Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mail

Filtreren op media: 

Images & Folie

Interview P. Davin

De Munt - Interview P. Davin

De Belgische dirigent nodigt ons uit voor een niet voor de hand liggend, verrassend en boeiend programma. Hij brengt drie componisten samen: Johannes Brahms, Claude Debussy en Pierre Bartholomée. Een uitdaging voor het Symfonieorkest van de Munt, en voor Patrick Davin een nieuwe gelegenheid om zijn talent te tonen.

Hoe is het idee voor dit concert ontstaan?
Dit concert is eerlijk gezegd in verschillende fasen ontstaan… Het bleek om verschillende redenen een echte uitdaging. Om te beginnen omdat het een concert zonder solist is. Dat levert altijd heel interessante momenten op voor een orkest, omdat het dan zelf het volle muzikale gewicht draagt. Voorts is het ook een uitdaging omdat dit concert aan drie componisten gewijd is die je niet gauw met elkaar in verband zou brengen. Als ik aan Pierre Bartholomée denk, denk ik niet meteen aan de erfenis van Debussy, maar eerder aan die van Stravinsky. Dit concert voert ons dus mee naar werelden die wel heel ver uit elkaar liggen.

Kunt u ons iets meer vertellen over die zo verschillende werelden...
Het stuk van Pierre Bartholomée, Folie d’OEdipe, is een orkestsuite die rechtstreeks afkomstig is uit de opera OEdipe sur la route. Het is een bijzonder moeilijke, gekwelde, gejaagde suite, die tegelijk heel scherp is – typisch de stijl van Pierre Bartholomée. De Images pour orchestre van Debussy is het soort muziek waar ik heel erg van houd, muziek die in tegenstelling tot wat men al te vaak wil laten geloven niet beperkt blijft tot een schitterende, kleurrijke orkestratie, maar die vooral een complexe muzikale uitwerking laat horen die de onvoorspelbaarheid van een improvisatie benadert. Debussy is wellicht de componist die het meest oor heeft voor de muziek die hij aan het componeren is. Je krijgt de indruk dat zijn muziek voortdurend reageert op wat ze net heeft verteld en op wat ze vlak daarna zal vertellen. Met de Eerste symfonie van Brahms, een ander groot monument, belanden we in een heel andere wereld. Ik denk dat een van de uitdagingen van een dergelijk concert erin bestaat het orkest steeds anders te laten klinken, naar gelang van de componist.

Waarom hebt u slechts twee van de drie Images van Debussy gekozen?
Op een bepaald moment was er sprake van alle Images te spelen, maar het programma werd echt te lang. We hebben dus gekozen voor de eerste twee: Gigues en Ibéria. Die stukken zijn het hoogtepunt van het oeuvre van Debussy ! Ze zijn als het ware een hymne aan Europa. Debussy speelt hier met drie idiomen, drie opvattingen over muziek met een resoluut volkse inslag. Gigues is gebaseerd op een kinderliedje, een bescheiden Engelse gigue, een voorwendsel voor een melancholische schildering die versterkt wordt door de zeldzame sonoriteit van de hobo d’amore. Ibéria laat ons in Spaanse sferen baden, wat tegelijk verwijst naar de aandacht die Debussy zijn hele leven laag aan het Spaanse muzikale idioom heeft geschonken, en aan het concept van een geïdealiseerd Spanje. Hij deelde die voorkeur trouwens met Maurice Ravel… Daarna volgen de bekende Rondes de printemps, die we niet zullen spelen, maar die gebaseerd zijn op een soort geïdealiseerd Frankrijk, met verwijzingen naar Do, do l’enfant do en Nous n’irons plus au bois. [nvdr: De derde Image wordt op 24 maart 2012 vertolkt door Susanna Mälkki en het Symfonieorkest van de Munt.]

Wat is uw band met die drie componisten?
Dat is een leuke vraag, want ik ben altijd al aangetrokken door verschillende zaken, verschillende stijlen. Ik zou zeggen dat de componisten die tijdens dit concert op het programma staan me enorm aanspreken. Bartholomée is een componist die ik in feite vaak had moeten uitvoeren, maar toch is dat niet het geval geweest. Ik had vooral contact met Bartholomée de dirigent. Hij verpersoonlijkte het métier dat ons, studenten orkestleiding aan het conservatorium van Luik, voor ogen stond. Als hij een zeldzame keer een van zijn werken onthulde, ontdekten we een componist vol verbeelding, vol originaliteit, die op eigen wijze de weg verder wilde verkennen die Stravinsky had gebaand. Ik ben altijd gefascineerd geweest door zijn muziek, en precies omdat ik hem niet vaak heb gedirigeerd, heb ik er nu bijzonder veel zin in. Ik blijf herhalen dat Debussy misschien wel een van de weinige componisten is aan wie nog werk is. Om te beginnen moet zijn oeuvre nog beter bekend gemaakt worden, en er is ook een echte uitdaging: jonge vertolkers opnieuw zin laten krijgen in het zoeken naar de sfeer en de subtiliteit van deze muziek, naar haar typische chemie. Het probleem met Brahms is dat de lijst van zijn werken ongelofelijk lang is, en dat je lang kunt zoeken als je een compositie wilt vinden die niet goed is ! De uitdaging bestaat erin zijn typische klank en architectuur te reconstrueren. Sommige elementen, zoals het vibrato, het sostenuto, de textuur, de ritmische en melodische curves, liggen niet meer voor de hand. Je moet echt de weg vinden naar een heel eigen klankcombinatie. Dat is heel belangrijk.

U bent een vaste gast bij het Muntorkest...
Sinds Peter de Caluwe directeur is, heb ik het geluk dat de Munt me regelmatig uitnodigt. Ik dirigeer er tegenwoordig ongeveer jaarlijks een opera, en volgend voorjaar leid ik de tournee van het orkest naar Parijs, met La Muette de Portici. Ik zet me met veel enthousiasme aan een programma zoals dat van 2 oktober, waarbij het orkest op verschillende manieren de mouwen moet oprollen ! Ik geloof dat we inmiddels een mooie vertrouwensband hebben opgebouwd. En bovendien houd ik enorm van het Muntorkest, waar je telkens opnieuw het maximum moet uithalen, en je steeds weer moet bewijzen dat je het orkest waard bent.

Opgetekend door Marie Goffette

article - 1.9.2011

 

Images & Folie
Concert

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt