Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mail

Filtreren op media: 

Oedipe

Interview L. Hussain

De Munt - Interview L. Hussain

Hoewel het werk al tientallen jaren de reputatie van meesterwerk heeft verworven, wordt Œdipe van George Enescu slechts zelden uitgevoerd. Het werk van de Roemeense componist vindt in Leo Hussain een ideale dirigent. Na Janáček afgelopen seizoen en Ligeti twee jaar geleden, werpt de jonge Engelsman zich nu op een derde belangrijke figuur van de 20ste-eeuwse muziek en werkt bij deze gelegenheid opnieuw samen met regisseur Alex Ollé, met wie hij ook al de historische productie Le Grand Macabre maakte.

Een opera als Enescu’s OEdipe zou toch allang in het repertoire moeten zijn opgenomen. Hoe komt het dat dit nog niet is gebeurd?
Ik begrijp eerlijk gezegd niet waarom dit stuk niet vaker gespeeld wordt! Ik wil er nog begrip voor opbrengen dat het, toen het geschreven werd, te hoge eisen stelde aan een doorsnee operagezelschap: het is een heel episch werk dat zowel een groot orkest vereist als een groot koor én een grote zangersbezetting én ook nog een uiterst zware rol bevat... Maar werken die in hoge mate dezelfde vereisten hebben, zoals Wozzeck van Berg of Peter Grimes van Britten, worden nu zonder problemen wel uitgevoerd. Ik begrijp dan ook niet waarom OEdipe zijn plaats in het repertoire nog niet gevonden heeft. Het is een prachtig stuk, met een muzikale taal die heel persoonlijk is en tegelijk ook sterk geworteld is in de Centraal–Europese traditie. Ik hoop echt dat een sterke productie met grote artiesten als La Fura dels Baus dit werk de plaats in het repertoire kan bezorgen die het verdient.

Hoe zou u Enescu’s stijl typeren?
Enescu was eigenlijk te goed in te veel dingen – hij maakte carrière als violist, als leraar, als dirigent – maar had helaas te weinig tijd om te componeren. Het is moeilijk om de stijl te typeren van iemand die zo weinig geschreven heeft, want elk stuk is heel individueel... Hoewel OEdipe zeker geen vormen openbreekt en het om die reden wel in de operatraditie past, denk ik dat je het stuk meer recht doet door te stellen dat het een combinatie is van vernieuwing en traditie. In OEdipe is Enescu’s taal te vergelijken met die van Leoš Janáček. Er zijn nieuwe klanken en kleuren, maar de harmonische taal is niet intimiderend nieuw. Zijn toonspraak ontstaat geleidelijk uit wat voorafging ; het is dus zeker geen revolutie maar veeleer een evolutie. Enescu’s stijl is vernieuwend, maar gooit niet alles overboord wat reeds bestond.

Men verwijst ook vaak naar de invloed van de Roemeense volksmuziek op zijn stijl. Ziet u dat ook zo?
Die invloed is er natuurlijk, maar ik denk dat je Enescu geen dienst bewijst door daar al te zeer de klemtoon op te leggen. Zijn sound, zijn melodieën leunen daar inderdaad bij aan, maar net zoals Bartók is hij geen volksmuziek– componist! Ook Bartók onderging invloed van de volksmuziek, maar dat beheerste zijn stijl niet. Interessanter lijkt mij de vergelijking met Debussy’s Pelléas et Mélisande, een stuk waarover Enescu zelf zei dat het een belangrijke invloed op hem gehad heeft. In OEdipe en in Pelléas zijn de schrijfwijze voor en het gewicht van het orkest erg vergelijkbaar. Het verschil ligt in de vocale lijnen: Enescu’s melodievoering is veel lyrischer, terwijl Debussy meer prosodisch blijft. Toch volgt ook Enescu de prosodie in zijn ritmes en is hij geïnteresseerd in het toepassen van spraakritmes op de tekst! Daarin leunt hij dan weer volledig aan bij Janáček!!

