Filtreren op media:

Geen Requiem op de affiche dit jaar tijdens het traditionele concert van het Symfonieorkest van de Munt begin november, maar wel drie symfonische werken die een eerbetoon zijn aan de slachtoffers van enkele van de grootste door de mens veroorzaakte catastrofes van de 20ste eeuw: het beleg van Leningrad, het bombardement op Hiroshima en het Europese fascisme. Een eclectisch programma, samengesteld uit vrij onbekend werk van de Georgische componist Giya Kancheli, een van de grote composities van de Pool Krzysztof Penderecki en tot slot de schitterende Zevende Symfonie van de Rus Dmitri Sjostakovitsj. Een intens en geëngageerd concert onder leiding van Leo Hussain.
Dit jaar stelt u een heel bijzonder requiem–programma voor: geen requiemmis, maar wel een divers programma met niet–liturgische stukken. Hoe bent u daartoe gekomen?
Toen Peter de Caluwe en ikzelf het programma voor dit ‘requiemconcert’ samenstelden, was het niet in de eerste plaats onze bedoeling een politiek statement te geven, maar om enkele van de vele fantastische twintigste-eeuwse stukken te programmeren die eenzelfde contemplatieve geest uitstralen. Om te beginnen viel onze keuze op Sjostakovitsj’ Zevende Symfonie, omdat het eigenlijk een soort requiem is: dit werk brengt een heel krachtige boodschap over de harde realiteit van de oorlog. Daarnaast wilde ik graag Krzysztof Penderecki’s Threnody for the victims of Hiroshima brengen: een baanbrekend, grensverleggend stuk, eveneens in de volle geest van het requiem, dat een diepe boodschap combineert met een overweldigende impact. Tussen die twee moeilijke werken in hebben we een werk geprogrammeerd dat weliswaar gemakkelijker is om naar te luisteren, maar eenzelfde emotionele impact heeft: Kancheli’s Sevda Nateli ‘Bright Sorrow’ Requiem voor de 40ste verjaardag van de overwinning op het fascisme. Met deze werken hebben we een ongelooflijk sterk programma, zowel dramaturgisch als muzikaal, waarbij de stilistische verschillen mij erg boeiend lijken.
Waarom hebt u dit werk van Penderecki gekozen?
Krzysztof Penderecki’s Threnody is een historisch moment in de ontwikkeling van de hedendaagse muziek, omdat het een nieuwe richting inluidde. Met dit stuk uit 1960 is Penderecki internationaal doorgebroken. Het is eigenlijk één grote schreeuw die tien minuten duurt, in een heel mooi opgebouwde muzikale schriftuur, gespeeld door tweeënvijftig strijkers. De grootte van het strijkersensemble zal wel de reden zijn waarom het zo zelden te horen is. Voor mij is dit werk, met zijn intense kleuren en zijn uitgesproken expressionisme, de muzikale tegenhanger van het schilderij De Schreeuw van Edvard Munch.
En wat trekt u aan in dit werk van Kancheli?
Bright Sorrow van Kancheli is een spiritueel, rustig en sterk ontroerend stuk dat niet te veeleisend is voor de luisteraar. Het heeft een vrij eenvoudige tonale toonspraak, in de beste zin van het woord, en klinkt vrij direct. Het is een mooi, zacht gebed voor twee kindsolisten en kinderkoor, begeleid door een enorm orkest, dat weliswaar spaarzaam wordt ingezet. Het is een uitermate meditatief, traag evoluerend en lyrisch werk dat een grote spiritualiteit in de concertzaal brengt. Je mag het duidelijk tonaal noemen, met momenten van grote dissonantie die het werk zijn ritme en structuur verlenen. Het wordt vaak vergeleken met werken van Arvo Pärt, en door de directe, tonale taal leunt het daar inderdaad dicht bij aan.
Hét grote werk op dit programma is natuurlijk Sjostakovitsj’ Leningrad-symfonie!
Ja, dit is een episch stuk, het zegt zoveel over de ‘condition humaine’! Men heeft het al op vele wijzen geïnterpreteerd, gaande van een eerbetuiging aan Rusland voor zijn weerstand tegen nazi-Duitsland tot een totale veroordeling van elke vorm van totalitarisme. Je kunt het zien als een reflectie op de oorlog, of als een beschrijving van de sfeer in de wereld op dat moment in de geschiedenis, maar eigenlijk komt het er niet op aan welk programma je in deze symfonie zoekt. Het is zelfs irrelevant of dit stuk op een programma geschreven is, of het programma nadien aan de symfonie is toegevoegd. Het is zo’n universeel, sterk werk!
Zei u niet dat dit geen politiek statement was…?
Ja, natuurlijk is dit wel een politiek statement, maar dat was niet ons uitgangspunt. Uiteraard is een concertprogramma met drie stukken als deze onvermijdelijk politiek gekleurd. Je kan niet beweren dat muziek alleen maar amusement brengt; ze zal ook altijd betekenissen dragen! En ook de gruwelen van de oorlog zijn nu helaas nog steeds een actueel thema...
Beschouwt u deze stukken als representatief voor de tweede helft van de 20ste eeuw?
Dat zou ik niet durven te zeggen. Juist de tweede helft van de 20ste eeuw is zo breed, zo weids, en er zijn zo veel verschillende stromingen, dat een programma dat representatief is voor de tweede helft van de 20ste eeuw minstens twee maanden zou duren... Maar voor mij toont het wel enkele van de toonaangevende trends in de 20ste eeuw, waarvan de muzikale taal op de koop toe erg verschillend is. Ongetwijfeld is de 20ste eeuw de rijkste tot nog toe muzikaal gebied. Hij laat ons een opwindend en indrukwekkend corpus van werken na waarin nog enorm veel te ontdekken valt!
Opgetekend door Reinder Pols