Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Filtreren op media: 

Christoph Prégardien & Julia Kleiter

Interview Prégardien & Kleiter

De Munt - Interview Prégardien & Kleiter

In zijn Italienisches Liederbuch – 46 miniaturen van soms minder dan een minuut gebaseerd op anonieme Italiaanse gedichten – drukt Hugo Wolf op een ongeëvenaarde manier de wispelturige nuances van de liefde uit. Deze intimistische dialoog vraagt, omwille van het bijzondere tekstgevoel, niet alleen van de zangers maar ook van de pianist het uiterste. Voor de integrale uitvoering van deze bijzondere cyclus vormen tenor Christoph Prégardien, sopraan Julia Kleiter en pianist Hilko Dumno het gedroomde driemanschap. — Dans son Italienisches Liederbuch

Zelfs al liggen er vijf jaar tussen de compositie van het eerste en het tweede boek van deze cyclus, toch lijken uitvoerders carte blanche te hebben wat de volgorde van uitvoering betreft…

Christoph Prégardien: Wolf bepaalde inderdaad geen volgorde voor de uitvoering van deze liederen. Gedichten zijn immers iets anders dan een opera of een roman. In de volgorde waarin ze gedrukt zijn, lijkt de band tussen de verschillende liederen vanuit emotioneel oogpunt niet correct. Een liedrecital bevat doorgaans 20 tot 25 liederen, maar deze cyclus telt er 46, wat betekent dat elk lied de helft korter is. Als vertolker heb je tal van mogelijkheden om deze 46 liederen in een dramaturgisch doordachte volgorde te plaatsen. Ik zong het Italienisches Liederbuch vroeger in de volgorde zoals die gedrukt stond, maar die wist me nooit echt te overtuigen. Daarom hou ik van de uitdaging om zelf een klein verhaal in elkaar te boksen door de liederen anders te combineren.

Zijn deze liederen in deze 21ste eeuw nog geloofwaardig of toch al een beetje ouderwets?

CP: Onze levensomstandigheden zijn veranderd, maar niet onze emoties. Het gaat over een jongen en een meisje die verliefd worden, ruzie maken en opnieuw verliefd worden.
Julia Kleiter: Die gang van zaken zal nooit veranderen. Zo is het in elke relatie. Dat is nu eenmaal hoe het tussen mannen en vrouwen functioneert.
CP: In deze cyclus is de man de zwakke persoon: hij is een zacht eitje, bewondert haar en werpt haar voortdurend zoete woordjes toe. De vrouw is totaal anders, en dat is wellicht waarom ze niet echt bij elkaar passen: zij is de sterke figuur en op een bepaald moment vindt ze hem ronduit irritant.

Koos Wolf daarom Italiaanse, volkse poëzie?

JK: Ik vermoed dat hij de ‘Italiaanse emoties’ aantrekkelijk vond. Wij koesteren de idee dat Italianen, en vooral dan Italiaanse vrouwen, overlopen van temperament en grote emoties. Ze zijn zo vrouwelijk en vurig. Misschien is het dit aspect dat hem zo fascineerde, want dat vinden we niet zozeer in de Duitse literatuur: Duitse personages zijn introverter en terughoudender.

Vertellen jullie een verhaal en gedragen jullie zich als partners die elkaar aanspreken?

JK: Wat we brengen is zeker een verhaal. Daar hebben we heel wat tijd en moeite in gestopt.
CP: De eerste stap was te bepalen welke liederen door de man en welke door de vrouw zouden gezongen worden. Voor sommige liederen was dit niet zo vanzelfsprekend. Vanuit dramaturgisch oogpunt richt ik mijn liederen rechtstreeks tot Julia, waarop zij een passend antwoord zingt.
JK: Soms is dit antwoord zo direct dat we zelfs geen pauzes inlassen tussen de liederen. Zoals bij een levensecht gesprek.
CP: Dat begint redelijk harmonieus. Dan loopt er iets mis en start het geruzie. En na die strijd is er in onze versie een happy end.

Welke liederen koesteren jullie in het bijzonder?

CP: Ik hou veel van “Wir haben beide lange Zeit geschwiegen” en “Sterb' ich, so hüllt in Blumen meine Glieder”. Die zijn zo lyrisch, zo vol van schoonheid en harmonie: ze gaan over twee zielen die elkaar opnieuw vinden.
JK: Eentje waar ik bijzonder van hou is “Mir ward gesagt, du reisest in die Ferne”, omdat het over een moment gaat waarop de vrouw het kwetsbaarst is. Ik hou van dat moment, omdat ze geen spelletje speelt: ze is echt verliefd en de hele nacht lang bezorgd.

Jullie zeggen dat jullie van deze cyclus houden omdat hij als een rollercoaster is, maar de liederen die jullie aanhaalden zijn wel anders!

CP: Ik kan dramatische liederen zingen, maar ik voel me bij die liederen nooit zo vol van inspiratie als bij dergelijke lyrische, langzame en ingetogen liederen.
JK: Wat ze zo bijzonder maakt, is dat beide facetten aanwezig zijn. Want zo is het leven. We worden emotioneel en boos op elkaar, maar vervolgens is er niets heerlijker dan het moment van de verzoening. En uiteraard zing ik graag liederen waarin zij razend is en hem wel zou willen vermoorden. Dat is natuurlijk leuk! Maar ikzelf ben eerder introvert. Ik zal niet snel gaan roepen en tieren. Ik ben geen Italiaanse maar een Duitse!

Wat vinden jullie zo fijn aan recitals?

CP: Meest bijzonder is het feit dat de hele avond van jou afhangt: het gaat enkel om jou en je begeleider. Dat zorgt voor heel wat vrijheid en artistieke voldoening, want je moet geen orkest of dirigent volgen. De grootste uitdaging, en daar hou ik van, is om het elke avond stil te laten worden en de, overwegend, gelukkige gezichten van het publiek te kunnen zien.
JK: Je kunt het publiek aankijken en op hun beurt zien zij jou als vertolker, als persoon. De band is zo intens want mensen focussen zich op jou omdat ze weten dat jij hen aankijkt.

Waar moet een niet-geoefend oor op letten bij dit recital? Kan een neofiet het onvoorbereid bijwonen?

CP: Volgens mij is het altijd moeilijk om onvoorbereid een vocaal concert bij te wonen. Om Wolfs muziek te doorgronden, moet je vertrouwd zijn met de teksten. En dat is toch een probleem als Duits niet je moedertaal is, omdat Wolf bij het componeren zo nauwgezet aan die teksten sleutelde dat de details van zijn muziek enkel kunnen begrepen worden als je exact weet wat hij op dat moment wou creëren.
JK:Doorgaans apprecieer je de dingen meer naarmate je er meer van af weet. En als je tijdens een concert niet aan de versregels en het programmaboekje gekluisterd bent, kun je de zangers beter volgen.

Jullie delen als oom en nicht het podium?

CP: Een recitalzanger heeft een eenzaam beroep. Als je alleen op het podium staat, zing je voor jezelf, de pianist en het publiek. Maar je blijft alleen! Wanneer ik hier een lied zing en Julia staat naast me, dan geeft dit een heel ander gevoel – van verwantschap, sympathie en steun.
JK:Het is altijd boeiend met mijn oom op het podium te staan en te doen alsof hij mijn minnaar is! Het is zo grappig omdat we elkaar zo goed kennen. En het is zo mooi: sommige dingen moet je niet meer uitvlooien omdat de verwantschap reeds een geschiedenis heeft. Ik bewonder hem als liedzanger van toen ik klein was en leerde veel van hem over het vak als performer.

Als Wolf nog bij leven zou zijn en hier voor jullie zou staan, wat zou je hem dan willen vragen?

JK: Oh my God! Hugo Wolf die hier nu door de deur komt… Ik zou het met hem willen hebben over het vrouwelijke karakter. Mijn oom en ik discussieerden erover wanneer ze eerlijk is en wanneer niet: wanneer speelt ze een spel en wanneer is ze oprecht? Soms meende ik dat ze heel oprecht was en dacht hij dat het bedrog was omdat dit zo duidelijk sprak uit de muziek. Daarover zou ik hem wel willen spreken!

Opgetekend door Charlotte Panouclias

article - 1.3.2013

 

Christoph Prégardien & Julia Kleiter
Recital

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt