MyMM: video's, foto's, artikels

 
De Munt - No! Nej! Nein! HET! Non! Não! Nee!

No! Nej! Nein! HET! Non! Não! Nee!

“Something is rotten in the state of…” Dit bekende citaat uit Shakespeares Hamlet is vandaag op vele naties, volkeren en zelfs hele continenten van toepassing. Er is duidelijk iets mis met onze wereld, en niet enkel op ecologisch of economisch vlak: ook aan het morele en humanitaire fundament van onze mondiale samenleving kan best wat ten goede veranderen.

Een eeuw geleden begon de burgerlijke moraal te wankelen en werd het toen geldende negentiende-eeuwse romantische ideaal door revoluties onderuit gehaald. In hoeverre we nog schatplichtig zijn aan deze ontwikkeling is een erg actuele overpeinzing; het lijkt me dat de aankomende verjaardag van ‘den Grooten Oorlog’ ons hierover mag doen mijmeren. Mijn idealistische overtuiging, dat we vele decennia later opnieuw dichter bij de redelijke verlichtingsidealen zouden staan dan bij die van de burgerlijke fatsoenridders, wordt steeds vaker aan het wankelen gebracht.

Emancipatie, secularisering en universalisme, enkele van de essentiële verwezenlijkingen van de achttiende eeuw en tot voor kort nog een onvervreemdbaar deel van onze leef- en denkwereld, blijken steeds minder efficiënt als tegengif tegen conservatisme, sociale ongelijkheid en bigotterie.

De verlichte denkers beschouwden de mens als van nature goed, autonoom en onafhankelijk; ze pleitten voor een universele moraal die kon gelden voor het handelen van álle mensen en onafhankelijk was van godsdienst of politiek systeem. Door onderwijs en cultuur werd tolerantie verheven tot hoogste goed ter bevordering van de eigen individuele ontplooiing. Hoe anders is het vandaag gesteld… Aan de zin van cultuur wordt openlijk getwijfeld, de middelen voor onderwijs worden gereduceerd, de sociale emancipatie is nagenoeg stilgevallen.

Voeg bij dit alles het gevoel van onbehagen dat door de financiële en economische crisis wordt veroorzaakt en je komt vanzelf bij de vaststelling dat er in de westerse wereld een langzame teloorgang van de democratie plaatsgrijpt, een evolutie waarover een kleine groep de regie voert en waar de rest van de bevolking zich het slachtoffer van voelt. Het is precies tegen deze zich herhalende tendens dat toen én nu gerebelleerd wordt.

Het is helaas des mensen, en het is van alle tijden. Mozart wees ons al op deze wetmatigheid; in zijn opere serie, en dan vooral La Clemenza di Tito, spreekt hij over universele waarheden die voor machthebbers van vandaag als spiegel én als les kunnen gelden. Ook Gluck streefde met zijn reformopera’s naar een hervorming van de extraverte barokopera en wenste naar de essentie terug te keren door bekende mythes in al hun eenvoud neer te zetten: zijn uitgesproken ‘menselijke’ Orfeo ed Euridice betekende destijds een ware revolutie. De ene componist wenste via de inhoud verandering te stimuleren, de andere via de vorm.

Wij zijn verheugd u van elk van deze verlichte tijdgenoten een sterk project te kunnen aanbieden: Mozarts La Clemenza di Tito komt op het programma in een nieuwe productie onder leiding van onze chefdirigent Ludovic Morlot en in een enscenering van Ivo van Hove en Jan Versweyveld. Naar aanleiding van de driehonderdste verjaardag van Ritter von Gluck stellen we een tweedelig project voor waaraan naast de Munt ook de Wiener Festwochen zal deelnemen. In de ongetwijfeld spraakmakende visie van Romeo Castellucci zullen op die manier, binnen een tijdspanne van één maand, twee verschillende versies van Glucks Orfeo/Orphée (de Weense versie en de Parijse versie) aan het publiek worden voorgesteld. Een metafysische queeste over het mysterie van de overgang van het leven naar de dood.

