Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Filtreren op media: 

Hamlet

Interview Marc Minkowski

De Munt - Interview Marc Minkowski

Na het imposante Les Huguenots uit 2011, zet het duo Marc Minkowski en Olivier Py hun eigenzinnige exploratie van het grote Franse repertoire uit de negentiende eeuw verder met het veel intiemere Hamlet van Ambroise Thomas. Dirigent Marc Minkowski vertelt over een van de weinige werken van deze componist dat zich heeft weten te handhaven dankzij een van de mooiste baritonrollen in het Franse operarepertoire.

Uw samenwerking met Olivier Py begon in Moskou, met de Russische première van Pelléas et Mélisande. Sindsdien lijkt het wel alsof jullie onafscheidelijk zijn. Hoe gaan jullie te werk?

Inderdaad, behalve Pelléas en Hamlet hebben we in nog vier andere producties samengewerkt: Idomeneo, Roméo et Juliette, Les Huguenots en Alceste. We wisselen veel uit. We zien elkaar doorgaans een jaar voor een productie, wanneer Olivier een wat preciezer idee heeft, een maquette. We kunnen het samen over heel technische aspecten hebben: zijn er dubbele bezettingen, hoe interpreteren we de rollen, welke partituur kiezen we, welke coupures zijn er mogelijk… Ik denk dat we goed overeenkomen omdat Olivier ook aandacht heeft voor de muziek, en ik voor de dramatische opbouw. We aanvaarden allebei dat sommige passages bewerkt moeten worden om te voorkomen dat de partituur ons iets oplegt dat vandaag geen hout meer snijdt.

En na het succes van Les Huguenots van Meyerbeer keren jullie beiden terug naar de Munt, voor alweer een Franse opera…

Maar we keren terug met een veel intiemer werk dan Les Huguenots! Hamlet is vooral toegespitst op de titelrol. Het is echt een werk dat je alleen maar kiest als je over een topbariton kunt beschikken. Dit project is helemaal opgebouwd rond Stéphane Degout, die de rol van Hamlet echt op het lijf geschreven is. Ik weet niet of er in het Franse operarepertoire een andere baritonrol bestaat die zo goed geschreven is. Misschien zijn er wel andere werken van Franse componisten die voorrang zouden mogen krijgen op Ambroise Thomas, maar je moet toegeven dat in Hamlet als het ware een wonder geschiedt dankzij de architecturale constructie van de partituur, die daardoor heel interessant wordt.

Ambroise Thomas is geen bijzonder bekende componist. Welk belang heeft hij in de muziekgeschiedenis? Hoe zou u zijn oeuvre omschrijven?

Ik denk dat de positie van Ambroise Thomas in de muziekgeschiedenis – tussen Charles Gounod, Hector Berlioz en Jules Massenet – verklaart waarom zijn talent tussen die drie grote namen wat verstikt is. Maar hij heeft toch de verdienste twee meesterwerken te hebben geschreven: Hamlet en Mignon. De teksten van Shakespeare en Goethe zijn natuurlijk uitstekende uitgangspunten voor een opera. En omdat deze opera’s ook grote rollen bevatten voor bariton en lyrische mezzosopraan, wat in de Franse opera vrij zeldzaam is, hebben ze zich tot vandaag op het repertoire weten te handhaven. Dit in tegenstelling tot Thomas’ andere scenische werken, die in vergetelheid zijn geraakt.

Hoe verklaart u dat er in de tijd van Ambroise Thomas in de operawereld een echte fascinatie voor literaire onderwerpen heerste?

In Frankrijk werd Shakespeare vaak opgevoerd in het Frans, en soms zelfs in het Engels. Het is bekend welke indruk de vertolkingen van de actrice Harriet Smithson als Juliette en Ophelia hebben gemaakt op Hector Berlioz, die haar aan het werk had gezien in verschillende stukken van Shakespeare. En dan is er ook de Duitse traditie, waar Felix Mendelssohn een belangrijke rol speelde, die ook Franse componisten heeft geïnspireerd om literaire wegen te verkennen.

