Filtreren op media:

De jonge gedreven dirigent Alain Altinoglu geldt als een van de grootste talenten van zijn generatie en voelt zich even goed in het Franse of Italiaanse repertoire als in eigentijdse composities. Hij staat voor het eerst aan het hoofd van het Symfonieorkest van de Munt: een gedroomde gelegenheid om een talent te ontdekken dat wordt gevraagd door de grootste operahuizen aan beide zijden van de oceaan. Tussen producties in de Opéra de Paris en de Met is hij in Brussel voor Massenets Cendrillon, een werk waarvan hij hier de essentiële kwaliteiten – harmonie, melodie en orkestratie – in de verf zet.
Welke plaats bekleedt opera in uw werk? En welke rol speelt het Franse repertoire daarin?
Opera vormt de kern van mijn carrière als musicus en als dirigent: ik begon te werken als repetitor bij de opera, en het is langs deze weg dat ik dirigent werd. Ik was ook docent aan het conservatorium van Parijs, waar ik mij samen met de zangers toelegde op opera-ensembles. Het genre is erg belangrijk voor mij, ook al verdeel ik mijn tijd tussen symfonische concerten en het lyrische repertoire. In het begin van mijn carrière vroeg men mij vaak om het Franse repertoire te doen, want dat is mijn cultuur… Maar eigenlijk zijn mijn opdrachten evenwichtig verdeeld tussen het Franse, het Duitse en het Italiaanse repertoire. Het klopt dat werken met het Franse repertoire met ensembles en zangers die niet Franstalig zijn voor mij bijna een pedagogische missie is. Ik vind het belangrijk de traditie van het Franse repertoire, in het bijzonder dat van de 19de eeuw, door te geven.
Hebt u vroeger al gewerkt met Laurent Pelly?
Neen, nog niet, maar we zijn elkaar al enkele keren tegengekomen. Twee jaar geleden dirigeerde ik Erwartung in Toulouse, in de tijd dat het Théâtre du Capitole gesloten was. Wij werden toen door Laurent Pelly in zijn TNT – het Théâtre National de Toulouse – ontvangen. Ik ben erg blij nu met hem te kunnen werken, ik ken zijn werk al lang.
Deze Cendrillon is een nieuwe productie voor de Munt, maar het betreft een herwerking van een bestaande productie. Wat verandert dit voor u?
Eigenlijk dirigeer ik liever een nieuwe productie, want dan kan men meer van gedachten wisselen met de regisseur! Voor een dirigent is het interessanter om samen met de regisseur te werken aan een productie, betrokken te zijn bij het creatieve proces en deel te nemen aan de uitwisseling van ideeën. Het is mij al overkomen – gelukkig niet vaak – dat ik een herneming moest dirigeren die niet strookte met mijn visie op het stuk… Hier zal dit niet het geval zijn, en ik heb al veel goeds gehoord over deze productie. Ik ben dus heel blij ze te kunnen hernemen in Brussel!
Hoe zou u het succes van Massenet als operacomponist kunnen verklaren?
Daarvoor zijn verschillende redenen… Om te beginnen redenen van muzikale aard: de melodieën die Massenet componeert, de situaties die hij schetst… ze leven in de herinnering van iedereen. Er zijn niet veel componisten die er zo goed in slagen de toeschouwer (bij de hand) te nemen als hij! Sommige van zijn opera’s – en dan denk ik in het bijzonder aan Werther, Manon, Cendrillon en Don Quichotte, zijn op elk niveau geslaagd: de actie, de melodie, de harmonie, de orkestratie. En Massenet was een intelligente man: wanneer hij werkte aan de partituren voor zang en piano (de vocale partijen van zijn opera’s, met begeleiding van piano), schreef hij gewoonlijk een tamelijk ‘gemakkelijke’ pianopartij, omdat hij dacht dat zijn opera’s zo beter zouden circuleren in de vooraanstaande families, waar jonge meisjes piano speelden. Het was een efficiënt middel om zijn opera’s snel te verspreiden. Daarnaast mag men niet vergeten dat Massenet een grote pedagoog was, die een hele generatie componisten heeft gevormd. Hij had ook de gave om, door zijn manier van componeren, de tekst toegankelijk te maken. En ten slotte had Massenet een neus voor libretto’s: met Werther verdiepte hij zich in het werk van Goethe, met Don Quichotte in dat van Cervantès, en Cendrillon is een sprookje van alle tijden… Het zijn altijd sterke verhalen die hij als onderwerp kiest.
Waar situeert u Cendrillon in het oeuvre van Massenet wat de stijl betreft?
Massenet schreef zeer verschillende opera’s. Sommige neigen naar het komische, andere, zoals Werther, zijn helemaal niet komisch; hoewel zelfs dit laatste werk lichtere passages bevat, het personage van Schmitt bijvoorbeeld. Met uitzondering misschien van Manon, dat een ‘puur’ drama is, komen in zijn opera’s komische en tragische aspecten gewoonlijk door elkaar voor. Cendrillon is natuurlijk een licht werk, maar tussen de regels voelt men ook een evenwicht tussen het komische en het romantische, onder andere… Bij Massenet – zoals bij alle grote componisten, en ik denk vooral aan Verdi in zijn late operawerken – zijn er twee leesniveaus. Het is niet alleen komisch… En precies dit aspect maakt zijn opera’s zo interessant. Ik denk dat Werther misschien wel zijn meest geslaagde opera is, maar ook Cendrillon is voor mij opera van de bovenste plank. Het is een echte uitdaging voor de dirigent: hij moet een evenwicht bereiken tussen het komische en het romantische, tussen humor en drama; een leidraad vinden in de verschillende registers waardoor de opera’s van Massenet gekenmerkt worden, in het bijzonder Cendrillon.
Nu u het heeft over een uitdaging: hier gaat u werken met een dubbele rolverdeling…
Dit vormt inderdaad een bijkomende uitdaging! Volgens mij is de taak van een operadirigent de zangers te leiden, te helpen en te begeleiden, en te zorgen voor homogeniteit. We beschikken over twee verschillende teams van zangers: het is niet de bedoeling de twee casts te mengen, want de rollen van de Prins en van Assepoester worden bovendien ingevuld door zangers met verschillende stemtypes. Er zal niet elke avond een andere rolverdeling zijn, zoals soms gebeurt in de repertoiretheaters van Wenen of New York. Ik werk graag aan een specifieke benadering voor elke zanger. Het orkest zal dus moeten variëren in kleur en speelwijze en zal zich moeten aanpassen aan verschillende karakters van hetzelfde personage. Het is aan de regisseur of aan de dirigent om het beste uit elke zanger te halen.
U bent het gewoon om te werken met zangers en u begeleidt vaak uw echtgenote op piano…
Zij werkt trouwens mee aan de productie! Over het algemeen kan men met artiesten die men goed kent niet alleen vlugger werken, maar ook verder gaan…
Wat zijn uw plannen voor het lopende seizoen na deze Cendrillon in de Munt?
Eerst ga ik Faust dirigeren in de MET in New York, daarna in Wenen. Daarna debuteer ik aan het hoofd van het Chicago Symphony Orchestra. En dan komt ook nog De liefde voor de drie sinaasappels in Parijs…
Een heel verscheiden programma…
Ja, ik probeer alle stijlen aan te snijden, in elk geval vanaf Mozart tot de hedendaagse muziek. En ik vind het belangrijk de componisten van vandaag te verdedigen…
Opgetekend door MM