Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Jérémie Rhorer

Filtreren op media: 

Jérémie Rhorer

Interview Jérémie Rhorer

De Munt - Interview Jérémie Rhorer

Hij is een van de meest gezochte Mozartvertolkers van deze tijd en zijn talent in dit repertoire was niet te loochenen toen hij het Symfonieorkest van de Munt dirigeerde in Le Nozze di Figaro in 2009 en in Idomeneo in 2010. Nochtans wil Jérémie Rhorer zich geen beperkingen opleggen en zoekt hij nieuwe uitdagingen in het grote, klassieke repertoire en zelfs het pucciniaanse verisme. Voor zijn lang verwachte terugkeer naar Brussel waagt de jonge, Franse dirigent zich voor het eerst aan Felix Mendelssohn-Bartholdy’s superbe Midsummer Night’s Dream – met Dame Harriet Walter als prestigieuze verteller. Dit werk verbindt hij aan de Achtste Symfonie van Beethoven, een eerbetoon van deze componist aan zijn illustere voorgangers Haydn en Mozart.

Mendelssohn en Beethoven… Welk verband ziet u tussen de twee componisten op het programma van dit concert?

Er schuilt in ieder geval een verband in de canons die Mendelssohn als verworven beschouwde. Die canons zijn tegelijk die van het classicisme en van de helemaal geïntegreerde ontwikkeling waarvoor Beethoven had gezorgd. Maar waar ik bij Mendelssohn erg veel van houd, en waar men zich jammer genoeg vaak veel te weinig van bewust is, is de mate waarin hij – als een van de eersten – het orkest kleur heeft verleend. Hij gebruikt het orkest op zo’n manier dat hij een muzikale verbeelding oproept die destijds haar gelijke niet kende, met uitzondering misschien van Weber, en die overduidelijk een verlengstuk kreeg in het oeuvre van Wagner. Ik geloof dat in tegenstelling tot het etiket dat men op Mendelssohn heeft geplakt, hij in werkelijkheid een musicus is die van fundamenteel belang was in de ontwikkeling van de Duitse romantiek, en dat in niet mindere mate dan Weber. Met dit programma bevinden we ons in het gezelschap van twee grote stromingen, die met elkaar verband houden maar die ook complementair zijn, en die grote invloed hebben uitgeoefend op de symfonische en operamuziek van de negentiende eeuw, en die ook een bijdrage hebben geleverd tot het smeden van de Duitse feeërieke verbeelding. Die dimensie is misschien niet zo nadrukkelijk aanwezig bij Beethoven, maar ze is wel essentieel bij Mendelssohn, aan wie onvoldoende recht wordt gedaan.

U lijkt vooral van Mendelssohn te houden…

U lijkt vooral van Mendelssohn te houden… Ik geloof dat Mendelssohn echt een unieke componist in de muziekgeschiedenis is. Hij was een van de eersten, opnieuw samen met Weber, om een muzikale beeldentaal te ontwikkelen die verband hield met zowel sfeer als landschap, licht en natuur. Hij wist figuren te vinden die later als het ware zelf canons werden, in muzikale zin. Dat is een fundamenteel kenmerk, dat naar mijn smaak te weinig wordt belicht. Alle werken van Mendelssohn bevatten een bijzonder elan. Ik denk bijvoorbeeld aan de wervelende, bedwelmende beweging van de strijkers, die zo typisch is voor de orkestrale schriftuur die de ontwikkeling van het orkestconcept zou beïnvloeden, ook in Frankrijk. Mendelssohn bevond zich op de samenloop van verschillende esthetische visies. Zijn cultuur is Mozartiaans, zijn vorming Beethoveniaans en zijn esthetica bijna Frans. Ik denk dat vele componisten zich in zijn oeuvre konden vinden, Ravel bijvoorbeeld, in een soort verbazende helderheid, in een overlapping van stemmen die zo sierlijk en geraffineerd is, en hoegenaamd niet glad, zoals de meeste dogmatici beweren. Alles is steeds uiterst doordacht, helder en beheerst, en ik geloof dat uit die beheersing poëzie ontstaat. Zoals bij Ravel is de orkestratie zelf poëzie. Mendelssohn koos nooit lukraak een timbre of een instrument. Ook de verdeling van de akkoorden is nooit toevallig. Hij had waarschijnlijk een van de scherpste gehoren die er ooit hebben bestaan.

Hoe zou u de Achtste Symfonie de Beethoven typeren?

De Achtste Symfonie is echt de essentie van de klassieke muziek. Het is bijna de meest klassieke van al zijn symfonieën. Ze is trouwens moeilijk te plaatsen, omdat ze tussen twee monumenten staat. Ze verwijst zeer nadrukkelijk naar Haydn, vooral in het tweede deel. Het is inderdaad een eerbetoon aan wat Beethoven op vlak van het formele canon verschuldigd is aan zijn voorgangers. Deze symfonie is ook een eerbetoon aan een zekere precisie, die je bijvoorbeeld kunt vaststellen in het tweede deel, en die een bijzondere sfeer schept, een inspiratie zo precies als een klok, wat vrij uniek is bij Beethoven. Net zoals het eerste deel als een echo van de Pastorale klinkt, zo is er in het tweede een soort herinnering aan wat daar zo hard heeft op ingewerkt, vervormd en versteend. Een soort onderliggende structuur die bijzonder aangrijpend is.

Midsummer Night’s Dream van Mendelssohn is een erg bekend werk, maar het wordt slechts zelden integraal uitgevoerd

Voor mij is Midsummer Night’s Dream een beetje zoals de Notenkraker, het is een opeenvolging van meesterwerken! Het is een muzikaal model. Alle stukken zijn melodisch geïnspireerd, ze hebben een heel eigen sfeer en wereld in zich. Dit werk is bijzonder transparant, energiek en ritmisch. En de beste manier om het eer te betonen is natuurlijk door het integraal uit te voeren. Amusant is dat Mendelssohns muzikale zuiverheid gebaseerd is op een ongewoon en uiteindelijk onpeilbaar stuk van Shakespeare.

U hebt de gewoonte om orkesten met authentieke instrumenten te dirigeren, maar hier in de Munt leidt u een modern orkest.

Inderdaad, ik zou geneigd zijn te denken dat vooral voor Mendelssohn het karakter van de instrumenten direct verband houdt met de transparantie. Een houten fluit is bijvoorbeeld heel luchtig, transparant. Wat de strijkers betreft, maakten de bogen het destijds mogelijk om uiterst snel en licht te articuleren. Je kunt dat zeker ook met moderne instrumenten, maar dat is toch onvermijdelijk minder idiomatisch, en het vergt nog meer behendigheid. Ik heb altijd gedacht dat er een verband bestaat tussen tekst en textuur. Ik weet wel dat absolute authenticiteit en perfectie niet haalbaar zijn, maar ik geloof net zoals Ravel in het streven ernaar, om zo volstrekt onvermoede aspecten terug te vinden in een muziek die door de geschiedenis veroordeeld leek wegens haar logheid, lompheid of gezwollenheid. Het wordt tenslotte duidelijk dat als je die werken afstoft, weer tot leven brengt en herboren laat worden, ze zeker een interesse bij het publiek opwekken. Dat geldt voor nieuwe ontdekkingen, maar ook voor werken die we al lang kennen en die we op die manier kunnen herontdekken.

U bent een grote specialist van het klassieke repertoire, maar met dit programma begeeft u zich op het terrein van de negentiende-eeuwse muziek…

In feite houd ik me daar steeds meer mee bezig! Ik denk dat mijn vorming die is van een musicus die het belang en de inzet begrepen heeft van deze vernieuwing vanuit de barokmuziek, en die wil toepassen op een veel uitgebreider repertoire, dat uiteindelijk tot ver in de negentiende eeuw reikt, en tot de muziek waar ik van nature door geboeid word. Behalve met de Wiener Philharmoniker speel ik de muziek van Mozart alleen nog op authentieke instrumenten. Al mijn engagementen hangen nu trouwens samen met het romantische repertoire. Ik heb het deutsches Requiem en verscheidene symfonieën van Brahms gedirigeerd, veel van Schumann, Mendelssohn en Beethoven, en in de toekomst hopelijk ook veel meer Mahler en Strauss. Er zijn vele werken die ik graag opnieuw onder handen zou pakken, vooral die waarop de Germaanse cultuur een monopolie lijkt te hebben. We moeten die notie overstijgen. Vooral in dit repertoire zijn er volgens mij vele zaken en vele poëtische facetten te verkennen, bij Brahms, Wagner, Mahler… En op operagebied: Puccini! Puccini heeft iets sanguinisch, iets tragisch in absolute zin dat ik heel interessant vind. Ik word gefascineerd door de psychologische kracht van zijn muziek…

Opgetekend door Marie Goffette

article - 5.9.2012

 

Jérémie Rhorer
Concert

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt