Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Filtreren op media: 

Thanks to my Eyes

Interview J. Pommerat

De Munt - Interview J. Pommerat

Na het wonderlijke Cendrillon is Thanks to my Eyes de tweede voorstelling van Joël Pommerat die de Munt dit seizoen in het Théâtre National voorstelt. Voor zijn eerste opera tekent de Franse regisseur meteen zowel voor het libretto als voor de enscenering van een bewerking van zijn eigen theaterstuk Grâce à mes Yeux. In dit korte, intense en mysterieuze stuk – een verstikkende familiale huis clos waarin zijn bewondering voor Tsjechov en Maeterlinck nooit ver weg zijn – staat het talent van een vader de vrije ontwikkeling van zijn zoon in de weg.

Wat is uw visie op de artistieke mogelijkheden van opera?

Eigenlijk leef ik een beetje opgesloten in mijn theaterluchtbel, in mijn werk van schrijven, experimenteren, regisseren. Ik ben niet echt een toeschouwer van opera in het algemeen en ik heb nog maar weinig voorstellingen gezien. Ik heb dus een misschien wel clichématige of stereotype voorstelling over die wereld. Ik ben dus in een bijna maagdelijke staat in dit project gestapt, en ik had zin om er heel nederig en heel behoedzaam in verder te gaan.

U had daarvoor nog nooit deelgenomen aan een operaproject. Waarom bent u nu op dit voorstel ingegaan?

Ik wou geen klassieke operavoorstelling maken. Het is om te beginnen een genre dat me niet aantrekt. Ook in het theater zal ik trouwens nooit ‘het repertoire’ brengen. Dit is niet mijn inbreng in het theater; die heeft te maken met de begrippen creatie, verbeelding en zoeken naar vormen. Maar Antoine Gindt, oprichter van T&M (Théâtre & Musique), heeft mij aangesproken voor een creatie die ook over theater kon gaan. Onze eerste discussies gingen over de mogelijkheid van een muzikaal project waarin een echte theatraliteit zoals ik die normaal gezien breng, aanwezig zou zijn. Overigens kwamen de reserves die ik had ten opzichte van de opera voort uit het feit dat ik een toneelgroep heb met wie ik steevast werk, en dat ik zeker geen zin had om mijn aandacht te versnipperen. Men stelde mij echter voor om samen met mijn gezelschap op dit project te werken. Om al deze redenen ben ik dus op dit voorstel ingegaan. Vervolgens kwam nogal snel het idee dat ik ook aan het libretto zou schrijven. Dat werd niet onmiddellijk beslist, maar ik had me voorgenomen om, als ik ooit met opera zou beginnen, het zou zijn omdat ik dit kon doen zoals ik theater maak, namelijk als schrijver. En natuurlijk in samenwerking met een andere partner, de componist, een essentieel verschil met het theater.

Jullie kozen ook voor een libretto in het Engels.

Dat is de keuze van Oscar Bianchi. Zelf had ik die keuze niet gemaakt. Maar ik begreep dat Oscar de muzikaliteit van het Frans problematisch vond. Hij voelde zich minder vrij, te belast om in deze taal te schrijven. Van zodra ik dat het hem ernst was, heb ik er mij niet tegen verzet. Ik besefte dat deze kwestie – Frans of Engels – er eigenlijk niet toe deed in de muziek van Oscar, in de manier waarop zij een nieuwe oraliteit creëert, een volledig andere manier van spreken voorstaat. Het is namelijk essentieel dat deze tekst niet alleen drager is van woorden, maar ook van het denkbeeldige en het fictieve: de vertelling, de personages, het verhaal, de sfeer. En dit is natuurlijk bewaard. Ik wist dat ik op basis hiervan zou moeten werken.

U zegt dat u geen stukken schrijft, maar voorstellingen. Hoe verloopt de samenwerking met Oscar Bianchi, als coauteur van de voorstelling?

Het is voor mij een nieuwe manier van werken, niet teruggetrokken, individualistisch. Het is een andere manier van werken die tegelijk destabiliserend en aangenaam is. Nu ik meer ervaring heb, steun ik op een sterkere basis, zijn er op bepaalde gebieden meer zekerheden… Dat laat mij toe om de ander op een serene manier te ontmoeten. Enkele jaren geleden was dit waarschijnlijk ingewikkelder geweest. Ik geniet er ook van het totalitaire aspect van de schrijver-regisseur te laten vallen en de inventiviteit en het creatieve te delen.

Het libretto moest niet alleen gericht zijn op de muzikale schriftuur, maar het moest ook korter zijn dan het stuk. Welke keuzes hebt u gemaakt om compacter te schrijven?

Dit aspect was de grote uitdaging bij het schrijven. Van in het begin wilden Oscar en ik een compact en kort werk, dat ongeveer 1 uur en 10 minuten duurde. Dit betekende dat er veel minder woorden en minder ontwikkelingen mochten zijn, maar het mocht in geen geval beperkt worden tot louter schrappen. Een tekst met de helft of meer reduceren, betekent dat men raakt aan het evenwicht en het opzet. We moesten dus de bestaande tekst opzijleggen en ons terug verplaatsen naar de beginsituatie. Omdat het een vertelling is, moesten we de basislijnen van dit verhaal opnieuw uittekenen. We kwamen via diverse tussenstappen van tachtig bladzijden terug naar twaalf… Zo herschreef en herwerkte ik in de eerste fase de dingen die ik niet meer op dezelfde manier zag. De personages heb ik niet veranderd, maar ik heb de verhaallijnen anders gelegd. Deze fase duurde vrij lang – de tekst opnieuw werd ontworpen – maar ze was ook tamelijk vrij. En zo kreeg ik een eerste versie die dertig bladzijden moest bedragen. Daarna heb ik de actie extreem gecondenseerd waarbij ik me enkel liet leiden door de doelstelling om het project dat ik ontwikkeld had, te laten standhouden zonder ook maar iets te vernietigen, en tot een soort van uitgepuurde blauwdruk te komen. Waar ik voordien vijf of tien zinnen voor nodig had, moest nu in één zin en met zo weinig mogelijk woorden te zeggen zijn. Ik moest snoeien in de bladeren zonder aan de stam te komen, zodat de tekst kon standhouden.

Ook de muziek drukt een vorm van narrativiteit uit. Hoe verliep de samenwerking met Oscar Bianchi voor de toonzetting van jouw werk?

Ik heb Oscar nooit verteld hoe hij moest schrijven in verband met één of ander aspect van mijn tekst. Ik weet dat hij zich de tekst moet eigen maken. Ik heb vertrouwen in hem omdat ik weet hoe goed hij mijn tekst van binnenuit begrijpt. Mocht ik de indruk hebben dat er in zijn visie op deze tekst, op dit libretto en de personages, geen passie en geen doorvoeld begrip zou liggen, dan zou ik dat problematisch vinden. Maar Oscar bewees me het tegendeel en daarom laat ik me graag verrassen en pas ik mij graag aan. Het idee plaats te moeten ruimen voor de muziek zie ik als een economische noodzaak: ik zorg er eigenlijk voor dat de dingen zo beknopt mogelijk zijn, niet zo precies en gedetailleerd als een theatertekst, maar opener.

Uw teksten en regiewerk vormen een zoektocht naar de voorstelling van het innerlijke van de personages. Hoe kan dit volgens u in zang geïncarneerd worden?

Zang en muziek ondersteunen dit zeer sterk. Klinkt het vreemd als ik zeg dat ik bezig ben met het lichaam en Oscar met de geest? Aangezien men beweert dat deze twee verbonden zijn en dat een scheiding artificieel is, zijn we dus met hetzelfde bezig. Door bezig te zijn met het lichaam, ben ik bezig met de geest. En Oscar is, door bezig te zijn met de geest, bezig met het lichaam. Mijn regisseerwerk bestaat er eigenlijk in ervoor te zorgen dat deze twee dingen intens verbonden zijn met elkaar. Als materialist denk ik dat er geen scheiding tussen geest en lichaam bestaat.

Opgetekend door Dominique Bouchot
Overgenomen uit het programmaboek van het Festival d’ Aix-en-Provence, 2011

article - 1.3.2012

 

Thanks to my Eyes
Opera

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
Keep the
lights on!