Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Opera

Filtreren op media: 

Manon Lescaut

Interview Carlo Rizzi

De Munt - Interview Carlo Rizzi

De Italiaanse dirigent Carlo Rizzi dirigeert opnieuw het Symfonieorkest van de Munt in het repertoire waarvoor hij zo gekend is: Rizzi heeft een bijzondere passie voor het oeuvre van Puccini. Manon Lescaut is voor hem een langverwachte kans. Enkele weken voor het begin van de repetities verduidelijkt hij de briljante rijkdom en de ongelooflijke theatraliteit van dit jeugdwerk van zijn landgenoot.

Wie is Puccini voor u?

Puccini staat natuurlijk centraal in het repertoire van een Italiaanse operadirigent! Een tweetal jaar geleden debuteerde ik in de Munt met La Bohème en ik verheug me erg op deze nieuwe productie van Manon Lescaut, samen met Il Trittico één van de weinige Puccini-opera’s die ik nog niet heb gedirigeerd. Het vrij weinig opgevoerde Il Trittico dirigeer ik trouwens in Kopenhagen. Mijn seizoen staat dus in het teken van Puccini.

Il Trittico staat niet vaak op de affiche, maar Manon Lescaut heeft ook niet de populariteit van La Bohème of Tosca. De ontstaansgeschiedenis ervan was niet gemakkelijk…

Bij elke componist zijn er opera’s waarbij de muziek ‘als vanzelf’ vloeit en die je van bij de eerste tot de laatste noot meeslepen. La Bohème en Tosca vallen in die categorie. Manon Lescaut is een opera die Puccini veel herwerkt heeft, net als Madama Butterfly en nog later Turandot. Qua ‘muzikale vanzelfsprekendheid’ bevindt Manon Lescaut zich ergens in het midden: sommige delen zijn zeer vrij, zowel wat de muziek als wat de handeling betreft; maar er zijn andere passages, en dan denk ik vooral aan het tweede bedrijf, die iets moeilijker tot leven te brengen zijn. Natuurlijk bevat dit tweede bedrijf fantastische momenten, zoals Manons “In quelle trine morbide”, maar ik heb het gevoel dat Puccini iets meer moeite had om de leugenachtige, onechte wereld waarin Manon zich op dat moment bevindt, op te roepen. Dat heeft zeker ook te maken met de wereld van achttiende-eeuwse galanterieën die hij daar oproept aan de hand van gestileerde vormen als het madrigaal en het menuet.

Puccini heeft het zich niet gemakkelijk gemaakt door het verhaal in vier losse bedrijven te vertellen; hij wilde vertrekken vanuit een ander stramien dan Massenet in zijn Manon-opera. Is dat bepalend geweest?

Met uitzondering van Il Trittico (dat uit drie verhalen bestaat) en zijn tweede opera Edgar vertonen de meeste opera’s van Puccini een grote temporele continuïteit: in La Bohème en in Turandot vormen de eerste twee bedrijven een eenheid, in Butterfly zijn dat het eerste en het derde bedrijf, Tosca vindt als het ware plaats op één dag… Manon Lescaut is de enige van Puccini’s opera’s waar de vier bedrijven los van elkaar staan, zowel in tijd als in plaats. De enige vorm van “continuïteit” wordt opmerkelijk genoeg geleverd door het (symfonische) intermezzo tussen het tweede en het derde bedrijf. In Manon gaat Puccini – bewust of onbewust – duidelijk anders te werk. Werd het ingegeven door het feit dat hij iets anders wilde doen dan Massenet? Of lag het aan het libretto, waaruit de passage is weggelaten waarin Manon en Des Grieux samenleven, vooraleer zij bij Geronte intrekt? Ik heb geen sluitend antwoord. Maar of de redenen nu muzikaal of dramaturgisch zijn, de ‘flow’ wordt vaker onderbroken dan in zijn andere opera’s.

Dit vele herwerken van het libretto en de partituur, wat vertelt ons dat over Puccini?

Hier wil ik graag een lans breken voor Puccini! Al te vaak wordt hij enkel geapprecieerd omwille van zijn mooie melodieën, en daaruit is het vooroordeel gegroeid dat hij een oppervlakkig, gemakkelijk componist zou zijn. Dat Puccini eindeloos bleef herwerken en orkestreren, wijst er op dat hij integendeel diep wilde graven. Hij was begiftigd met een talent om sublieme melodieën te componeren, maar dat zou zich niet tegen hem mogen keren. Als dirigent heb je maar naar de orkestratie van zijn opera’s te kijken om een schat aan wonderen te ontdekken. Je voelt hoe hij zoekt, hoe hij experimenteert met timbres…

Recente Puccini-studies hebben die kritiek gelukkig getemperd, hoewel het vooroordeel blijft opduiken. Voor een werk als Manon Lescaut, dat bol staat van de mooie melodieën, is het dus van belang om ook de andere kwaliteiten van de partituur te benadrukken?

Het is inderdaad een fenomenaal rijke partituur, zelfs zonder de vocale partij. Puccini was in vergelijking met andere Italiaanse componisten van zijn tijd veel vooruitstrevender. Hij schreef niet louter vocale partijen met begeleiding: alles was bij hem vervlochten. Natuurlijk zijn er passages waar het orkest slechts een begeleidende rol heeft, maar op vele andere plaatsen wordt het drama werkelijk gedragen door het orkest. Daarom is het voor een dirigent belangrijk om een globale visie na te streven. Drama en muziek zijn niet van elkaar los te maken. Bovendien gaat Puccini, zoals Verdi, recht naar de essentie. Er zijn niet veel elementen die uit zijn partituur kunnen worden geschrapt, zonder de kleur fundamenteel te veranderen. Puccini’s muziek ontstond niet louter met het oog op mooie melodieën, maar vanuit het drama. En natuurlijk zijn er hierop uitzonderingen, maar voor mij is Puccini duidelijk een ‘uomo di teatro’, een echte theater-componist.

U zegt dat alles vervlochten is. Denkt u daarbij ook aan het gebruik van motieven?

Ja, Puccini maakt in deze partituur gebruik van ‘reminiscenties’, maar echte leidmotieven zou ik ze niet noemen. Het zijn eerder ‘sound memories’ die zonder woorden herinneren aan wat er gebeurde op het moment dat we een bepaalde melodie voor het eerst hoorden. Ook dit gebeurt telkens in functie van het drama.

Welk soort personages brengt Puccini in Manon Lescaut tot leven?

De personages in Manon Lescaut zijn complex en allerminst monochromatisch – en dat geldt natuurlijk in de eerste plaats voor Manon: klein meisje, volwassen vrouw, loyale zus, de geliefde die obstakels wil overwinnen of de berustende minnares… – wie is Manon eigenlijk? Ik sprak daarover met de regisseur, die deze opera als een “journey of discovery” ziet, een zoektocht naar identiteit. Ook het personage van Lescaut is complexer dan je op het eerste gezicht zou denken. Wat wil Lescaut voor Manon, en voor zichzelf? Natuurlijk wil hij in de eerste plaats geld en succes, maar er is meer aan de hand dan dat. Ook voor mij persoonlijk is Manon Lescaut nieuw. Tijdens de repetities met de zangers, en specifiek dan met Eva-Maria Westbroek, zal duidelijk worden welke aspecten van de personages we zullen benadrukken. Elke zanger is anders, en het zou dom zijn om daar als dirigent niets mee te doen.

Wat wilt u de zangers en het orkest vertellen bij het begin van de repetitious?

Ik begin de eerste muzikale repetities met de zangers al luisterend naar hun manier van zingen. Op een bepaald moment zal ik dan mijn visie op de partituur proberen over te brengen en specifieke accenten leggen. Met het orkest wil ik op dezelfde manier te werk gaan en vertrekken vanuit het ‘materiaal’ dat voorhanden is. Elk orkest is verschillend: ze hebben een sprankelende of juist een donkere klank. Ondertussen ken ik het orkest van de Munt goed en ik weet dat het heel flexibel is. Dat is essentieel voor Manon Lescaut, waarin de sfeer heel snel kan wisselen, waarin de vier bedrijven in schril contrast staan met elkaar en waarin intieme momenten voorkomen naast een bepaald ‘showgehalte’. Denk maar aan het indrukwekkende begin van de opera! Het repetitieproces is voor mij geen ‘technisch’ gebeuren, maar wel het samenbrengen van verschillende krachten, waarbij ieder vanuit zijn eigen persoonlijkheid bijdraagt, en waarbij iedereen aan het einde van de rit – hopelijk – in dezelfde richting kijkt. En daarin is zeker een belangrijke taak voor de dirigent weggelegd!

Opgetekend door MM

article - 2.1.2013

 

Manon Lescaut
Opera

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt