Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Opera

Filtreren op media: 

Die Fledermaus (in concert)

Interview Ádám Fischer

De Munt - Interview Ádám Fischer

Naast de voorstellingen van La Traviata dirigeert Ádám Fischer in de maand december ook het Symfonieorkest van de Munt in Johan Strauss’ magnum opus Die Fledermaus, een vrolijke operette over het verlangen te ontsnappen aan de dagelijkse realiteit en alle zorgen even te vergeten in de roes van de liefde en van de verleiding. Dit erg Weense stuk wordt daar traditioneel op oudejaarsavond opgevoerd, maar de onuitputtelijke melodieën en het luchtige escapisme overstijgen de lokale context en verzekeren 140 jaar na de creatie nog steeds de enorme populariteit. Samen met Guy Joosten die de enscenering verzorgt, brengt Ádám Fischer er een Brusselse versie van.

Strauss’ Die Fledermaus is de Weense operette bij uitstek, maar is dit stuk wel het vrolijke werk waarvoor het wordt aanzien? Welke thema’s raakt dit stuk volgens u aan?

Die Fledermaus zou je kunnen zien als een allegorie van de Kunst in het algemeen, omdat ze ons voor even aan de dagelijkse sleur onttrekt en ons meesleurt in een wereld van roes! In dit werk is de droom mooi en de dagelijkse werkelijkheid slecht! Alle personages proberen in dromen te vluchten en zo de dagelijkse realiteit mooier te maken of te vergeten. Het duet tussen Rosalinde en Alfred aan het begin van de eerste finale vat dit mooi samen: “Glücklich ist, wer vergisst, was doch nicht zu ändern ist!” (Gelukkig is hij die vergeet wat toch niet te wijzigen is.) Ook andere werken uit het operarepertoire snijden deze thematiek aan. Kijk maar hoe Mozarts Così fan tutte dagdroom en werkelijkheid met elkaar vervlecht… Alhoewel, misschien levert dit werk juist het bewijs dat beide helemaal niet te verzoenen zijn? Ook A Midsummer Night’s Dream vertoont een interessante parallel met Die Fledermaus. In Die Fledermaus zijn alle personages ongelukkig en vinden ze voor een ogenblik het geluk in de champagne. Noch de hogere klasse, vertegenwoordigd door Eisenstein en Rosalinde, noch de lagere klasse, met het kamermeisje Adèle, zijn tevreden met hun leven, maar de champagne verdrijft de verveling en doet het ongeluk tijdelijk vergeten. Daarna gaat het leven – dat kan je je inbeelden – weer z’n gewone gang, zoals voordien, net zo treurig, net zo frustrerend. Dit bittere einde van Die Fledermaus heeft mij steeds gefascineerd. Er is maar één gelukkig personage in dit werk: de gevangenisbewaker Frosch, een typisch Weense, volkse figuur! Dit komische personage is met alles in het reine en kent geen problemen. Alle anderen gaan ten onder aan verveling en frustratie, tenzij de champagne de deur naar een andere wereld opent, voor even…

Die Fledermaus is ontstaan in een voor rijke Weners moeilijke tijd. In 1873, onmiddellijk na de opening van de wereldtentoonstelling in Wenen, stortte de beurs in en honderden gegoede burgers waren van de ene op de andere dag geruïneerd. Vindt u deze tragische achtergrond terug in het stuk?

Ja en nee, niet in het stuk zelf, omdat Strauss Die Fledermaus reeds voor deze dramatische gebeurtenissen gecomponeerd had, maar uiteraard speelde het mee in de manier waarop het stuk door het publiek, dat de impact van deze situatie onmiddellijk voelde, werd ontvangen. Het besef plots alles kwijt te kunnen raken, versterkt het gevoel van onzekerheid en beklemtoont hoe gevaarlijk en hoe bedreigend de situatie was. En wat is er aanlokkelijker dan even uit deze situatie te kunnen ontsnappen?

Zegt dit stuk nog iets over ons en onze tijd?

