La Monnaie ¦ De Munt

Interview Paul Koek / Peter Verhelst

De Munt - Interview Paul Koek / Peter Verhelst

21.2.2014

-

Arthur - Opera

In King Arthur laat Henry Purcell de wereld bevriezen, de mensheid verdwalen en het nationalisme in een geëxalteerde vorm bezingen. Honderd jaar na de start van de Eerste Wereldoorlog plaatsen regisseur Paul Koek en librettist Peter Verhelst de muziek van Purcell in een hedendaagse context. Een blinde vrouw dwaalt over het slagveld, op zoek naar haar geliefde. Zij wordt begeleid door een vrouw die haar vertelt wat zij niet kan zien, terwijl het jongetje Arthur van oorlog droomt. De muziek en liederen van Purcell reageren daarop en verlenen er een emotionele diepte aan waardoor er een glimp van schoonheid door de duisternis heen schittert.

Na Medea en Moby Dick is dit de derde samenwerking tussen de Nederlandse muziektheaterregisseur Paul Koek en de Belgische auteur Peter Verhelst.

Paul Koek:. Met de komst van dramaturg Paul Slangen bij de Veenfabriek kwam Peter Verhelst in beeld. Ik kende Peter natuurlijk al wel uit de Hollandia-tijd, maar had zelf nog niet met hem gewerkt. In zijn tijd bij NTGent heeft Paul een band met Peter opgebouwd en was overtuigd van onze combinatie. Peter Verhelst is een schrijver die mij veel te bieden heeft. Vrijwel elke zin in zijn teksten is voorzien van een beeld en ze werken heel goed zodra ze op het podium worden uitgesproken. Je moet ze eigenlijk zo schoon mogelijk laten klinken. Dat biedt mij de mogelijkheid me er muzikaal toe te verhouden. Maar, ook al zou ik het willen, dan nog zou het louter muzikaal illustreren van zijn tekst onmogelijk zijn. Peter schakelt daar te snel voor; in beelden en in perspectief. Hierin ligt ook de moeilijkheid: Peter gaat volledig zijn eigen gang. De enige manier om daarmee om te gaan is hem te vertrouwen. Eigenlijk laat ik het na een of twee gesprekken vooral aan Peter over om in samenspraak met mijn dramaturg tot een tekst te komen. Ik vind dat een fijne manier van werken. Niet teveel overleg over hoe het moet worden, maar geconfronteerd te worden met wat iemand anders heeft bedacht en uitgewerkt. Het geeft mij de ruimte er vervolgens heel vrij mee om te kunnen gaan. Wat Peter volgens mij ook toejuicht.

Peter Verhelst: Absoluut. Ik weet dat mijn manier van schrijven het Paul en zijn acteurs moeilijk kan maken. Mijn teksten zijn bouwsels waarin alles in elkaar grijpt. Je weg vinden in dat materiaal is niet simpel. Maar het is fantastisch hoe Paul Koek daar elke keer weer in slaagt en daarom mogen Paul, zijn acteurs en zijn muzikanten doen wat ze willen. Zijn muzikale benadering is daarbij een ideale sleutel. Het toepassen van muzikale principes als ritme en melodie zijn technieken die de wereld die in mijn teksten verborgen ligt zo groot en zo helder mogelijk maken. De focus verschuift ermee van het personage naar dat wat het personage vertegenwoordigt. Om tot de inhoud te komen, werk ik graag samen met Paul Slangen. Met hem voer ik gesprekken over de mogelijke invalshoeken tot het materiaal; de filosofische, historische en politieke dimensies ervan. Daarna schrijf ik losse fragmenten die we samen in een constructie plaatsen. Ik ben een atypische toneelauteur, ik geloof niet zo in dialogen, eerder in monologen. Ik geloof in taal. Om tot een situatie te komen, of tot een verhouding van personages op scene, gebruik ik de dramaturg maar al te graag. Zo kan ik me concentreren op wat de personages innerlijk bezig houdt; wat hen roert en wat ze van de wereld ervaren zowel aan de binnen- als aan de buitenkant van hun lichaam. Het theater is voor mij niet zozeer de plek waar een verhaal verteld moet worden, maar waar een menselijke ervaring invoelbaar en inzichtelijk gemaakt wordt. Ook hierom werk ik graag met Paul Koek samen. Muziek biedt mogelijkheden om een ervaring direct overdrachtelijk te maken. Het geheimzinnige van de mens is en blijft toch dat hij vooral tegenover de ander staat, terwijl hij toch via taal ervaringen kan delen. In die zin probeer ik hetzelfde te doen met taal als Paul met klank: onder de huid van de mensen kruipen en hen zichzelf laten voelen via de geënsceneerde ander.

Het Baroque Orchestra B’Rock is ontstaan uit zin voor vernieuwing en verjonging in de wereld van de oude muziek.