Anderzijds verwijzen diverse elementen in OEdipe ook naar Schoenberg, zoals het gebruik van ‘Sprechgesang’…
Jazeker. Hoewel zijn muziek niet atonaal is, heb je niet de indruk dat Enescu niet met zijn twee voeten in de eigen tijd stond. Hij keek duidelijk verder dan de grenzen van Roemenië en had een erg brede interesse. In zijn muziek komt hij naar voren als een zeer bereisd en ervaren musicus die tal van invloeden geabsorbeerd heeft. Maar – en dat is belangrijk – die invloeden worden volledig geassimileerd en nooit als dusdanig in zijn muziek opgenomen of gekopieerd!

Hoe schrijft hij voor de stem?
Melodisch en lyrisch zijn op dit gebied de twee sleutelwoorden! Zelfs in zijn karakterisering van de moeilijkste personages, bijvoorbeeld Jocaste, blijft hij nog ongelooflijk lang uitgesponnen melodische lijnen schrijven. Het is een soort combinatie van melodische schrijfwijze met een spraakritmische interesse à la Janáček..

En was hij ook een groot orkestrator?
Enescu schrijft in OEdipe voor een enorm groot orkest, maar zijn orkestratie is nooit zwaar. Hij is heel gevoelig voor de vereisten van een stem en probeert te allen tijde om die niet te overstemmen door een overladen orkest. Ik hoef mij dus niet te veel zorgen te maken over de balans tussen zangers en orkest. Als dirigent kun je dan veel aandacht besteden aan orkestkleuren, en die zijn in dit geval echt rijk te noemen. We zitten eigenlijk op dezelfde golflengte als Debussy’s Pelléas, want ook hier klinkt het orkest haast als een onderliggend symfonisch gedicht.

Een werk waarin één zanger op dergelijke wijze het gehele werk draagt is toch wel een unicum, niet?
OEdipe is veel meer dan een ensemblestuk: het is één rol, namelijk die van Œdipe, met een ondersteunende cast eromheen. Ik heb nog nooit een stuk gebracht met zo’n dominante hoofdrol! Het werk staat of valt met de vocale invulling van deze rol: een enorme opdracht voor elke zanger! We mogen ons gelukkig prijzen dat we in deze productie twee artiesten als Dietrich Henschel en Andrew Schroeder hebben. Ik vermoed dat de omvang van deze rol erg intimiderend kan overkomen, wat misschien wel een van de redenen is dat het stuk tot op heden z’n plaats niet gevonden heeft in het repertoire... Omdat de hoofdrol als te zwaar beschouwd werd, heeft men de realiseerbaarheid van dit werk steeds betwijfeld. Maar nu we de zangers hebben die deze rol willen instuderen, moeten we dat in dank aanvaarden en ervoor gaan!

Voelt u zelf grote affiniteiten met dit stuk?
Ten eerste heeft het verhaal van Oedipus een eeuwige waarde. La Fura dels Baus specialiseert zich in het relevant maken van dergelijke eeuwige verhalen. Ik ben heel gelukkig dat zij de regie van deze productie op zich nemen, want het stuk en de regisseur vormen in dit geval een perfecte combinatie. En ten tweede stamt dit stuk uit een periode waarin ikzelf enorm geïnteresseerd ben. OEdipe is gelijktijdig gecomponeerd met de late Janáček–opera’s, komt kort na Bergs Wozzeck, en Brittens vroege opera’s volgen kort daarna. De eerste helft van de 20ste eeuw is een fascinerende tijd voor de opera: het genre vecht om zijn identiteit te vinden binnen de nieuwe muzikale stromingen, en dit levert heel boeiende resultaten op. Er zijn zoveel verschillende stijlen, alles gaat in verschillende richtingen...

Er zijn ongetwijfeld nog veel ontdekkingen te doen in deze periode?
Zeker, en wij hebben nu ook de juiste afstand om deze werken met een frisse kijk te beoordelen. En dit geldt zeker en vast voor OEdipe! Ik kijk er echt naar uit om dit werk in de Munt te brengen!

Opgetekend door Reinder Pols

article - 3.9.2011

 

Oedipe
Opera

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt