Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Concert

Filtreren op media: 

Taras Bulba

Interview Antonio Méndez

De Munt - Interview Antonio Méndez

Dit concert biedt een prachtige staalkaart van de Tsjechische muziek van het einde van de negentiende en het begin van de twintigste eeuw. Toen het Tsjechische nationalisme de kop opstak tegen de Habsburgse overheersing, was Bedřich Smetana een van de eersten die dit patriottisme muzikaal inhoud gaf. Met zijn cyclus van zes symfonische gedichten Má vlast, waartoe ook De Moldau behoort, bracht hij hulde aan de schoonheid van zijn vaderland. Antonín Dvořák ging verder op deze weg, maar probeerde toch meer aansluiting te vinden bij de Europese mainstream, zoals onder meer blijkt uit zijn magistrale Celloconcerto. Leoš Janáček ten slotte liet met zijn ’spraakmelodieën’ de essentie van de Tsjechische taal in zijn muzikale stijl doordringen, en drukte zo met orkestwerken als Taras Bulba, een rapsodie naar Gogol, een heel eigen stempel op de Europese muziek. Het programma van dit concert werd opgesteld door dirigent Gerd Albrecht die om gezondheidsredenen zijn medewerking aan dit concert heeft moeten annuleren. Hij wordt vervangen door Antonio Méndez die toegestemd heeft dit uitzonderlijke en veeleisende programma te behouden.

U heeft tot nu toe bij verschillende gelegenheden werk van Tsjajkovski en Dvořák gedirigeerd. Wat trekt u aan in de romantische muziek?

Het romantische repertoire interesseert me bijzonder. Muzikaal voel ik me een Duitse adoptiefzoon: het Duitse repertoire – en bij uitbreiding Dvořák, Tsjajkovski en de hele late romantiek – is me zeer vertrouwd. Recent dirigeerde ik Dvořáks Achtste symfonie met de Los Angeles Philharmonic, zijn Zesde met het Tonhalle Orchester van Zürich en zijn Zevende in Belfast. Volgend jaar zal ik opnieuw de Zesde dirigeren, ditmaal in Moskou met het Nationaal Orkest van Rusland. Dvořák is een componist ik graag op het programma zet, bij wie ik me prettig voel… misschien omdat hij zo aanleunt bij de germaanse muziektraditie. Dvořák weet hoe hij het beste uit een orkest kan halen en elk van zijn symfonieën klinkt anders.

Wat trekt u specifiek aan in het Slavische repertoire, vergeleken met het Duitse?

Op een bepaalde manier vind ik beide repertoires heel vergelijkbaar. De vriendschap tussen Brahms en Dvořák, de twee belangrijkste exponenten van de Duitse en Slavische muziek van die tijd, is bekend. Op vlak van klank en frasering hebben ze veel gemeen. Beide streven naar een bepaald geluid: dat donkere en diepe geluid van de strijkers, dat edele geluid van de kopers. Zo zijn er bijvoorbeeld veel overeenkomsten tussen de Tweede symfonie van Brahms en Zesde symfonie van Dvořák of tussen de Brahms’ Derde en Dvořáks Zevende.

Van Smetana, Dvořák en Janáček is het onder meer bekend dat zij hun vaderlandsliefde in hun muziek hebben gegeven. Houdt u in uw interpretatie rekening met het nationale gevoel van de componist?

De muziek van een componist is intrinsiek beïnvloed door zijn taal. Zoals hij ook wordt bepaald door zijn culturele achtergrond, of zelfs het landschap van zijn land. Ik denk dat Janáček vooral door zijn onderzoek naar de Tsjechische taal verschilt van Smetana en Dvořák. Dat is de reden waarom de muziek van Janáček duidelijker wordt beïnvloed door die Tsjechische taal en cultuur. Bij het beluisteren van Jenůfa of Taras Bulba is dit niet te negeren.

U dirigeert een programma dat door een andere dirigent werd opgesteld. Hoe ga je daar mee om?

Nu maestro Albrecht zijn medewerking heeft moeten opzeggen, is het mijn verantwoordelijkheid dit concert tot een goed einde te brengen. Bovenal moet ik er rekening mee houden dat het orkest gedurende de hele maand januari met Ludovic Morlot op Jenůfa heeft gewerkt. Hoewel dat een ander werk is, heeft het orkest ondertussen een eigen taal en vorm ontwikkeld om Janáček te spelen. De tijd die aan Jenůfa is besteed, is een erfgoed dat me te beurt valt. Met die basis zal ik dat proberen na te streven wat ik altijd als mijn missie zie, namelijk om binnen een samenhangend programma de eigen sonoriteit van elk componist duidelijk te maken.

Over coherentie gesproken, welk verband ziet u tussen de werken van dit concert?

Taras Bulba is het centrale stuk waaraan twee andere werken worden toegevoegd: het Celloconcerto van Dvořák en De Moldau van Smetana, ongetwijfeld een van zijn meest gevierde stukken, een stuk ook dat nauw verbonden is met de Tsjechische cultuur. Het is een zeer consistent en makkelijk te volgen traject, zowel voor het orkest als voor het publiek. Ongeacht de nationalistische inslag, is dit een zeer duidelijk en logisch programma. Elk werk erft iets van het vorige werk. Dvořák is de erfgenaam van Smetana en de centrale figuur in de laat negentiende-eeuwse Tsjechische muziek. Vervolgens is Janáček misschien wel de belangrijkste erfgenaam van Dvořák. Door Smetana, Dvořák en Janáček zo te verbinden, onthult dit programma een bepaalde generatiewissel binnen de Tsjechische muziek. Op die manier illustreert de chronologische volgorde de evolutie van de Slavische muziek in de late negentiende en vroege twintigste eeuw.

Opgetekend door Antonio Cuenca Ruiz

article - 1.2.2014

 

Taras Bulba
Concert

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
culturele
black-out