Emmanuel Chabrier zou gezegd hebben ‘Ik ken drie soorten muziek: goede, slechte, en die van Meneer Ambroise Thomas’…

Ambroise Thomas is in ieder geval een degelijke vakman, wat onregelmatiger dan andere artiesten, maar hij stond op het kruispunt van heel interessante invloeden. Met Hamlet heeft hij het geluk en het inzicht gehad om een goed thema te kiezen, en de vooruitziendheid om een van de mooiste baritonrollen van het Franse repertoire te schrijven. Als de hoofdrol in Les Contes d’Hoffmann voor bariton was gebleven, zoals Offenbach aanvankelijk voor ogen had, was het helemaal anders gelopen. En als Werther in plaats van bewerkt voor bariton meteen voor bariton was gecomponeerd, stond het er ook helemaal anders voor, maar dat is nu eenmaal niet gebeurd. In Hamlet zit bij Thomas ongeveer alles perfect. En de orkestratie bevat zelfs heel boeiende effecten, heel mooi en heel eenvoudig, zoals het inzetten van een saxofoon of trombone die een geest symboliseren, of het gebruik van het begeleid recitatief, wat doet denken aan de declamatie in de opera’s van Gluck.

Voor deze reprise in Brussel zijn de meeste zangers nieuw. Is het een gelegenheid om de vertolking van sommige rollen anders aan te pakken?

Misschien… Zo zal de rol van Claudius vertolkt worden door Vincent Le Texier, een bas-bariton en geen diepe bas zoals gewoonlijk het geval is. Het is een dubbelzinnige tessituur, heel lang, die absoluut een donkere stem vereist, en ik denk dat Vincent perfect aan die omschrijving beantwoordt. Onze twee vertolksters van Reine Gertrude, Jennifer Larmore en Sylvie Brunet- Grupposo, zijn perfecte opera-mezzo’s. De twee zangeressen voor Ophélie, Lenneke Ruiten en Rachele Gilmore, zijn lichte sopranen, met in het geval van de eerste het bijzondere facet dat ze op de grens staat van lichte en lyrische sopraan, wat perfect is aangezien de rol van Ophélie beide elementen omvat, alsook een combinatie van lyriek en virtuositeit. Ophélie is niet alleen een nachtegaal, maar ook een ongelofelijk melancholische figuur. Onze Laërte, Rémy Mathieu, is een heel jonge Franse lyrische tenor met een grote toekomst, ideaal voor deze kleine maar tegelijk belangrijke rol. Ik denk dat Lenneke Ruiten, Rachele Gilmore en Rémy Mathieu heel interessante ontdekkingen worden. Het zijn geen artiesten die je vaak op operascènes aan het werk zien, noch in Europa noch daarbuiten, en dat is een troef voor deze productie. Franco Pomponi is eveneens een fantastische zanger, die voor mij de rol van Escamillo heeft vertolkt in een uitvoering van Carmen een paar jaar geleden.

Welke andere componist zou u vandaag graag door het grote publiek laten herontdekken?

Ik denk dat we Meyerbeer de plaats moeten blijven geven die hem toekomt: die van de grootste operacomponist van de negentiende eeuw, en dat we hem moeten blijven hernemen. Ik denk maar aan Robert le Diable, aan Le Prophète… Volgend jaar wordt de honderdvijftigste verjaardag van zijn overlijden herdacht. Een goede gelegenheid om hem wat meer eer te betonen!

Bekleedt de negentiende-eeuwse Franse opera een bijzondere plaats in uw repertoire?

Neen, niet echt. Er zijn ook Mozart, Wagner, Verdi… Dankzij de Trovatore die ik twee jaar geleden in de Munt heb gedirigeerd, geld ik nu als een mogelijke kandidaat voor dat repertoire. Volgend seizoen ga ik voor het eerst La Traviata dirigeren in Covent Garden. Ik ben de Munt heel dankbaar dat ze mij de kans heeft gegeven om mij in dat repertoire te bewijzen. Peter de Caluwe heeft altijd de moed gehad om nieuwe uitdagingen voor te stellen, door artiesten te steunen die andere repertoires verkennen of door projecten op te starten die van tevoren onmogelijk leken, zoals Les Huguenots.

Opgetekend door Marie Goffette

article - 1.11.2013

 

Hamlet
Opera

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
Keep the
lights on!