Fr  |  Nl  |  En

MyMM




Newsletter

Voornaam
Naam
E-mailadres

Filtreren op media: 

Jérémie Rhorer

Interview Jérémie Rhorer

De Munt - Interview Jérémie Rhorer

Na een schitterend debuut aan het hoofd van het Symfonieorkest van de Munt in eerst Le Nozze di Figaro en vervolgens Idomeneo van Mozart, waagde de jonge Franse dirigent Jérémie Rhorer zich aan een integrale uitvoering van Ein Sommernachtstraum van Mendelssohn. Als was het een prelude tot de vertolking van de Fidelio die hij aan het eind van het seizoen concertant zal brengen, volgt nu daarop een uitvoering van de scenische muziek die Beethoven schreef bij Goethes Egmont. De sopraan Annette Dasch en de pianist Nicolas Angelich zijn de andere genodigden van deze avond.

Nadat u met uw ensemble de eerste rijpe werken van Beethoven onder handen hebt genomen, buigt u zich in het programma dat u in uw concert met het Muntorkest brengt nu over de jaren 1809 en 1810, toen met name het Pianoconcerto nr. 5 en de scenische muziek bij Egmont het daglicht zagen.

Voor Beethoven betekende de inname van Wenen door de Fransen het einde van een bepaald mensbeeld, vooral als gevolg van zijn totale en definitieve ontgoocheling wat betreft Napoleon. Het verlangen om echte helden te vereren, zoals Egmont – die opstond om nee te zeggen – werd dus van vitaal belang. Dit programma is opgebouwd rond de integrale versie van Egmont, omdat die de deugden verheerlijkt van het politieke ideaal waarvan Beethoven droomde.

Welke verbanden ziet u tussen het concerto en Egmont?

Die zijn moeilijk te bepalen, omdat het genre van het melodrama iets heel typisch is, en sterk afwijkt van de louter instrumentale muziek. Maar beide werken zijn net als de Ouverture Leonore nr. 3 doordrongen van de kracht en de bonzende ritmische intensiteit die het handelsmerk zijn van Beethoven. En hoewel hij niet de bedenker was van de sonatevorm, legde hij wel de basis voor werken met een thematische dubbelheid en met de expressieve mogelijkheden van een tegenstelling gevolgd door een verzoening, en de manier waarop die schrijfstijl ten dienste kan staan van een dramatisch argument.

Hoe kunt u een eenheid scheppen in scenische muziek die van nature fragmentarisch is, en er een autonoom concertwerk uit puren?

Wellicht is mijn visie wat overdreven, en in ieder geval persoonlijk, maar ik ben ervan overtuigd dat de grootste dramaturg de musicus is, als hij zijn doelstellingen weet te realiseren – wat altijd het geval is bij Beethoven, zoals bij de meeste grote componisten. Bijgevolg volstaan de dramatische kracht en intensiteit van Egmont op zich. Dit programma ligt in het verlengde van de integrale versie van Mendelssohns Ein Sommernachtstraum die Peter de Caluwe en ik vorig jaar in gedachten hadden. Het melodrama is in zekere zin de concertante tegenhanger van de opera.

De relatie van Beethoven met het toneel blijft niettemin problematisch: hij componeerde slechts één opera, die hij herhaaldelijk bewerkte, en een paar stukken scenische muziek, maar de meeste van die projecten bleven onvoltooid. Hoe kunt u dat verklaren?

Moeilijk, want al zijn pogingen lijken me theatraal geslaagd. Ik heb onlangs Christus am Ölberge gedirigeerd, waarvan de muziek buitengewoon precies is en een ongelofelijke dramatische inventiviteit tentoonspreidt. Dankzij zijn unieke ritmische stijl vindt Beethoven zeer persoonlijke accenten om wanhoop, hunkering of vervoering te benadrukken, zonder dat ik daarin iets inadequaats bespeur – of toch geen barrière tussen zijn instrumentale werk en zijn toneelopvattingen. Toch sluit dit werk meer aan bij de erfenis van Haydn en Mozart dan dat het vooruitwijst naar de toekomst. Misschien vandaar het misverstand over dit aspect van Beethovens oeuvre.

Wat moet er volgens u, als historisch onderlegd musicus, nog gebeuren met Beethoven?

Zijn instrumentale muziek, en zijn symfonieën in het bijzonder, zijn al vroeg opnieuw geïnterpreteerd. We beschikken dus over talrijke benaderingen, die niet alleen verschillend zijn, maar ook goed onderbouwd. Voor de revolutie van de barokmuziek hebben grote ritmische Hongaarse dirigenten zoals Georg Solti, Ferenc Fricsay en István Kertész de dramaturgische en theatrale waarheid van Mozart zeer dicht weten te benaderen; die is immers gebaseerd op de pulsatie en geest van de dans. Op dezelfde manier is Beethoven gespaard gebleven door een soort denaturatie. Wat nog te verkennen valt, zijn zijn verwaarloosde of als secundair beschouwde werken, waarop een bepaald soort reflectie nog niet is toegepast.

Benadert u muziek anders met uw eigen ensemble dan met orkesten die op hedendaagse instrumenten spelen?

Die vraag vergt een zeer groot artistiek bewustzijn van de kant van de musici van onze generatie, die dus zijn gevormd in die nieuwe esthetiek. Want je mag je niet in een soort alibisituatie bevinden, waarin je aan een modern orkest niets zou kunnen vragen. Er zijn weliswaar beperkingen opgelegd door de instrumenten zelf, in die zin dat een discours een nauwe band heeft met de instrumenten die het brengen. Een appogiatura en de oplossing ervan stemmen bijvoorbeeld perfect overeen met de welving en spanning van een klassieke boog. Als het orkest een zekere souplesse en nieuwsgierigheid bezit, en dezelfde ambitie wil koesteren als een ander dat op authentieke instrumenten speelt, is het mogelijk om een volstrekt idiomatische vertolking zo niet te realiseren dan toch er hopelijk zeer dicht bij in de buurt te komen. Dat is het geval voor het Muntorkest.

Nicholas Angelich, de solist in het Pianoconcerto nr. 5, is evenmin uit die school afkomstig. Op welk raakpunt denkt u met hem in dialoog te treden?

Wat zit er in de expressie van de andere dat me bekoort, me raakt, hoe kan ik reageren op wat ik bij hem bewonder? Die motiveringen bepalen of een concert werkt of niet. Nicholas en ik hebben al samen het Jeunehomme-concerto van Mozart vertolkt, en ik werd daarbij getroffen door zijn elegante frasering en de manier waarop hij ademhaalt. Het concerto stelt bij uitstek de problematiek van de coherentie van de vertolking aan de orde. Een dirigent die veel opera’s dirigeert, wordt voortdurend gedwongen die absolute waarheid opnieuw te bekijken. Want hij heeft te maken met zanger die in iedere productie weer helemaal anders zijn. Dat heeft me een bepaalde souplesse geleerd, en ook een manier om op zoek te gaan naar gemeenschappelijke raakpunten.

Opgetekend door Mehdi Mahdavi

article - 9.9.2013

 

Jérémie Rhorer
Concert

 Drukken

La Monnaie ¦ De Munt