La Monnaie ¦ De Munt

Interview Ludovic Morlot

De Munt - Interview Ludovic Morlot

Op het breekpunt tussen romantiek en modernisme is Claude Debussy’s Pelléas et Mélisande een werk dat zijn gelijke niet kent in het operarepertoire. De revolutionaire verhouding tussen tekst en muziek, de subtiele orkestratie, de persoonlijke vocale schriftuur en Maeterlincks poëtische ambiguïteit vereisen een wel heel bijzondere inspanning van zangers, dirigent en toehoorders. Het typeert Ludovic Morlot, de nieuwe chefdirigent van de Munt, dat hij voor zijn eerste operaproductie bij ons een allesbehalve gemakkelijke keuze maakte.

Pelléas et Mélisande is een buitenbeentje in de operageschiedenis: een op en top Frans werk dat toch veel invloeden van Wagner vertoont – speciaal dan van Tristan und Isolde en van Parsifal –, en dat met één been in de negentiende en met het andere in de twintigste eeuw staat. Wat betekent het voor u?

Dit werk is volledig uniek! Het vertoont inderdaad alle tekenen van de invloed van Wagner, hoewel Debussy dit in alle toonaarden ontkende. Die schatplichtigheid aan Wagner vinden we zelfs terug in de dood van Mélisande, die, hoewel grondig verschillend, toch aan Isoldes Liebestod refereert. Daarnaast verwerkte Debussy in de orkestpartij thema’s die veel gelijkenis vertonen met Wagners leidmotief, maar in tegenstelling tot Wagner komen die thema’s bij Debussy nooit in de vocale partijen voor. Ondanks alle invloeden is Debussy er toch in geslaagd een volledig uniek werk te componeren. Het unieke uit zich op tal van vlakken, zowel in het orkestrale als in het vocale, waarbij vooral de vocale schrijfwijze heel persoonlijk is en nog het best omschreven kan worden als een groot recitatief. Ze verleent dit werk een buitengewone poëzie. Pelléas et Mélisande is enerzijds een eindpunt van de romantische traditie, maar staat tevens aan het begin van de twintigste-eeuwse moderniteit. Pierre Boulez heeft Debussy’s Prélude à l’après-midi d’un faune – uit ongeveer dezelfde periode – bestempeld als het breekpunt tussen de romantiek en het modernisme. Ik denk dat Pelléas et Mélisande zeker ook tot die categorie behoort.

Vroeger werd Debussy gezien als een ‘impressionist’, waarbij men de klemtoon legde op het wazige en het vage. Nu bestempelt men hem liever als ‘symbolist’, waarmee men het uiterst gedetailleerde van zijn muziek meer tot zijn recht wil laten komen. Hoe interpreteert u zijn muziek?

Ik ben het volledig eens met die nieuwe visie. Ik voel veel meer voor een interpretatie van Debussy’s muziek vanuit het symbolisme. Van zijn symfonische muziek, La Mer bijvoorbeeld, merk je onmiddellijk dat die niet aanleunt bij de impressionistische schilderkunst, terwijl het streven naar precisie, duidelijkheid en helderheid opvallend is. Dit geldt zowel voor een opera als Pelléas et Mélisande die door een heel poëtische tekst wordt gedragen, als voor een zuiver instrumentaal werk. Een werk als La Mer komt volgens mij slechts tot zijn recht als het symbolistisch geïnterpreteerd wordt. Debussy heeft daarvan trouwens gezegd dat hij daarbij niet de zee heeft willen schilderen, maar wel de gevoelens die de zee opwekt. Dit leunt dichter aan bij de esthetica van Beethovens Pastorale: “Mehr Ausdruck der Empfindung als Malerei”... Debussy is haast Mahleriaans in zijn precisie van de muzieknotatie; vooral in de vocale schriftuur, op het vlak van de intervallen, is dit opvallend. Ik ben ervan overtuigd dat het werk er bij wint als je diezelfde precisie in de uitvoering nastreeft. Door die helderheid na te streven en door de versmelting van de timbres, wordt de poëzie versterkt. Wagner was een buitengewoon begaafde orkestrator, maar de subtiele orkestrale klankkleuren bij Debussy zijn minstens even vernieuwend!

