Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

La Traviata

Filtreren op media: 

La Traviata

Interview Ádam Fischer

De Munt - Interview Ádam Fischer

De begeesterende en gedreven Hongaarse dirigent Ádám Fischer – al jaren een vurig pleitbezorger van de vrije meningsuiting en creatieve vrijheid in zijn land – zet de grote traditie van de klassieke repertoirevertolking verder. De partituur van La Traviata, onze eindejaarsproductie, heeft voor hem geen geheimen. Wie kent de onweerstaanbare schoonheid niet van deze compositie die ons van bij de eerste noten met emoties vervult? Om te voldoen aan de verwachting van het publiek om in vervoering te worden gebracht, beschouwt hij het als zijn onontkoombare, muzikale doel de muziek te laten klinken alsof ze koorts heeft.

La Traviata is een van de meest uitgevoerde Verdiopera’s. Waarin ligt de uitdaging voor een dirigent die dit werk interpreteert?

La Traviata is de meest intense partituur uit Verdi’s middenperiode en betekent voor een dirigent hoe dan ook een geweldige uitdaging. Men mag zich niet blindstaren op de Italiaanse “hoemtata”-begeleidingen in het orkest. Het is juist mijn ambitie om aan te tonen dat het orkest hier niet begeleidend optreedt, maar wel degelijk de hoofdrol heeft. Daarnaast vormt de muzikale schildering van de drie vocale hoofdrollen, die als botsende maar zeer menselijke karakters psychologisch diep uitgewerkt zijn, ook een heel mooie uitdaging voor een dirigent. Maar los daarvan zie ik nog twee redenen waarom het stuk vandaag interessant is. Ten eerste is er de maatschappelijke houding, die sinds Verdi’s tijd totaal omgeslagen is. Wij begrijpen nu niet meer waarom een vrouw die meerdere mannen gekend heeft, minderwaardig zou zijn: in Verdi’s tijd werd zo iemand als een lepralijdster behandeld, in mijn jeugd vond men dat een vrouw die zoveel geleden heeft, vergiffenis waard is, en tegenwoordig begrijpt men zelfs niet meer wat men überhaupt zou moeten vergeven… Een maatschappij die zo Victoriaans denkt en handelt dat ze dergelijke vrouwen veroordeelt, moet aangeklaagd worden, want een maatschappij die mensen uitsluit, berust op een leugen. Niet het individu treft schuld, maar de maatschappij. En daarnaast is de vraag hoe een mens reageert als hij weet te zullen sterven, de tweede reden die Andrea Breth en ik belangrijk vinden. Ik zou dit muzikaal plastisch willen kunnen uitbeelden. Daarom wil ik mijn muzikale doel graag als volgt vastleggen: de muziek zal steeds klinken alsof ze 38,6°C koorts heeft…

Waaraan ligt het volgens u dat La Traviata zo beroemd geworden is?

Ik spreek nu als een ouderwetse operadirigent: de opera’s die altijd succes gehad hebben, zijn die opera’s die voor grote persoonlijkheden geschreven werden, die grote vertolkers de mogelijkheid boden om hun stem te laten horen. Verdi wist heel goed wat hij deed met La Traviata en voor wie hij het schreef. Ik wil daarmee zeker niet beweren dat enkel de populaire, succesvolle opera’s goed zijn! Dat is niet zo. Ook minder populaire werken kunnen we op zo’n manier interpreteren dat ze het publiek overtuigen! Maar bij La Traviata stelt zich dat probleem zelfs niet, want dat werk is beide: goed en populair.

U zei dat u het orkest een hoofdrol wilde geven in La Traviata. Hoe gaat u dan om met elementen als bijvoorbeeld de “hoemtata”, de eenvoudige begeleiding die Richard Wagner ertoe bracht het Verdiaanse orkest te bestempelen als een “reuzengitaar”?

Ik ben ervan overtuigd dat men die “hoemtata” met inhoud moet vullen! Nergens mag die begeleiding mechanisch klinken. En je mag ze zeker niet als minderwaardig beschouwen! Om de begeleiding te vullen met inhoud moet je op elk moment weten welke gevoelens er naar boven komen, en die gevoelens ga je dan mee vertolken. De zanger zingt wat hij zegt, maar het orkest toont wat hij of zij daarbij denkt en voelt. Het gaat erom dat het orkest de gevoelens van het drama onderstreept en dient. Of het nu gaat om vreugde of verdriet, elk gevoel moet ik ook uitsluitend met het orkest kunnen uitdrukken. De techniek moet steeds op de achtergrond blijven en het gevoel moet steeds primeren bij de zangers, want anders heeft de begeleiding geen functie. Als ik met een “hoemtata” een treurige passage begeleid, zal die anders klinken dan wanneer ik met diezelfde “hoemtata” een passage vol angst en beklemming begeleid… Er zitten werelden van verschil tussen de gevoelens van de personages en die maken dat ook het orkest steeds anders zal klinken.