In een nieuwe productie van Ambroise Thomas’ Hamlet – gedirigeerd door Marc Minkowski en in regie van Olivier Py (het succesteam van onze ‘Productie van het Jaar 2011’ Les Huguenots) – roept de titelheld op tot trouw aan een ideaal. Hamlet, die steevast als rebel wordt geportretteerd, verzet zich de facto enkel tegen het verraad en de alliance van diens moeder met de broer van zijn vermoorde vader; hij is onvoorwaardelijk trouw aan de vaderfiguur, weigert een dubbele moraal te accepteren en revolteert.

Net als in Mozarts La Clemenza di Tito – waarin diens vertrouweling Publio de wijze woorden spreekt: “Hij die niet weet wat het inhoudt ontrouw te zijn, merkt pas laat het bedrog. Het is geen wonder dat een trouw en eervol hart gelooft dat alle andere harten evenmin in staat zijn tot ontrouw.” – blijkt ook hier dat humanistische denkers in hun grootmoedigheid vaak ontgoocheld werden of zich in de rug gestoken voelden. Helaas bereidt het leven ook voor hen onvoorziene wendingen waarbij in het geval van keizer Titus op een onnavolgbare wijze pardon wordt verleend… Hamlet is, net als Sextus, een nobele ziel. Wij kunnen niet anders dan empathie opbrengen voor hun nochtans verkeerde daden.

Victor Hugo’s Le Roi s’amuse diende als basis voor Verdi’s Rigoletto; de nar is hier de spreekbuis voor de onverhulde kritiek aan het adres van het hof: “ Uw moeders prostitueerden zich bij de lakeien / Jullie zijn allemaal bastaards…” Het is geen wonder dat het stuk indertijd verboden werd en dat het Verdi aanzette om er een opera rond te componeren, de eerste uit zijn populaire trilogie waaruit we u in vorige seizoenen Il Trovatore en La Traviata presenteerden. Ook hij diende, omwille van de alomtegenwoordige censuur, de locatie te wijzigen van het Franse hof naar de niet langer bestaande entourage van de hertog van Mantua… Rigoletto wordt gedirigeerd door maestro Carlo Rizzi in een regie van Robert Carsen.

De brief die Victor Hugo schreef naar aanleiding van de annulatie van diens Roi s’amuse door de overheden, doet me overigens denken aan een actuele polemiek: “Er werd me gemeld dat een deel van de edelmoedige schoolgaande jeugd van plan is om zich vanavond naar het theater te begeven om er de vertoning van Le Roi s’amuse te eisen en krachtig te protesteren tegen de ongehoorde arbitraire daad waarvan dit werk het slachtoffer werd. Sta me toe dat ik de vrienden van de vrijheid van de kunsten en van het denken smeek om zich te weerhouden van een gewelddadig protest dat misschien wel tot oproer zou kunnen leiden waar de overheid al zo lang naar op zoek is.” Theater als aanleiding tot rebellie, dan wel als forum voor discussie: het is van alle tijden.

Theater is tevens de basis voor een participatieve democratie. In theaters creëert men betrokkenheid, een gevoel van samenhorigheid; het gemeenschapsgevoel dat men er beleeft, kan motiveren om toleranter te zijn en vanuit die sensatie opnieuw, beetje bij beetje, aan meer harmonie te werken.

Het voorliggende programma roept, enigszins badinerend wellicht, op om op een sympathieke en vreedzame wijze te rebelleren tegen alles wat ons als mens weerhoudt te evolueren, te groeien, te leren uit onze fouten en die van vorige generaties. We kunnen er immers enkel op vooruitgaan door samen dingen onder ogen te zien, problemen niet onbesproken te laten omwille van een of andere moraal, geloofsovertuiging of sociaal-politieke visie. De geschiedenis bewijst ons nu meer dan ooit dat we vastlopen met deze denkwijzen. Het burgerlijk-belerende vingertje creëert enkel frustratie, religieus fundamentalisme zet mensen tegen elkaar op, nationalisme duwt ons in de verdediging tegen alles wat anders is, gebrek aan educatie en onderwijs creëert generaties die noch roots noch geschiedenis hebben… Het is mijn wens dat kunst in het algemeen en opera in het bijzonder onze kritische houding ten aanzien van de geschiedenis mogen stimuleren als een van de basisvoorwaarden voor een gezonde democratie.

Het parool is er dan ook een van verzet. NO! in welke taal u het ook wenst. Neen tegen alles wat ons beperkt, tegen alles wat ons dwingt, tegen alles wat ons in hokjes duwt, tegen alles wat ons discrimineert, kleineert, desinformeert. En dat doen we met de hulp van titels, componisten, tekstschrijvers én vertolkers die om dezelfde reden een vuist willen maken. Verdi, Mozart en Gluck uiteraard, Shakespeare en Victor Hugo eveneens, maar ook artiesten van vandaag. Alain Platel bijvoorbeeld die met zijn fenomenale productie C(H)ŒURS de Indignados een stem wenst te geven en hiervoor de best denkbare hommage brengt aan twee genieën die exact tweehonderd jaar geleden werden geboren: Verdi en Wagner, beiden grote revolutionairen in de muziekgeschiedenis maar ook in het denken over de macht van muziek.

Met Alvis Hermanis introduceren we, zoals elk jaar, een nieuwe regisseur in de Munt; hij zal samen met Ludovic Morlot Jenůfa voor het voetlicht brengen, een van Janáčeks meest geliefde titels over een jonge vrouw die zich afzet tegen het sociale isolement en de morele bekrompenheid.

De wereldcreatie voor dit seizoen is van de hand van Philippe Boesmans. Met Au monde, een opdrachtwerk van de Munt, levert hij zijn zesde opera af. Hij werkt dit keer samen met een nieuwe partner, de Franse auteur en regisseur Joël Pommerat wiens theatertekst aan de basis van de nieuwe opera ligt. Het stuk verhaalt over een familie met donkere geheimen en diepe afgronden die door de terugkeer van de rebelse zoon Ory opgerakeld worden. Tegelijk met de creatie van deze nieuwe opera in de Munt presenteren we het originele theaterstuk van Pommerat in het Théâtre National.

Ook in Rossini’s laatste opera Guillaume Tell en in Beethovens tijdloze Fidelio hebben we met onversneden revolutie te maken. Beide werken komen op de affiche in concertante vorm onder muzikale leiding van respectievelijk Evelino Pidò en Jérémie Rhorer. Deze laatste opent ons zeer sterke concertseizoen met Beethovens Egmont, over de opstandige graaf die op de Brusselse Grote Markt werd terechtgesteld. Bijzondere aandacht gaat naar Stravinsky, Sjostakovitsj en Britten wiens grootse War Requiem op het programma staat – zowel een aanklacht tegen alle oorlogen als een hommage aan de honderdjarige componist, die ook in de recitalprogrammering prominent aanwezig is.

Ik vraag bovendien graag uw aandacht voor onze Concertini, de lunchconcerten op vrijdagmiddag waarbij onze musici zich in kamermuziekensembles presenteren en waarvan de data en het programma reeds in deze brochure zijn opgenomen.

Op het vlak van dans houden we onze reputatie eveneens hoog, met onder meer een nieuwe Sacre du printemps van de hand van Sasha Waltz naar aanleiding van het eeuwfeest van Stravinsky’s meest bekende werk. Ook Anne Teresa De Keersmaeker (met maar liefst vier programma’s, waaronder een creatie), Sidi Larbi Cherkaoui en de studenten van PARTS zijn opnieuw van de partij.

Ook voor onze jongerenprojecten hebben we twee charismatische figuren uitgezocht: de feministische Thérèse in Poulencs Les Mamelles de Tirésias (een samenwerkingsproject met de European Opera Academy op basis van de bewerking door Benjamin Britten) en de legendarische Sindbad in ons nieuw Community Project, Sindbad, a Journey through Living Flames, een wereldcreatie van de hand van componistlibrettist Howard Moody.

U leest over dit alles meer in deze brochure, de opmaat voor een verregaand engagement in het volgende seizoen. Tenslotte is originaliteit en creativiteit nog steeds de beste vorm van rebellie! Daarvoor staan we samen garant, met onze medewerkers, onze inmiddels indrukwekkende familie van artiesten en uiteraard met ons trouwe publiek dat elk jaar verder aangroeit en voor volle en enthousiaste zalen blijft zorgen!

Peter de Caluwe