Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Opera

Filtreren op media: 

Christophe Rousset

Interview Ch. Rousset

De Munt - Interview Ch. Rousset

Kende hij de muziek van Luigi Cherubini nog slecht toen hij inging op het voorstel van de Munt om Médée te dirigeren aan het hoofd van zijn ensemble Les Talens lyriques in 2008, dan is Christophe Rousset inmiddels uitgegroeid tot een van de beste uitvoerders ervan. De reprise van Médée biedt hem de kans om zich te buigen over de schitterende maar veeleisende partituur van de Italiaanse componist, gewapend met de kennis van diens oeuvre, die hij de afgelopen drie jaar verwierf. De ondergang van Medée wordt er alleen maar verscheurender en aangrijpender door.

Hoe verhoudt u zich tot Cherubini? Welke plaats bekleedt hij in uw carrière als orkestdirigent?
In alle eerlijkheid, het is ‘de gelegenheid die de dief maakte’! Had Peter de Caluwe me dit project niet aangeboden, dan had ik me wellicht nooit met Cherubini ingelaten. Ik vond Cherubini altijd al te romantisch voor mij en vreesde dat hij mijn fysieke krachten te boven zou gaan. Het was dus echt een verrassing om me voor de uitdaging geplaatst te zien om Cherubini’s Médée te dirigeren, en vooral om er ook nog enorm veel plezier aan te beleven! Uiteindelijk bleek deze muziek veel rijker dan ik me ooit had voorgesteld en ontdekte ik door dit project in mezelf een romantische dimensie waarvan ikzelf geen weet had. Het was dus veeleer een positieve, verrijkende en verrassende ervaring.

Wat zijn de kenmerken van de muzikale taal van Cherubini en van Médée in het bijzonder?
Cherubini’s muzikale schriftuur is bijzonder doordacht. Alles is tot in de puntjes verzorgd, en de harmonische uitwerking, de orkestratie, de prosodie en de opbouw zijn allemaal ongelofelijk intelligent. We hebben hier echt te maken met een buitengewoon subtiele componist. Ik werk momenteel aan een nieuw operaproject, Les Abencérages, een ander werk van Cherubini, 16 jaar jonger, want het dateert van 1813, en het vertoont min of meer dezelfde muzikale kenmerken van intelligentie en opbouw als Médée. Cherubini was wellicht geen grapjas, dat voel je aan de ongelofelijke striktheid van zijn schriftuur. Wat in zijn muziek ook opvalt, is het doelbewust te bannen van elke melodische charme. Hij wil helemaal niet verleiden, hij wil de tekst dienen en geeft dus geenszins voorrang aan de muziek. Bij hem is het werkelijk prima le parole e poi la musica, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de werken van zijn tijdgenoot Antonio Salieri. Met deze muziek van Cherubini hebben we te maken met iets ernstigs, met iets zeer rigoureus. Hij wil de boel niet opsmukken. Uit die strakke greep komt precies de kracht voort van Médée, als een schroef die wordt aangedraaid en die muzikaal magistraal wordt uitgewerkt in dit crescendo van de verschrikking.

Médée hoort bij het genre van de opéra-comique, waarbij de zang voortdurend wordt vermengd met gesproken dialogen. Hoe ziet u die ‘muzikale pauzes’ van het orkest?
Dat is als vakantie nemen (lacht)… En gelukkig maar, want het betreft hier een uiterst zwaar werk. Ik denk dat die gesproken interventies noodzakelijk zijn om op adem te kunnen komen. Maar dat is niet altijd het geval in andere werken van Cherubini. Les Abencérages is bijvoorbeeld volledig doorgecomponeerd, er is geen gesproken tekst en de begeleidende recitatieven sluiten er onmiddellijk aan op de aria’s en ensembles, en dat functioneert ongelofelijk vlot. Maar om terug te komen op Médée, misschien heeft die gesproken tekst steeds iets wat het publiek enigszins van zijn stuk brengt, en precies daarom wou Krzysztof Warlikowski die passages herwerken en er zelfs geluid bij plaatsen, om een wat gestileerde manier te vinden om die tekst te declameren, omdat er inderdaad een soort hiaat is tussen de gesproken en gezongen taal. Het is steeds een beetje een schok om terug te keren naar de gesproken taal, alsof het een terugkeer is naar een soort trivialiteit, vreemd genoeg, terwijl de muziek enorm veel noblesse uitstraalt.

De mythe van Medea is nog steeds zeer actueel. Wat trekt er u in aan?
Het thema van Medea is bijzonder extreem… Voor mij gaat het hier vooral om afgunst, om verraden liefde. Het lijken haast bijzonder banale thema’s die ieder van ons omringen en steeds in ons weerklinken. Verder is het slot van dit verhaal onthutsend extreem en gewelddadig, wat ons van ons stuk brengt. Volgens mij zorgt dit ervoor dat het personage Medea ons al sedert de oudheid is blijven fascineren: het is een bevraging over de macht die men zich toe-eigent over bijvoorbeeld het leven van kinderen, en dat merken we helaas nog steeds bij sommige ouders. Dit personage laat ons dus nadenken over de macht over het leven en over het extreme daarvan, wat uiteraard de dood is. De afgunst en weerzin die iemand kan opwekken, en die men kan herkennen in de trekken van zijn eigen kinderen, is tevens iets wat effectief voorkomt, en dat is dus behoorlijk onthutsend. Het is een mythe die ons sterk verontrust omdat ze nog zo duidelijk in ons leeft, door wat men heeft meegemaakt en tegelijkertijd door dat verschrikkelijke en ondraaglijke slot dat ons confronteert met onze eigen eventuele monsterachtigheid. Met andere woorden, de monsterachtigheid van iemand is niet noodzakelijk manifest maar kan precies ontstaan door een extreme situatie. Ik denk dat er vele potentiële moordenaars in ons schuilen... niet noodzakelijk kindermoordenaars, maar dat is volgens mij dus het meest verontrustende aan Médée.

Is uw interpretatie van Médée gewijzigd ten opzichte van 2008?
Oh, dat zien we wel als het zover is! Ik denk het wel, maar eigenlijk weet ik het niet. Laten we stellen dat ik me in de drie jaren die me scheiden van de creatie van deze productie ben gaan bezighouden met het repertoire van de 19de eeuw en dat ik dit ook zal blijven doen. Dat zal ongetwijfeld wel zijn invloed hebben… Bij deze herneming van Médée liggen de belangrijkste veranderingen op het vlak van de aangepaste rolbezettingen. De rollen van Néris, Créon, Dircé en de twee dienstmeisjes worden ingevuld door andere zangers. Als er veranderingen in de rolbezetting zijn, heeft men al snel de indruk dat het een nieuw werk betreft, louter omdat de stemtimbres geheel anders zijn, omdat de podiumprésence en de interpretaties zo anders zijn dan wat vroeger het geval was. Ik denk dat het veeleer een voordeel is om enkele rollen anders te kunnen invullen. Dat vernieuwt de productie en zorgt zeker voor een frisse wind.

Opgetekend door Marie Goffette

article - 22.8.2011

 

Christophe Rousset
Opera

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt
culturele
black-out