Pelléas et Mélisande wordt vaak bestempeld als een werk dat “meer gerespecteerd dan geliefd” wordt. Hoe ziet u dat?

Dat is een feit. Zelfs al koestert men er liefde en respect voor, het blijft een kunstwerk dat een grote inspanning vraagt om zijn universum te betreden. Dat dit moeilijk toegankelijk is, ligt mogelijk ook wel aan het feit dat Pelléas et Mélisande in zekere zin gebaseerd is op het principe van de anticlimax. Het steeds ontwijken van de climax maakt het de luisteraar niet gemakkelijk om zich te laten meeslepen. Je hebt nooit het gevoel van voldoening, mede doordat alles tot in de fijnste nuances zo subtiel blijft. Zelfs het dramatisch hoogtepunt, de dood van Mélisande in het vijfde bedrijf, verloopt echt onderkoeld. Daarnaast heerst er een ambiguïteit van de gevoelens: niets is eenduidig, alles is heel subtiel, met heel geraffineerde kleuren. Maar ondanks alle kleuren en alle sensualiteit blijft het een vrij intellectualistisch werk… Dit heeft ongetwijfeld ook te maken met het aandeel van de tekst: het werk van Maeterlinck is even belangrijk als de muziek van Debussy. Hiermee raak je natuurlijk een ander probleem aan, want dit betekent dat het voor een niet- Franstalig publiek erg moeilijk te verstaan is. De orkestrale subtiliteiten zijn te begrijpen als ondersteuning van de tekst, of parallel aan de tekst, of in tegenspraak met de tekst… Het muzikale aspect alleen is niet voldoende om dit werk te waarderen.

Pelléas et Mélisande heeft niet veel vergelijkingspunten in de operageschiedenis, omwille van de revolutionaire verhouding taal/muziek. Is het geen grote uitdaging voor een muziekdirecteur om de spanning te behouden en een juist evenwicht te vinden tussen het toneel en de orkestbak?

Er zijn in de operageschiedenis inderdaad niet veel gelijkaardige werken te vinden. Misschien is er een parallel met het dramatisch recitatief bij Moesorgski of de spraakmelodieën van Janáček? Maar Pelléas et Mélisande is inderdaad een grote uitdaging voor elke dirigent omdat het een opera is die meer gesproken wordt dan gezongen. De grote moeilijkheid bestaat erin om het juiste ritme te vinden en de grote bogen voor de recitatieven. En natuurlijk mag het orkest de zangers nooit overstemmen.

Ziet u dit niet als een gewaagde keuze voor een nieuwe muziekdirecteur om met Pelléas aan te treden in zijn nieuwe huis? In dergelijk werk schitter je niet als dirigent, je maakt veeleer kamermuziek…

Alles is moeilijk als je het goed wil doen! Ik wilde absoluut in mijn eerste jaar als muziekdirecteur een opera van Mozart brengen, en daartegenover wilde ik heel graag een werk uit het Franse repertoire stellen. De keuze voor Pelléas et Mélisande lag voor de hand, want als assistent van Bernard Haitink heb ik er al diverse producties van meegemaakt. Ik heb dus al heel wat tijd doorgebracht met Debussy! Bovendien denk ik ook dat Pelléas et Mélisande goed past in de intieme zaal van de Munt. Het is inderdaad geen werk waarin je als dirigent kan schitteren, maar het komt overeen met wat ik in de muziek wil realiseren: een medewerker te zijn in een team, met een orkest, met een regisseur… Het is echte theaterarbeid, namelijk hechte samenwerking, en dat is wat mij bevalt in de muziek.

Is dat uw credo?

Ja, in hoge mate! Wat ik in de muziek altijd heb willen doen, is de combinatie van symfonische muziek met opera. In de opera is het fantastisch dat je weken na elkaar kan werken aan hetzelfde stuk en daarin heel diep kan gaan. In het symfonische repertoire is dat ondenkbaar. Ik verheug mij daarom ten zeerste op deze productie, temeer daar het mijn eerste echte operaproductie zal zijn in de Munt. En daarenboven hebben we voor deze productie de allerbeste zangersbezetting die je je maar kan dromen!

Opgetekend door Reinder Pols