PK: Wat dat betreft is de muziek van Purcells King Arthur heel bruikbaar. Aanvankelijk dacht ik nog dat we andersoortig muzikaal materiaal zouden moeten toevoegen om de voorstelling met meer lamento te kunnen vullen. Maar samen met de dirigent George Petrou zijn we tot de conclusie gekomen dat wat Purcell gecomponeerd heeft zo rijk is, dat we binnen King Arthur zelf meer dan genoeg kunnen variëren om onder de huid van de mensen te komen. Voor mij is B’Rock het ideale ensemble om deze uitdaging mee aan te gaan, omdat ze zijn opgericht vanuit de zin voor vernieuwing en verjonging in de wereld van de oude muziek. Het zijn uitzonderlijke muzikanten, ambitieus en zelfverzekerd genoeg om binnen de marges van de barokmuziek te durven improviseren. Sinds hun oprichting in 2005 hebben ze dan ook al genoeg kwaliteit geleverd. In de Munt speelden ze in het seizoen 2011-2012 onder leiding van René Jacobs de productie Orlando... en kregen toen veel lof toegezwaaid. Dat uitgaan van het individuele, wat Peter als geen ander kan, is voor mij bij Arthur een zegen geweest. Guy Coolen van Transparant vroeg me om vertrekkend vanuit King Arthur een muziektheatervoorstelling te maken over de Eerste Wereldoorlog. Maar ik had niet zo’n zin om in de loopgraven terecht te komen. Niet omdat ik dat niet interessant vind, maar omdat ik ervan overtuigd ben dat ik mij nooit volledig zal kunnen inleven in wat die miljoenen mannen daar hebben meegemaakt. En sowieso: de gedachte dat al die mannen dezelfde ellende op dezelfde manier beleefd zouden kunnen hebben, lijkt mij al onwaarschijnlijk. Voor je het weet reduceer je elk slachtoffer tot het naamloze individu dat hij was toen hij honderd jaar geleden de dood is ingejaagd. We moesten een manier vinden om het persoonlijk en begrijpelijk te maken. Zodat we iemand die er niet meer is als symbool konden laten gelden voor al die miljoenen mannen die hun leven hebben gelaten. Gek genoeg kwam ik zo toch weer bij het libretto van King Arthur uit, waar de blinde Emmeline ronddoolt in een voor haar vreemd geworden landschap. Een dramatisch beeld. Toen ik vervolgens hoorde dat er 53 verschillende nationaliteiten, afkomstig uit alle verschillende koloniën, rond Ieper hebben gevochten, had ik het voor mezelf rond. We kunnen de onbegrijpelijkheid van oorlog alleen benaderen vanuit het ongeloof dat ons overvalt wanneer we met het resultaat ervan worden geconfronteerd. Door een blinde Afrikaanse vrouw na afloop van de oorlog op het slagveld te laten ronddolen op zoek naar het lichaam van haar gesneuvelde echtgenoot, begeleid door een vrouw van de streek en haar kind, slagen we erin de massaliteit aan te raken door het vanuit het persoonlijke verdriet van twee overlevenden te benaderen.

PV: Iets totaal anders, maar het gaat precies hierover: wat bij mij ooit als een bom insloeg, toen ik als jongetje de beelden zag bij een hongersnood in de Sahel, was het besef dat iedereen, waar dan ook ter wereld, de wereld onder zijn voeten voelt wegvallen als hij of zij iemand verliest die hij of zij graag ziet… ook in Afrika, waar men dagelijks met de dood wordt geconfronteerd. Het klinkt idioot, maar het besef dat elke dode (hoeveel waren het er ook alweer, vijfhonderdduizend in Vlaanderen alleen al tijdens de Eerste Wereldoorlog?), het verpletterende besef dat iedereen die elk van die vijfhonderdduizend graag zag overwoekerd werd door verdriet bij elke dode die viel, dat is een inzicht waarmee nauwelijks te leven valt. Dat is wat mij vooral interesseert in deze Arthur: het immense verdriet. Het verdriet na verlies. Het gat dat nooit meer helemaal dichtgaat. Die kleine, verschrikkelijke oorlog, die niets, maar dan ook niets te maken heeft met legers of generaals of nationalisme. Dat universeel klein-menselijke. Niks heroïsch dus, maar het omgekeerde van heroïek: het kleine hartverscheurende huilen van iedereen die iemand verloor tijdens die oorlog. En als tegenstelling daarmee: die natuur die ondanks alles doorgaat, weliswaar met littekens – heuvels ontstaan door bominslagen, bommen die nog in de grond zitten –, maar toch gaan die bloemen en die bomen ermee door en komen de vogels terug. De troost daarvan.

Opgetekend door Paul Slangen