MyMM: video's, foto's, artikels

 
De Munt - Op zoek naar onze identiteit in verscheidenheid

Op zoek naar onze identiteit in verscheidenheid

De paradox van Socrates behelst dat de ware identiteit van het individu niet te vinden is in wat hem of haar van anderen onderscheidt, maar door wat de mensheid bindt: haar universele wezen. Echter, door de steeds toenemende complexiteit en globalisering lijkt de behoefte om ergens bij te horen, om greep te krijgen op onze onmiddellijke leefomgeving, groter te worden. Als reactie op dit universele en verbindende kosmopolitisme beleven we vandaag dan ook een opvallende tegenreactie, resulterend in een zoektocht naar het specifieke, het onderscheidende – onze identiteit.

Identiteit is enerzijds reflexief – we ontlenen ze aan de ander; wellicht is dat de reden waarom zo vele literaire werken, theaterstukken, films en opera’s de vraag naar ‘ hoe we worden wie we zijn’ behandelen. De confrontatie met de ander is immers nodig om een verhaal te vertellen, om te bestaan. Identiteit is daardoor de facto ook evolutief; ze begint bij de niet weg te cijferen basisbegrippen als familie en stamboom, gegevenheden waarmee we opgroeien en die we als onze referentie beschouwen. Maar we zijn niet enkel kinderen van onze ouders; we hebben immers de kans om een eigen individuele en kritische persoonlijkheid te ontwikkelen. Ieder voor zich geeft zijn eigen leven vorm, onze identiteit is continu in beweging.

De keuze voor identiteit als rode draad doorheen het seizoen wordt wellicht het best geïllustreerd door het magnum opus van George Enescu, de belangrijkste 20ste-eeuwse Roemeense componist: zijn opera Oedipe, waaraan hij gedurende eenentwintig jaar schreef, is het enige werk uit de operaliteratuur dat de volledige levenswandel van de mythologische koning Oedipus beschrijft, van diens geboorte tot zijn dood in Kolonos. Zijn verhaal is een welhaast ononderbroken zoektocht naar identiteit en de confrontatie met de werkelijkheid is letterlijk verblindend sterk. Na het succes van Ligeti’s Le Grand Macabre wordt dit een tweede creatie van het team Leo Hussain en La Fura dels Baus voor de Munt.

Król Roger, het hoofdwerk van Karol Szymanowski, is geïnspireerd door het amalgaam van antieke culturen rondom het mare nostrum, onze etnische wieg. De filosofischreligieuze queeste van Roger en de existentiële vragen die hij zich stelt omtrent zijn complexe persoonlijkheid, vormen de centrale drijfveer van deze flamboyante partituur. We brengen deze concertante uitvoering onder muzikale leiding van Hartmut Haenchen, als première voor ons land en tevens als openingsevenement voor het Poolse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie.

Ook in Cherubini’s Médée vinden we een smeltkroes van bloedbanden en geloof terug – een vrouw verlaat haar geboortegrond om te huwen met de held van haar dromen, de vijand van haar volk. Ze neemt zijn nationaliteit en zijn geloof aan om zich vervolgens door hem verraden en verlaten te weten. Haar wraak is des te gruwelijker, zoals de fenomenale Muntproductie van Christophe Rousset en Krzysztof Warlikowski aantoont. Nadja Michael en Kurt Streit zijn opnieuw van de partij in de zowel emotioneel als vocaal veeleisende hoofdrollen.

Salome is ongetwijfeld één van de prototypes van de femme fatale – een ambivalente figuur, enerzijds een tedere en naar oprechte intimiteit smachtende jonge vrouw, anderzijds een borderline-loeder met een incestueuze stamboom. Ze heeft een verkniptepersoonlijkheid en kan zichzelf enkel bewijzen door te eisen dat Jochanaan sterft, omdat hij haar vrouwelijkheid en haar afkomst heeft beledigd. Strauss’ Salome wordt gepresenteerd in een enscenering van Guy Joosten met Carlo Rizzi als dirigent en een aantal veelbelovende roldebuten.

Rusalka oefent als 'nymphe fatale' dan weer zonder het te willen een enorme aantrekkingskracht uit op de prins, die haar ertoe aanzet haar wonderlijke onderwaterwereld te verlaten. Door mens te worden verliest zij niet enkel haar spraak, maar eveneens haar illusies. Wanneer de terugkeer naar haar herkomst afgesloten blijkt, rest haar niets dan troosteloos verdriet. De bedwelmende productie die Stefan Herheim in 2008 realiseerde, staat opnieuw op de affiche met een vernieuwde cast onder leiding van Ádám Fischer.

In een ander sprookje, Perraults Cendrillon, is het eveneens de ontmoeting met de ‘prince charmant’ die bepalend is voor de bestemming en dus de identiteit van de arme Assepoester – van anoniem sloofje evolueert ze tot koninklijke hoogheid... Laurent Pelly regisseert de eindejaarsproductie van Massenets Cendrillon die muzikaal is toevertrouwd aan Muntdebutant Alain Altinoglu. Eerder dit seizoen coproduceren we met het Théâtre National de nieuwe theaterproductie Cendrillon van de Franse succesauteur en -regisseur Joël Pommerat.

Diezelfde Pommerat verhaalt in de Belgische creatie van Thanks to my Eyes over een zoon die het talent van de vader nastreeft maar dit geenszins bezit – talent is immers niet erfelijk. Het is vaak hard om dat onder ogen te moeten zien, zowel voor ouders als voor kinderen. Dit meesterwerk van Joël Pommerat werd door de auteur zelf tot operalibretto herwerkt en door de jonge componist Oscar Bianchi op muziek gezet. Het stuk gaat in première in de zomer van 2011 op het Festival d'Aix-en-Provence in samenwerking met de Munt.

Shakespeares Othello is nog een titelheld die worstelt met zijn identiteit, een dubbel gevecht in dit geval – hij is als Moor immers een buitenstaander in zijn publieke functie in het blanke Venetië en zet zichzelf ook privé buitenspel door zijn wantrouwen ten overstaan van zijn hondstrouwe echtgenote Desdemona. Zijn onredelijke en verblindende jaloezie sleurt allen mee in een destructieve draaikolk. Wij brengen u Rossini’s Shakespeare-adaptatie in een concertante uitvoering met Anna Caterina Antonacci en Gregory Kunde in de belangrijkste rollen onder leiding van belcantospecialist Evelino Pidò.

Een ander voorbeeld van liefde die gek maakt, vonden we bij Ariosto’s Orlando, een figuur die vele componisten inspireerde. Niet een reeds vormgegeven identiteit, maar het zoeken naar zichzelf staat bij Ariosto centraal. Wij presenteren dit seizoen niet minder dan drie verschillende versies van dit verhaal. Centraal staat de opera seria van Handel in een nieuwe realisatie door René Jacobs en Pierre Audi, een duo dat hiermee voor het eerst zal samenwerken. Als aanvulling op deze versie dirigeert René Jacobs een concertante uitvoering van Haydns Orlando paladino in het kader van het KlaraFestival. Muziektheater Transparant en componist Jan Van Outryve baseerden zich voor de ‘derde’ Orlando op de partituren die Vivaldi aan deze emblematische figuur wijdde en maakten een voorstelling voor adolescenten die zich ongetwijfeld kunnen herkennen in de identiteitscrisis van deze passioneel verliefde, maar twijfelende jongeman.

In Verdi’s Trovatore zijn vier hoofdpersonages op zoek naar een verleden en zijn aldus veroordeeld tot elkaar – in een echte ‘who is who’ zoeken ze naar de waarheid. De ontknoping van deze claustrofobische familievete waaruit niemand kan ontsnappen, is bloedstollend. Dmitri Tcherniakov en Marc Minkowski zijn een onuitgegeven team voor deze nieuwe productie die als veelbelovend mag worden beschouwd.

Hoewel operacreatie centraal staat in onze missie wensen we u tevens te verrassen met onze hedendaagse dansprojecten en onze creatieve concert- en recitalprogrammering. Anne Teresa de Keersmaeker is dit jaar te gast met het tweede deel van haar Avignonavontuur en presenteert tevens een herneming van haar fascinerende bewerking van Steve Reichs Drumming. Sasha Waltz is voor het vijfde seizoen op rij in huis, dit keer met de productie Continu, een creatie met vierentwintig dansers op muziek van Edgar Varèse, Iannis Xenakis en Claude Vivier. Sidi Larbi Cherkaoui, de derde vaste waarde in de Munt, presenteert een avond met duo’s waarin onder meer Faun, een ode aan Claude Debussy, is opgenomen. Uw speciale aandacht vragen we voor de tweede editie van danceXmusic, een stimulerende samenwerking tussen solisten uit het Muntorkest, de nieuwe choreografische talenten en dansers van P.A.R.T.S. en jonge zangers uit de Operastudio van de Muziekkapel Koningin Elisabeth die ons dit keer werk brengen uit het 19de-eeuwse kamermuziek- en liedrepertoire.

Dit jaar beginnen we een nieuwe concertcyclus gewijd aan Claude Debussy, wiens 150ste geboortejaar in 2012 wordt gevierd. Vier concertprogramma’s nemen composities van hem op met dirigenten Patrick Davin, Susanna Mälkki en Pierre Boulez; zijn naam duikt tevens op in de dans- en recitalprogrammering. Ook Beethoven staat op het programma in uiteenlopende uitvoeringen door Christophe Rousset en Ludovic Morlot. Carlo Rizzi zet zijn Tsjajkovskicyclus verder en Hartmut Haenchen brengt de laatste drie symfonieën van Mozart. Een bijzonder Requiemprogramma rondt deze concertserie af: Leo Hussain dirigeert werken van Kancheli, Sjostakovitsj en Penderecki, composities ter nagedachtenis van drie door de mens veroorzaakte catastrofes gedurende de twintigste eeuw.

Onze recitals brengen grote cycli als Die schöne Magelone met Christian Gerhaher of Schumanns Liebeslieder met een prachtig vocaal kwartet; hoogst originele avonden door Sophie Karthäuser met een programma rond Verlaine of nog Anna Caterina Antonacci die ons van 'barocco' naar 'verismo' voert. Elzbieta Szmytka verrast ons met een integraal Pools recital en Sandrine Piau brengt hulde aan Rameau. Twee grote namen uit het internationale Liedcircuit begroeten we inmiddels voor de tweede keer: Gerald Finley en Angelika Kirchschlager. Ook de pianisten krijgen een meer prominente rol door in verschillende programma’s eveneens solowerken uit te voeren.

Wij durven opnieuw op uw enthousiasme te rekenen en bedachten alvast enkele nieuwe voordelen voor onze abonnees! Of u nu voor een duurzame relatie met ons kiest dan wel incidenteel onze voorstellingen bijwoont, we heten u van harte welkom in ons huis van vertrouwen, waarvan de identiteit en de kwaliteit inmiddels wereldwijd erkend worden.

Peter de Caluwe

>> ontdek het seizoen 2011-2012