Deze problematiek is van alle tijden. Ook vandaag willen we wegdromen omdat het leven niet alleen rozengeur en maneschijn is. Iedereen krijgt zijn portie ongeluk en het is de kunst dat te vergeten. Om even aan de realiteit te ontsnappen, heeft men een stukje Fledermaus-mentaliteit nodig: ga naar het bal of drink champagne (lacht).

Is dit stuk eigenlijk wel buiten Wenen op te voeren? Is het niet zo verbonden met alles wat ‘Wienerisch’ is, dat het enkel daar ten volle kan worden begrepen, al was het maar het dialect van Frosch?

Ik vrees dat dit wel een beetje het geval is… Als men in Wenen woont en leeft, en als men het Weense dialect en de plaatselijke mentaliteit kent, dan is het moeilijk om je in te beelden hoe dit kan worden geëxporteerd! Maar de muziek is zo krachtig en het stuk zo goed dat we het toch moeten proberen! Het is met andere stukken met eenzelfde moeilijkheidsgraad wel gelukt…! Vraag je bijvoorbeeld een Engelsman of Pygmalion [het stuk van George Bernard Shaw waarin het Cockney-Engels tegen de dialecten uitgespeeld wordt, vgl. de musical My Fair Lady die op dit stuk gebaseerd is] kan worden vertaald, dan zal hij ook beweren dat het onmogelijk is omdat de verschillende Londense dialecten juist het onderwerp vormen. En toch is dat stuk – met de nodige compromissen – wereldwijd opgevoerd. Zo ook met Die Fledermaus: men komt er wel, mits een aantal compromissen, en ik ben ervan overtuigd dat Guy Joosten met zijn tekstbewerking daarin zal slagen.

Geldt dit niet voor de operette in het algemeen? Is Offenbach niet evenzeer aan Frankrijk gebonden als Gilbert & Sullivan aan Engeland of Strauss aan Wenen?

Ja, bij transpositie door vertaling of door het overbrengen in een andere cultuur verlies je steeds aan betekenis. “Lost in translation”, heet dit dan. Maar zolang er voldoende kwaliteiten behouden blijven, is het de moeite waard. Ik denk dat de belangrijkste uitdaging er voor ons, regisseurs en dirigenten, in bestaat om een weg te vinden die toont dat het toch kan!

U brengt dit werk in een concertante versie. Legt u dan andere accenten dan bij een scenische versie?

Mijn opdracht bestaat erin om de muziek nog mooier te laten klinken dan in een scenische opvoering, omdat in dit geval de aandacht veel meer op soli, koor en orkest gericht is.

Benadert u een opera anders dan een operette?

Nee, dat maakt voor mij geen verschil. Ik benader een operette als Die Fledermaus, of een Singspiel als Mozarts Die Entführung aus dem Serail of Die Zauberflöte, of een opera met gesproken tekst als Beethovens Fidelio met evenveel respect. Al deze werken zijn voor een dirigent als zijn kinderen en je mag een vader eigenlijk niet vragen van wie hij het meeste houdt. Op het moment dat ik Die Fledermaus zal dirigeren, zal ik ongetwijfeld zeggen dat dit werk mij het liefst is, maar in het diepst van mijn hart weet ik dan dat ik daarmee zovele andere onrecht doe…

Wat maakt dat Die Fledermaus na bijna honderdveertig jaar nog steeds zo populair is en tot het repertoire blijft behoren?

Op de eerste plaats ligt dat aan de onuitputtelijke melodieën, maar ook aan dat escapisme. Er is niets nieuws onder de zon: het conflict dat men liever een duik neemt in de illusie dan de waarheid onder ogen te zien, heeft men dus honderdveertig jaar geleden net zo gehad als vandaag. En dan is er natuurlijk het ‘geheim’ van alle kunstwerken: dat ze fundamentele menselijke emoties en conflicten tonen. Liefde, haat, ijverzucht, nijd, vreugde… zijn basisemoties die de mensheid steeds hebben beroerd en de kunst heeft deze momenten steeds gekoesterd… Wie dergelijke cruciale momenten toont, wordt onsterfelijk. En dat doet Strauss in Die Fledermaus…!

Opgetekend door Reinder Pols

article - 26.11.2012

 

Die Fledermaus (in concert)
Opera

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
culturele
black-out