Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Filtreren op media: 

Jenůfa

Interview Alvis Hermanis

De Munt - Interview Alvis Hermanis

Het verhaal van Jenůfa en haar stiefmoeder, de kosteres, speelt zich af tegen de achtergrond van een besloten, traditionele gemeenschap. Rivaliteit, jaloezie en soci- ale controle ontaarden in de moord op een buitenechtelijk en onschuldig kind. De Letse regisseur Alvis Hermanis, die tot voor kort enkel theater regisseerde, maakt met Leoš Janáčeks derde opera zijn Muntdebuut. Een gesprek over schoonheid in het theater en in de opera, en over de achtergronden van zijn regieconcept.

Is het de eerste keer dat uw werk in België te zien zal zijn?

Ik was al eens te gast op het Kunstenfestivaldesarts, maar dat is heel lang geleden…

Uw roots liggen in het theater... Wat bracht u dan naar de opera?

Ik had opgevangen dat operaregisseurs beter werden betaald! (lacht) Om dan te moeten ontdekken dat het niet waar is... toch niet als je, zoals ik, op het hoogste niveau in de Duitstalige theaterwereld hebt mogen meedraaien. nee, serieus, er zijn wel degelijk verschillende redenen. Wat mij in de opera aantrekt is de scenografie: ik wil een verhaal en muziek visu- aliseren. Daarin schuilt voor mij de grote uitdaging. en verder voel ik een grote ‘honger naar schoonheid’. en laat nu juist in het hedendaagse teksttheater dit esthetische component zo goed als afwezig zijn.

Waarom zou schoonheid niet mogelijk zijn in het theater?

Goeie vraag! Honderd of zelfs nog vijftig jaar geleden was dat anders – vandaag verwacht niemand nog dat ‘schoonheid’ een plaats heeft in het theater. niet schoonheid in de ironische zin van het woord, maar schoonheid als esthetische categorie. Soms krijg ik het gevoel dat het orgaan om schoonheid te ervaren ‘geamputeerd’ is in het moderne teksttheater. In de muziek daarentegen kan je er niet aan ontsnappen; wat we muziek noemen is architectuur, vorm – het heeft te maken met harmonie en is op dat punt syno- niem voor schoonheid. De kwaal van het hedendaagse teksttheater is dat het volledig is toegespitst op het statement, de inhoud, op de socio-politieke bood- schap – wars van elke esthetica. er zijn natuurlijk uitzonderingen. een prachtig voorbeeld daarvan is Romeo Castellucci, die obsessief bezig is met schoon- heid. Maar in het algemeen gedragen de theaterregis- seurs van vandaag zich vaker als politiek activisten dan als kunstenaars.

Hoe situeert u zichzelf daarin? U hebt de reputatie een regisseur te zijn die het hyperrealisme opzoekt, die op documentaire manier te werk gaat, focussend op de sociale realiteit. Is dat niet politiek?

Het hyperrealisme is maar één kant van mijn werk, maar over het politieke wil ik dit wel kwijt: ik ben afkomstig uit Oost-europa en behoor tot een gene- ratie die een zekere allergie heeft ontwikkeld tegen alles wat ruikt naar ‘politieke’ kunst. Ik heb de over- gang van het communisme naar het kapitalistme meegemaakt en geleerd dat er fundamenteel niets is veranderd. Kunst is een te complex en subtiel instrument om gebruikt te worden ter verbetering van socio-politieke omstandigheden. Daarom ben ik momenteel zo geobsedeerd door opera, omdat ik me inbeeld dat het een enorme vrijheid laat – als was het een andere werkelijkheid. Op een bepaalde leeftijd is het bovendien goed om eens van richting te veran- deren. Ik ben nu achtenveertig en als operaregisseur een beginneling. Toch heb ik besloten om de vier komende seizoenen uitsluitend opera te regisseren. Dat voelt alsof ik een nieuw leven aanvat!

Hoe gaat u te werk bij het bepalen van wat u regisseert?

In opera gaat het er anders aan toe dan in het thea- ter: operaregisseurs bevinden zich niet in de posi- tie om zelf projecten te bedenken, maar ik kan wel verschillende projecten tegen elkaar afwegen. In het teksttheater is de regisseur de baas. Wat dan weer een grote eenzaamheid met zich mee brengt. In opera ben je niet eenzaam, want er is de muziek! en de muziek heeft een structuur die gerespecteerd moet worden. Dit is allemaal nieuw voor mij en tot hiertoe vind ik het geweldig. Momenteel bereid ik als derde opera Così fan tutte voor en Jenůfa zal dus mijn vierde operaregie zijn.

Daarnaast noemt u zichzelf ook ‘ouderwets’?

Ja, en met trots! Ik ben redelijk ‘old school’. In de komende jaren ga ik me met uiteenlopende projec- ten bezighouden: Verdi, Puccini, Berlioz, Wagner... Iedere keer probeer ik me eerst te verdiepen in de historische context waarin de partituur ontstond. Ik geloof echt dat de klanken die wij ‘muziek’ noemen, bepaald worden door de tijd en de plaats waarin ze werden geschreven. Maar er is een verschil tussen doorgronden en representeren. Ik heb het hier over de geest van een werk, niet zozeer de exacte repro- ductie ervan met accessoires, kostuums enzovoort. Ik wil begrijpen hoe de muziek van onder de huid van de mensen komt. Het gaat erom de ‘code’ van elke tijdsperiode te vinden. Dat is mijn vertrekpunt, maar dat neemt niet weg dat de scenische vertaling ervan volstrekt modern kan zijn. Voor Jenůfa heb ik een soortgelijke aanpak gevolgd. Om Janáčeks muziek te begrijpen ben ik onder meer naar Moravië gereisd, naar de afgelegen dorpen waar hijzelf, op het einde van de negentiende eeuw, de lokale muziektradi- ties ging bestuderen. Wat mij fascineert in zijn muziek, is dat ze zich op het knooppunt van modernisme en etnografie bevindt. Dat vormde een eerste aspect van ons concept: in het begin van de twintigste eeuw stond het moder- nisme in de muziek en in de plastische kunsten niet afkerig van etnogra- fie. Integendeel, folklore en tradities vormden er de grootste inspiratie- bron van. Denk maar aan de Ballets Russes van Diaghilev. en Jenůfa illustreert ook diezelfde beïnvloeding en ver- smelting. een ander goed voorbeeld van het modernisme in die tijd was de Tsjechische variant van de art nouveau – met Mucha als belangrijk- ste exponent. De extreme verfijning van deze belle epoque-stijl die de bloem als een belangrijk motief hanteerde, komt voor mij overeen met Janáčeks esthetica – bijna als ondraaglijke schoonheid. De Moravische dorpscultuur, en meer bepaald de traditi- onele, exuberante kostuums van die regio, en de Tsje- chische art nouveau vormen de twee invalshoeken van ons concept. We willen aantonen dat ook vandaag nog traditie en modernisme (samen met hightech snufjes) hand in hand kunnen gaan. Het gaat daarbij nooit om een letterlijke vertaling. Voor de kostuums bijvoorbeeld gaat het niet om een exacte reproductie van de traditionele klederdracht, maar wel om een herinterpretatie ervan, gebaseerd op de fenomenale rijkdom aan details en de ambachtelijkheid ervan. Ik ben trouwens nog sterk onder de indruk van mijn bezoek aan de kostuumateliers van de Munt en over het vakmanschap dat daar aanwezig is! In het decor zal het werk van de videokunstenares Ineta Sipunova ons helpen om muziek te vertalen in beweging, in ornament. In de acteerstijl en de choreografie zal een abstracte en expressio- nistische lichaamstaal voorop staan, waarbij het corps de ballet, in de choreografie van alla Sigalova, als een soort van bewegend ornament zal ingezet worden.

Waar gaat Jenůfa voor u over?

Daar was ik al bang voor, voor deze vraag... er wordt altijd gezegd dat operalibretti zo onsa- menhangend zijn. Maar volgens mij moet je een operalibretto benade- ren als een metafoor van iets groters, iets diepers. Het verhaal van Jenůfa is dan een vertelling van de pijn en de opoffering die nodig zijn om geluk- kig te worden. Zo werkt het leven; pijn en geluk komen samen, dat zie je op het einde van de opera. Ik denk niet dat er veel meer achter zit dan dat. Sociaal drama zie ik er absoluut niet in. Maar het verhaal is goed geschre- ven! Je kan het je gemakkelijk voorstellen als een Bergman-filmscenario, of een typisch Ibsen-stuk. natuurlijk heersten er honderd jaar geleden erg strikte regels – maar we hoeven ons vandaag niet bezig te houden met de moraal van toen, met het voorval dat in een Moravisch dorpje het kind van een vrouw werd opgeofferd opdat deze vrouw met een andere man zou kunnen trouwen. Ik vind het zinvoller om het als een poëtische metafoor op te vatten.

U vermeldt zelf het einde van de opera...

Het einde is positief, nee? De muziek suggereert dat toch... er zijn beroemde producties waarin Jenůfa op het einde haar ondergang tegemoet gaat. Zelf geloof ik dat ze finaal wel geluk vindt, maar dat de prijs daarvoor erg hoog was.

Opgetekend door Marie Mergeay

article - 10.12.2013

 

Jenůfa
Opera

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
culturele
black-out