn. Bent u ook uw eigen regisseur? Is het brengen van een recital in uw ogen vergelijkbaar met een operavoorstelling? Of vindt u, zoals romantische kunstenaars, dat de vorm er weinig toe doet en dat alleen de individuele expressie van de vertolker telt?

Ik moet toegeven dat ik geen behoefte heb aan een enscenering en dat ik me uitsluitend richt op de woorden en de muziek – de essentie van een lied – en dat in een sobere vorm die het mogelijk maakt een helder beeld te krijgen van wat ik wil overbrengen en delen. Ik weet dat sommige collega’s wel nood hebben aan een soort dramatisering van het recital, maar ik voel me daar niet toe geroepen. Ik geloof dat de fundamentele intentie van een recital of een operavoorstelling dezelfde is, maar dat toch in ieder geval een andere vocale aanpak aangewezen is, dat je andere klankkleuren moet verkennen. Je kunt ook spelen, jongleren met een eindeloze reeks nuances, iets wat door de ‘strijd’ met een orkest van honderdtwintig muzikanten onmogelijk wordt gemaakt, en dat je veel verder kunt gaan in het zoeken naar dynamiek en naar details. Toch kan ik verklappen dat ik de bedoeling heb te breken met de zuivere recitaltraditie en een verrassing in petto heb, een manier om de cirkel rond te maken en een verband te leggen tussen de verschillende facetten van mijn recital. Meer ga u niet vertellen, anders is het geen verrassing meer!

U kent uiteraard het beroemde conflict tussen de Duitse romantici, waarin Schumann en Brahms tegenover Liszt stonden. Die laatste vond een vurige verdediger in de persoon van Wolf, die gezegd zou hebben dat ‘een paukenslag van Liszt meer intelligentie en gevoeligheid bevatte dan alle symfonieën van Brahms samen.’ Mogen we het eerste deel van uw recital dan als een manifest beschouwen?

Neen (lacht), en het is allerminst mijn bedoeling om een nieuwe burgeroorlog te beginnen op de scène van de Munt! Pfitzner wordt soms als een te mijden paria beschouwd, omdat hij in de donkerste periode uit de geschiedenis van mijn land jammer genoeg bezweken is voor de verlokkingen van de sirenen, maar ik geloof dat je een onderscheid moet maken tussen de man en zijn politieke ideeën enerzijds en de grootsheid van zijn oeuvre anderzijds. Daarom heb ik ervoor gekozen een paar van zijn composities te vertolken waarmee ik het publiek wil laten kennismaken. Ik wil vooral het recitalgenre verdedigen.

Opgetekend door Rebecca Marcy

article - 2.5.2013

 

Albert Dohmen
Recital

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
culturele
black-out