Filtreren op media:

Nadat het Brusselse publiek eerder al kon kennismaken de originaliteit en schoonheid van zijn uitvoeringen van Mahler en Wagner, geeft de Duitse dirigent ons aan het hoofd van het Symfonieorkest van de Munt in september zijn lezing van Król Roger van Szymanowski en de laatste drie symfonieën van Mozart. Het Oostenrijke genie componeerde ze in twee maanden tijd. Met deze werken verhief hij de kunst van de symfonische compositie tot een nieuwe hoogte.
Enkele jaren geleden droomde u ervan om de laatste drie symfonieën van Mozart in één concert op te voeren… Een wens die nu in vervulling gaat?
Ja, die kans dient zich nu aan. Elk van deze drie symfonieën staat natuurlijk op zichzelf, maar samen vormen ze toch een soort trilogie: door hun stijl, door het feit dat ze werden gecomponeerd om samen te worden uitgevoerd en ook omdat ze een hoogtepunt vormen in de geschiedenis van de symfonie.
Van de Jupiter–symfonie wordt wel eens gezegd dat ze klinkt alsof ze werd geschreven als ‘laatste symfonie’: ze vormt de bekroning van Mozarts symfonische kunnen.
Ik zie dat inderdaad zo. Mozart staat hier op het toppunt van zijn kunnen. En wanneer ik de drie werken naast elkaar leg, komt er een prachtige constructie tevoorschijn. Hun tonaliteiten van Es-groot, g-klein, C-groot zijn verwant, en een dergelijke relatie is volgens mij niet toevallig. Daarbij komt dat de drie symfonieën geschreven zijn op minder dan twee maanden tijd, en bovendien niet in opdracht, wat uitzonderlijk was voor die tijd.
Ze werden tijdens Mozarts leven trouwens niet uitgevoerd.
Inderdaad. Als levenswerk kan ik het alleen maar vergelijken met Die Kunst der Fuge van Bach: iets componeren waarin je hele kunnen vervat zit en dat alles overstijgt wat in de muziek gangbaar is. Mozart heeft zijn laatste drie symfonieën als vrij man gecomponeerd, zonder uit te gaan van een welbepaalde situatie of uitvoering. Ook compositietechnisch gezien boeien deze symfonieën mij uitermate. In alle drie kun je horen hoe Mozart naar het einde van zijn leven Bach heeft bestudeerd. Dat is ook te horen in bijvoorbeeld Die Zauberflöte, of in de fuga’s die hij overgeschreven heeft. De Jupiter–symfonie wordt trouwens soms – ten onrechte, vind ik – bestempeld als de symfonie ‘met de grote fuga’. Maar wat in de finale als een fuga overkomt, is vooral een sterk staaltje van contrapuntische techniek, waarbij Mozart in de coda (van de finale) alle vijf thema’s over elkaar schuift en met elkaar verbindt! Dit is voor mij telkens weer een kippenvelmoment... Alles wat in de drie symfonieën aan deze coda voorafgaat, is een voorbereiding op dit ‘moment suprême’, dit hoogtepunt van compositietechniek – waarbij Mozart niet in techniek blijft steken, maar hoogst emotionele muziek aflevert!
Door de drie werken na elkaar uit te voeren wilt u deze opbouw tastbaar maken?
Ja, ik wil naar dit hoogtepunt, de coda, toewerken en de grote vorm van de drie symfonieën aanschouwelijk maken, waarbij de Symphonie g–moll als langzaam middendeel fungeert, en de Symphonie C–Dur als stralende finale.
Welke uitdaging is er voor dirigent en orkest aan verbonden?
In de orkestliteratuur zijn er veel moeilijke werken, maar Mozart blijft voor alle uitvoerders moeilijk: geen enkele noot is overbodig, alles moet perfect worden uitgevoerd qua balans, articulatie, frasering... Ook het instuderen van de drie symfonieën binnen een normale repetitieperiode is een uitdaging.
Ik vermoed dat u ook voor dit Mozart–project opnieuw veel aandacht besteedt aan bronnenonderzoek, authenticiteit en frasering?
Het valt mij op dat Mozart in de zogenaamd authentieke uitvoeringen vaak nogal ‘gehakt’ wordt uitgevoerd, met veel staccato en zonder veel aandacht voor de zanglijn of de grote frases. Maar in zijn brieven omschrijft hij zijn muziek heel graag met het woord ‘cantabile’! Ik zal dus eerder de zanglijnen naar voren halen, wat niet wegneemt dat ik heel gedifferentieerd wil articuleren. Een ander element waarmee ik rekening houd, is de variatie die Mozart aanbrengt in motieven en thema’s. Hij componeerde gewoonlijk uit het hoofd, en dat verleent zijn composities iets spannends. Vaak vergat hij min of meer wat hij in het begin had geschreven, en hij varieerde daardoor in heel kleine details. Uit ervaring weet ik dat dit stelselmatig vragen oproept bij musici, die geneigd zijn te denken dat je elk motief telkens op dezelfde wijze moet spelen, maar ik wil deze kleine verschillen niet weghalen, integendeel. Ze verlenen de thema’s een ander karakter, en dat sluit voor mij dan weer aan bij het principe van het dualisme in de klassieke periode. Anders dan in de affectenleer van de barok, waarbij elk stuk een min of meer gesloten eenheid vormt op basis van één muzikaal idee, gaat het hier om een ontwikkelen en tegen elkaar uitspelen van thema’s. Dat maakt de klassieke periode en in het bijzonder deze laatste drie symfonieën van Mozart zo spannend.
Opgetekend door Marie Mergeay