Hoe belangrijk was of is Verdi in uw carrière als dirigent?

Vooral in het begin van mijn carrière heb ik veel Italiaanse muziek gedirigeerd. In Wenen, waar ik dertig jaar geleden aan de Staatsoper debuteerde met Verdi’s Otello, kreeg ik een tijd lang het Italiaanse repertoire onder mijn hoede omdat ik daarmee succes had. Ik heb toen ook La Traviata gedirigeerd. Ik beschouw mezelf als een operadirigent – of beter gezegd: als een theaterdirigent – van de “oude school”. Misschien ben ik op dat vlak schatplichtig aan Verdi… Voor de “oude school” was het belangrijk de juiste bezetting samen te brengen vooraleer men besloot om een werk op te voeren. Een goede uitvoering met de juiste zangers van een pretentieloos werk als Hänsel und Gretel vind ik nog altijd beter dan een slechte uitvoering van een groot repertoirestuk als Carmen. Daarom komt wat ik uitvoer niet op de eerste plaats, maar wel hoe ik het uitvoer.

Ik begrijp uit al het voorgaande dat u dan ook heel intensief met de zangers zal willen werken aan dergelijke interpretatie…?

Ja, natuurlijk, alle mogelijkheden van de zangers wil ik in mijn interpretatie inbouwen! Coupures zijn voor mij bijvoorbeeld grotendeels van de zangers afhankelijk: als een zanger geen problemen heeft met bepaalde passages, hoef je die natuurlijk niet weg te laten, maar als je merkt dat een zanger zich comfortabeler doorheen het werk kan bewegen als een bepaalde passage weggelaten wordt, dan kies ik ervoor om die te schrappen. En als iemand een interessant idee heeft, neem ik dat er graag bij. Mijn versie ligt niet op voorhand vast. Ook regisseurs gaan vaak zo te werk. Zoals ik al zei: in dit opzicht ben ik heel ouderwets.

Hoe verloopt de samenwerking met Andrea Breth?

We hebben elkaar regelmatige ontmoet en diverse theorieën en inzichten besproken, maar vooral het thema hoe iemand verandert in het aangezicht van de dood bijvoorbeeld wanneer hij aan een fatale ziekte lijdt, is op tafel gekomen. De muziek-technische kant van de zaak hoefde daarbij zelfs niet aan bod te komen, want ik wil het volledig op mij nemen om die technische problemen op te lossen. Ik wil Andrea de mogelijkheid bieden om zich vrij van alle technische problemen volledig met de essentie bezig te houden en daaruit een groot vertrouwen te putten. Net als zij wil ik niet alles op voorhand vastleggen en wil ik dat deze voorstelling tijdens de repetities ontstaat. Daarin ben ik dan ook ouderwets… Maar begrijp me niet verkeerd: qua methode mag het dan misschien al ouderwets verlopen, de vormgeving en het ideeëngoed zullen ongetwijfeld vernieuwend zijn!

Hoe belangrijk is de tijdsgeest wanneer u een partituur instudeert?

Ik bestudeer de tijdsgeest en de historische context heel intensief. De muzikale uitvoeringspraktijk van de tijd is eveneens belangrijk voor mij, maar ook andere factoren, zoals de sociologie of de literatuur uit die tijd bijvoorbeeld. Vergelijk je Alexandre Dumas’ roman La Dame aux camélias met Verdi’s libretto dan merk je dat de opera dramaturgisch volledig anders is opgebouwd dan de roman: Dumas is eigenlijk theatraler dan Verdi. Op de laatste pagina van zijn boek verandert Dumas alles en laat hij een ander licht schijnen op de hele geschiedenis. Dramaturgisch biedt dat vele mogelijkheden. Maar ik ben dirigent, geen regisseur! Daarom laat ik het heel graag aan Andrea over wat ze daarmee wil doen. Ik zal al heel gelukkig zijn als ik erin slaag om de waarheid achter de woorden te tonen en de permanente koorts van dit werk te laten voelen. Dat zijn de dingen die ik in La Traviata wil bereiken.

Opgetekend door Reinder Pols en Marie Goffette

article - 20.11.2012

 

La Traviata
Opera

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
culturele
black-out